Leven in een eetstoorniskliniek: hoe ziet dat eruit en wat is mijn ervaring

Gepubliceerd op 23 juli 2026 om 13:58

ik in een eetstoorniskliniek 2023

Ik ben in mijn leven behoorlijk vaak klinisch opgenomen geweest in verschillende eetstoornisklinieken. Ik geloof echt wel dat het sommige mensen wel helpt, maar mij duidelijk niet. Elke kliniek is anders, elke opname is anders, maar de methodiek overlapt ook op veel fronten. Ik richt mij enkel op de algemene methodiek en waarom het mij wel of niet helpt. Ook heb ik mijn stuk laten lezen door 12 personen die ooit in een eetstoorniskliniek hebben gezeten. Bekenden en onbekenden maar vooral uit andere klinieken dat ikzelf, om de objectiviteit te vergroten. Disclaimer:

  • Deze blog is niet op 1 kliniek gebaseerd. Het is geen samenvatting van een methodiek in een bepaalde kliniek. Het is geen aanval op een kliniek.
  • Wat mij niet helpt kan een ander wel helpen.
  • Alles beschreven is gebaseerd op feiten. Maar het zijn wel de feiten die door mij zijn geïnterpreteerd/beleefd.
  • De blog is lang om volledig te kunnen zijn

De Basis van klinische opnames – therapeuten

Medewerkers in een eetstoorniskliniek:

Psychiater

De psychiater zie je bij de intake, bij evaluaties gedurende de opname en wanneer er medicatie wordt gestart of gewijzigd.De psychiater is het hoofd van jouw behandeling maar doet vooral werk op de achtergrond. Zo is er elke week een overleg waarin iedereen wordt besproken. Hier ben je zelf niet bij. De psychiaters leiden deze gesprekken en geven richting aan de behandeling.

Psycholoog 

De psycholoog zul je 1 of 2 keer in de week spreken. Met de psycholoog praat je meestal over patronen en problemen die de eetstoornis in stand houden en hoe deze te doorbreken. Dus niet waarom is het eten van een boterham moeilijk maar wat maakt dat ik controle zoek in het niet durven eten. De psycholoog begint met jou een zoektocht naar wat jouw eetstoornis in stand houdt en hoe deze te doorbreken. Vaak is hoe het is ontstaan minder relevant. Hier ben ik het zelf niet mee eens. Ikzelf denk dat als je de oorzaak het proces om eraf te komen kleurt.

Ook kan een psycholoog CGT aanbieden. dat staat voor cognitieve gedragstherapie. De therapie richt zich op het herkennen en veranderen van gedachten en gedragingen die de eetstoornis in stand houden. Samen met de therapeut wordt onderzocht welke overtuigingen iemand heeft over eten, gewicht, lichaamsbeeld en zelfwaardering. Vervolgens wordt geoefend met het uitdagen van deze gedachten en het stap voor stap doorbreken van eetstoornisgedrag. Door nieuwe ervaringen op te doen en gezondere copingstrategieën te ontwikkelen, neemt de invloed van de eetstoornis geleidelijk af en ontstaat er meer ruimte voor herstel.

Somatisch arts

Soms is er ook een arts (huisarts of internist) aanwezig. Het hangt van de kliniek af of deze er elke dag is, een dag in de week of alleen bij opname en problemen. Sowieso word je bij binnenkomst volledig lichamelijk onderzocht. Ook wordt er aan het begin en bloed afegnomen. Veelal komen patiënten binnen met tekorten in vitaminen en mineralen. Het is belangrijk om die tekorten zo snel mogelijk aan te vullen. Daarom vindt het prikken al op de dag van opname plaats.

Sociotherapeut/verpleegkundigen

Op de groep (jij en jouw kliniekgenoten uit dezelfde woonkamer) staan meerdere sociotherapeut(en)/verpleegkundige(n) (hierna voor het gemak socio's genoemd). Hoeveel is afhankelijk van de kliniek. Socio's leiden de dag. Ze zijn aanwezig bij eetmomenten, de periode na het eten (uitleg volgt) en soms ook bij groepstherapie. Verder hebben de sociot's een kantoor waar je ze kan aanspreken als er iets is. Socio's kun je vragen voor een spuigesprek. Als je net als ik aan het begin dacht, wat is nou weer spuien? het betekent niets anders dan je hart luchten. Dit loopt uiteen van ‘de speklap is zo vet dat ik bang ben dat ik 10 kilo aankom’ tot ‘ik heb moeite met het gedrag van een medepatiënt’. Alles is oké en komt niet terecht bij medepatiënten.

Persoonlijk begeleider

De socio's die jou zijn toegewezen, jouw persoonlijk begeleiders (PB’ers) spreek je regelmatig als check up hoe je je voelt en hoe het gaat. Waar de psycholoog zich vooral richt op zaken buiten het eten, richt de sociotherapeut zich meer op zaken binnen de kliniek en op eten. Jij kunt zelf onderwerpen aandragen. Hierdoor is de rol van de PB’er enorm afhankelijk van jouw hulpvraag. Wil jij doelen stellen, dan kun je dit ook bespreken. De PB’er kan deze met jou formuleren of het zo sturen dat het haalbare doelen zijn. De PB’er spreekt ook met jou over dingen vanuit het team of brengen informatie over vanuit de behandelaren.

Diëtist

De diëtist is beroemd en berucht. Zij is hoofd van jouw eetlijst. In de meeste klinieken hebben alle individuele patiënten een eigen eetlijst, gebaseerd op de producten die gewoonlijk aanwezig zijn in de kliniek. Een enkele kliniek voert het beleid dat iedereen dezelfde lijst heeft. Of een basis-eetlijst, uitbreiding hiervan en eventueel ook nog een uitbreiding voor iedereen. Heb jij nog nooit een eetlijst gezien en ben je benieuwd hoe dat eruit ziet? Kijk dan eens naar de voorbeelden op https://www.proud2bme.nl/health/Voedingslijsten/Aankomlijst_3. Ben je benieuwd hoe eten er aantoe gaat in een eetstoorniskliniek, lees dan mijn blog Eten met een eetlijst / in een eetstoorniskliniek

Psychomototere therapeuten

Psychomotorische therapie (PMT) is een behandelvorm waarbij bewegen en lichaamsgerichte oefeningen worden ingezet om inzicht te krijgen in gedachten, gevoelens en gedrag. In een eetstoorniskliniek richt PMT zich niet op sportprestaties of conditie, maar op het herstellen van een gezonde relatie met het eigen lichaam.

Mensen met een eetstoornis ervaren hun lichaam vaak anders dan het werkelijk is. Daarnaast spelen controle, perfectionisme, spanning en moeite met het herkennen van emoties regelmatig een belangrijke rol. Tijdens PMT worden deze thema's zichtbaar gemaakt door middel van praktische oefeningen. Denk aan samenwerkingsopdrachten, ontspanningsoefeningen, ademhalingstechnieken, lichaamsbewustzijn en bewegingsactiviteiten. De therapeut bespreekt vervolgens welke gedachten en gevoelens tijdens de oefeningen naar voren komen en hoe deze samenhangen met het eetstoornisgedrag.

Ook wordt aandacht besteed aan het herkennen en respecteren van lichamelijke signalen, zoals vermoeidheid, spanning en grenzen. Veel mensen met een eetstoornis zijn gewend deze signalen te negeren. PMT helpt om opnieuw vertrouwen te krijgen in het lichaam en te ervaren dat bewegen ook prettig en veilig kan zijn, zonder dat het draait om calorieën verbranden of presteren.

PMT kan in groepsverband of individueel gegeven worden. Ik merkte dat ik aan individueel veel meer had dan aan groepsverband. Dit omdat mijn behoeften ergens anders lagen. Ik had geen moeite met dat ik mezelf te dik vond en daarom niet mocht eten. Ik had moeite met mijn grenzen aangeven, met nee zeggen. Ik liet alles over mij heenkomen. Zo herinner ik mij een opdracht waarbij de therapeut steeds dichterbij kwam. Steeds meer in mijn personal space. Tot ze me raakte. Ik was volledig van slag. Aanraken vind ik enorm moeilijk en ook in mijn personal space komen is echt een ding. De PMT'er vroeg heel adequaat: 'maar waarom vroeg je me niet gewoon te stoppen toen het niet oke voelde'. Het is niet eens in me opgekomen. De PMT'er is de behandelaar. Die weet toch wat goed is. Die ga ik toch niet corrigeren. Dat dat nou precies de opdracht was, begreep ik pas toen ze het me uitlegde. 

Aan de individuele PMT heb ik echt heel veel gehad. Aan groeps PMT heb ik mij vooral geërgerd. 

creatieve therapeut

Creatieve therapie is een behandelvorm waarbij beeldende materialen, zoals verf, klei, houtskool of collage, worden gebruikt om gevoelens, gedachten en ervaringen zichtbaar te maken. In een eetstoorniskliniek draait het niet om artistiek talent of het maken van een mooi kunstwerk, maar om het creatieve proces en wat daarin naar voren komt.

Voor veel mensen met een eetstoornis is het moeilijk om emoties onder woorden te brengen. Gevoelens worden vaak weggestopt of overschaduwd door de eetstoornis. Door creatief bezig te zijn, kunnen emoties, overtuigingen en patronen zichtbaar worden zonder dat daar direct woorden voor nodig zijn. Een tekening, schilderij of beeld kan bijvoorbeeld laten zien hoe iemand zichzelf ziet, hoe de eetstoornis een rol speelt in het leven of welke gevoelens onder de oppervlakte aanwezig zijn.

Tijdens de therapie wordt samen met de creatief therapeut gereflecteerd op het gemaakte werk en het proces ernaartoe. Daarbij is er aandacht voor thema's zoals controle, perfectionisme, zelfbeeld, omgaan met fouten, grenzen stellen en het toelaten van emoties. Juist de manier waarop iemand met het materiaal omgaat, kan waardevolle informatie geven over patronen die ook buiten de therapieruimte zichtbaar zijn.

Er zijn weinig therapievormen die mij echt geholpen hebben. Nog minder groepen. Maar creatieve therapie vind ik echt top. Je leert hier op een creatieve wijze over jezelf nadenken. Waar normaal een groep mij tegenhoudt, is bij creatieve therapie een groep juist heel fijn, omdat ik dan kan experimenteren met creatieve uitingen zonder heel erg op te vallen. De therapeut verdeelt de aandacht over de hele groep, dus soms kan je juist gewoon even wegvallen in die groep. Dit geeft mij een extra veilig gevoel. Sommigen ervaren dit juist andersom. Alsof de hele tafel constant meekijkt met wat jij knutselt en daar een mening over vormt. Helemaal onwaar is dat niet, maar ik heb er zelf weinig last van gehad. Ik kan me wel voorstellen dat als je niet creatief bent aangelegd je deze therapie een verschrikking vindt.

Wat voor mij erg lastig is, is mijn handen viesmaken. Ik werk liever niet met klei of houtskool. Dit is iets wat ik over heb gehouden aan mijn myofobie Wat is een dwangstoornis (OCD)? Het heeft me wel nog een stapje verder over mijn smetvrees heen geholpen door het aan te gaan. Wel mocht ik bij afgevende materialen verpleegstershandschoenen aan. 

De basis van een klinische opname – hoe ziet de dag eruit

Hoe een dag eruitziet is uiteraard afhankelijk van de kliniek en hoever je bent in jouw behandeling. Ik kan hier heel kort een dag schetsen, omdat ook dit wel overeen komt in alle klinieken.

eetmomenten 

Eetmomenten. Het is een eetstoorniskliniek dus eten staat centraal. Op vaste tijden komt de groep bij elkaar om hetgeen wat op jouw eetlijst staat klaar te maken onder toezicht van een diëtist/sociotherapeut (afhankelijk van kliniek) en vervolgens op jouw vaste plek op te eten, samen met je medecliënten. Hier staat per eetmoment een tijd voor. 30 minuten is een soort heilige tijd die overal wordt aangehouden waar ik ben geweest. Binnen die tijd moet alles op. Als dit niet gelukt is, moet je dit op een later eetmoment bijvoegen. Sommige klinieken hanteren de regel dat je het restant van het vorige eetmoment ‘meeneemt’, bij andere klinieken zet je de energie van het restant om in een ander product, ongeveer overeenkomend. Alle klinieken hebben 6 of 7 eetmomenten. 3 hoofdmaaltijden en 3 of 4 tussendoortjes. over de eetmomenten heb ik een aparte blog geschreven Eten in een eetstoorniskliniek , ik kan alvast verklappen dat eten in een eetstoorniskliniek bepaald niet gezellig, vriendelijk of ontspannen is. 

Nabespreking van de maaltijd. Maaltijden worden afgesloten met het uitspreken van wat je moeilijk vond aan het eten en wat het eten doet met je lijf. Kliniekgenoten en sociotherapeuten kunnen hier veelal geruststellend op reageren.

Rustmomenten na het eten. Iedere kliniek heeft hier een eigen benaming voor, maar het komt op hetzelfde neer. Na het eten moet je in een zichtbare ruimte rust nemen om het eten te laten zakken. Dit onder toezicht van een socio's. Redenen hiertoe zijn volgens mij vooral bewegingsdrang onderdrukken en voorkomen dat iemand braakt na de maaltijd, maar dit is mijn invulling. Bij mij had dit helaas weinig zin. Mijn maagparese maakte dat ik ook na die 30 minuten mijn maag nog volledig kon ledigen. Daardoor kwam ik in eetstoornisklinieken niet aan, wat ze ook op die stomme eetlijst zette. Ik realiseer me dat ik hiermee mijn eigen behandeling saboteerde. Echter moet je er rekening mee houden dat iemand met een eetstoornis heel ziek is in haar hoofd. Achteraf denk ik vaak, ik had zo veel meer uit de kliniek kunnen halen. Aan de andere kant was de kliniek zo stressvol voor mij dat overleven mij niet lukte zonder te braken. Ik heb het me zo vaak voorgenomen echt te stoppen. Ik heb het aangegeven bij mijn pb'ers, die mijn wc-deur opslot deden en buiten wachtten als ik wel naar het toilet moest. Echter kon ik zo stil braken dat ook dit geen enkele effect had, behalve dat ik steeds listiger werd. 

Groepstherapie

Groepstherapie. Klinieken zijn enorm gericht op de groep. Je vormt een groep met groepsgenoten die je snel heel goed leert kennen. Groepen wijzigen niet veel, therapie volg je veelal samen. Alle klinieken hebben andere therapieën. Over het algemeen richten ze zich op: de gedachten rondom eten, het zelfbeeld, aankomen, grenzen leren aangeven en het groepsgevoel (de sfeer, problemen, hoe anderen meer te helpen, hoe de groep meer te gebruiken voor jouw eigen herstel).

vrije tijd

Vrije tijd. Sommige klinieken staan toe dat je overdag naar jouw slaapkamer gaat, bij andere opnames is het niet toegestaan overdag. Geef hier zelf een leuke draai aan. Kletsen, knutselen, kleuren, puzzelen, bijslapen, tv-kijken. Ook heb je hier de tijd om je huiswerk te maken. Voor mij was dit de tijd om alles van me af te schrijven.

Wandelgroep

Wandelmomenten. Bij de meeste klinieken is jouw wandeltijd gelimiteerd. Sommige klinieken hebben een gezamenlijk wandelmoment voor de hele/deel van de groep, bij andere klinieken meld je je af en aan en ben je zelf verantwoordelijk voor het timen en ook 1 op 1 met een sociotherapeut komt voor. Zelf mogen wandelen is vaak een vrijheid die je kan verdienen na langdurig gezond gedrag vertonen

weegmomenten

Dit is meestal een moment in de ochtend 1 of 2 keer per week, in een speciaal ingerichte kamer. Het gewicht bij ondergewicht dient toe te nemen met 0,5 kg of 1,0 kg per week, opnieuw afhankelijk van de kliniek. Deze weegmomenten zorgen ervoor dat dit bijgehouden kan worden maar ook om te weten of de eetlijst moet worden opgehoogd (de hoeveelheid eten op jouw lijst moet worden uitgebreid). Dit waren de meest stressvolle dagen van de week. Iedereen zit daar om aan te komen, maar eigenlijk wil niemand aankomen. Dat klinkt enorm tegenstrijdig. We willen allemaal beter worden en daar hoort een gezond gewicht bij. Maar we zijn niet beter, we zijn ziek in ons hoofd en daar hoort een ongezond gewicht bij. Een gezond(er) gewicht met een net zo ziek hoofd is tamelijk stressverrijkend. 

Overige therapiegroepen

Naast bovenstaande officiële therapievormen, die niet alleen bij eetstoornissen maar in de hele psychiatrie gebruikt worden, hebben individuele klinieken eigen therapiegroepen. Een kliniek waar ik ook zat, gebruikte de methodiek van Fairburn met de daartoe behorende groepen (ook dit is gewoon op internet te vinden). Anderen klinieken hadden groepen waar zelf een mooie titel en een draai aan gegeven is. Mijn mening: geen enkele groep is in basis fout, elke groep zal helpend zijn voor een deel van de patiënten. Echter, ik behoor vaak niet tot die groep. Dit soort therapieën zijn vaak inhoudelijk gericht op eten, op gewicht of op groepsgevoel.

In al die soorten therapie, is er slechts een geweest die mij dusdanig hielp, dat ik hem heb doorgetrokken in mijn leven. Dat is het schrijven van een pro-actief, een methodiek waardoor je al schrijvende een gedegen keuze kunt maken in een moeilijk vraagstuk met veel consequenties. Dit is onderdeel van de Fairburnmethodiek. Ik ga hier later een blog over schrijven. Dit zal niet honderd procent gaan fairburns manier meer zijn, maar het is een afgeleiden daarvan die ik nog altijd toepas.

Therapie gericht op eten

Elke kliniek (waar ik ben geweest) kent een of meerdere groepen die inhoudelijk gaan over eten. En dan niet, hoe leer ik eten in de normale maatschappij, nee vaak is het zeer praktisch, hoe eetstoorniskliniekgedrag door te zetten in momenten buiten de kliniek of het stellen van eetuitdagingen, dingen die je normaal niet durft te eten vastleggen voor een bepaald moment om het dan wel te gaan eten. Hierbij moet je niet denken aan een big mac. Nee vaak gaat het om de schaal, hoe wissel ik een appel in voor die ongezonde, zoete en hele vette banaan.

Waarom deze therapie mij niet helpt, heeft twee hele belangrijke oorzaken: de focus wordt op het eten gelegd en je leert heel veel heel snel van je groepsgenoten. Alles wat je aandacht geeft dat groeit is een uitspraak die voor mij 100% klopt. Als ik de focus leg op dat eten dan wordt een moeilijker. Om die banaan als voorbeeld te nemen. Dat was voor mij een voedingsproduct die ik destijds regelmatig at vanwege de hoge concentratie kalium. Echter, door de focus erop te leggen dat een banaan wel erg lastig is, werd die banaan ineens echt lastig. En zo volgden er jaren van het niet durven eten van banaan.

Dit effect wordt versterkt, doordat alle groepsgenoten voedingsmiddelen hebben die zij labelen als eng/ongezond. Als zij mij uitgebreid vertellen dat het drinken van koffie met melk zo zonde is van de loze calorieën die je binnenkrijgt met melk, terwijl je aan zwarte koffie zo gewend bent, dan hoor ik niet, help dit meisje van deze gedachte af. Nee, ik hoor een oordeel, ik drink mijn koffie met melk, dan ben ik een slechte anorex. Deze laatste zin is compleet logisch is mijn (ex)anorectische lezers maar waarschijnlijk mind blowing in degene zonder. Want hoe kan ik in vredesnaam bang zijn dat ik de slechtste anorex ben? Het antwoord is niet bevredigend ben ik bang. In een kliniek heerst een sfeer waardoor ik een bewijsdrang kreeg dat mijn anorexia echt was, dat ik er niet voor niets zat maar zelfs dat ik met meer anorexiagedrag weg kan komen dan anderen. Bijna een ziekelijk spel, wie kan het meeste anorexia behouden in klinische behandeling tegen de ziekte. Een ziekelijk spel die velen herkennen. Ik citeer een paar (ex)patiënten.

‘Van die vreselijke eetlijst bestond het enige doel uit ‘hoe kan er iets af’ of ‘waar kan het minder’

‘als we met zijn allen aan het tussendoortje zaten, zag ik het overal om me heen. Meiden die koeken lieten verdwijnen in de zak, meiden appels zo klein sneden dat ze zelfs met een gebaksvorkje moeite hadden de stukjes op te pakken, meiden die een kunstwerk maakten van hun bord met eten voor ze eindelijk de eerste hap namen. En dat alles zichtbaar voor iedereen. Alleen de sociotherapeuten zagen het niet. Achteraf twijfel ik of ze echt niets zagen of er gewoon moe van werden en het lieten gaan’.

‘de onderlinge competitie is vreselijk. Ik wilde heel graag beter worden, maar gezond gedrag voelde zo verkeerd door alle blikken en opmerkingen’.

‘Bepaalde producten werden door de kliniek zelf ook als ‘eng’ aangekaart. Zo had je 1x in de week vast bij de lunch een ei. Op zondag mocht je als optie een extra ei nemen, maar dat kwam dan ‘bovenop’ je lijst. Dus dat werd als extra gezien. Alles wat extra is, is teveel. En alleen op die doordeweekse dag 1 ei ‘aanbieden’ werd gezien als: zie je, dit eten is niet oké. Je mag het niet vaker eten en het is een speciaal moment, want het is eng voedsel. Er volgde dan ook altijd een tafel evaluatie terwijl dat normaal bij de lunch niet zo was.’

De hyperfocus werd in de kliniek zo op eten gelegd, dat het een hele andere lading kreeg. Dit zorgde ervoor dat ik des te meer het gevoel kreeg te compenseren’

Therapie gericht op gewicht

Elke kliniek waar ik ben geweest kent een groepstherapie rondom het gewicht. Hierin hoef je niet altijd te openbaren wat je gewicht is (in sommige klinieken wel, in de meeste niet) maar wel hoeveel het gewicht veranderd is. Aankomen is een woord die ik automatisch gebruik voor een toename in gewicht, naar mijn mening is dat een heel normaal woord. In een kliniek worden synoniemen gebruikt, het woord aankomen wordt dwangmatig ontweken. Nee, we noemen het groeien of bijkomen. Waarom?? Afvallen heet dan wel weer gewoon afvallen, geen krimpen of afkomen, dat is dan weer een beetje jammer.

Zonder gekkigheid, ik ben nog nooit beter geworden van een meid die zei te zijn afgevallen op zo’n laag gewicht. Helemaal niet wanneer zij beweren er niets van te snappen, terwijl de persoon in kwestie meester is in het laten verdwijnen van voeding ergens anders dan de mond.

Ook eindeloos aanhoren hoe vreselijk moeilijk het is dat iemand is aangekomen, helpt mij niet. Het is dan de taak van de groep om dit te relativeren. Een riedel die je elke groep bij zo’n 6 meiden moet herhalen. Ik begrijp niet hoe dat iemand helpt. We weten toch allemaal dat we moeten aankomen voor gezondheid, maar dat het getal zo snel zien verhogen lastig is.

Over dit wegen wil ik nog wat zeggen. In een kliniek kom je snel aan (als je komt met ondergewicht). Er geldt een gewichtseis. Dit betekent afhankelijk van de kliniek dat je minimaal 0,5-1.0 kg moet aankomen in de week. Hiermee word je meestal 2 (soms 1) keer per week mee geconfronteerd op een weegschaal. Een getal dat voor je gezondheid omhoog moet (cognitie) maar van je eetstoornis omlaag moet (gevoel) en het bewijs dat je de controle kwijt bent.

De wekelijkse therapiesessie over aankomen, verschrikkelijk. Van andere te horen krijgen dat ze allemaal zijn afgevallen en jijzelf de enige bent die de kilo bijna aantikt met aankomen. Dan voel je je pas mislukt. Terwijl je net de motivatie en kracht had gevonden om aan te komen, omdat je inzag dat het echt gezonder was wordt dan gelijk qua gevoel de kop ingedrukt. Het gaat te snel, je bent de enige die aankomt, je past er niet meer bij, je valt uit de groep.’

Nu ben ik volledig gestopt met wegen. Het geeft mij rust. Ik wil niet zien hoe alle getallen die ik ooit als maximum in mijn hoofd heb geprent worden overschreden. Heilige regels in een keer de grond in geworpen. Ik vind het niet fijn om zo bewust de controle kwijt te raken. Door gewoon niet meer te wegen maar te kijken naar mijn lichaam, is het proces veel minder zwaar. Ook voorkom ik hiermee dat ik dusdanig schrik van een getal, dat ik besluit te stoppen met eten, uit angst dat het uit de hand loopt. Geen focus op gewicht. Niet praten over gewicht. Dat is wat mij helpt. En zien dat ik gezonder word, door wat ik kan, door mijn kledingmaat, door te zien dat mijn massa toeneemt, dat vind ik moeilijk maar ik haal er ook kracht uit. Regeneratie van mijn lijf in plaats van rennend achter de controle aan die je verloren bent.

Ik realiseer mij dat dit voor veel patiënten niet mogelijk is, omdat gewicht wel de meest gedetailleerde controle is van het aankomproces.

Groepsleven

Elkaar door en door kennen

Je weet heel veel van elkaar. Je leeft maanden met elkaar en in therapie hoor je eenieders meest kwetsbare geheimen. Ook heb je het gedeelde leed wat eetstoornis heet. Je kliniekgenoten zijn de mensen waarmee je bijna alleen maar mee omgaat, je eigen systeem kan slechts heel af en toe op bezoek komen. De groep wordt tijdelijk een hele hechte leefgroep waarin iedereen iedereen door en door kent. Dit kan helpend zijn, omdat je iemand die je kent, het beste advies kan geven.

Echter vertrouwen we elkaar dusdanig in de groep, dat niet alleen gezond gedrag en problematische gedachten worden gedeeld. Iedereen in de groep is ook op de hoogte van gedrag van anderen die tegen de regels van de kliniek ingaan. We gaan ervan uit dat de ander niet klikt. Maar dit heeft bij mij tot hele moeilijke situaties geleid. Ik wil niet schnitsen. Ik wil niet iemands geheim doorlullen. Maar als dat geheim volledig tegen herstel ingaat, hetgeen waarvoor diegene in de kliniek zit, dan wil mijn therapeutenhart het beste doen, hulp voor diegene regelen.

Dit levert regelmatig een koude oorlog op. Twee groepsgenoten die hierdoor niet meer door een deur kunnen, maar wel 18 uur per dag op elkaars lip zitten. Die boosheid vanuit schaden van vertrouwen is echt en is invoelbaar. Maar mijn mond houden terwijl dit absoluut niet goed is voor de persoon die je oprecht heel graag mag, dat is ook niet oké. Dit conflict van plichten (medische term voor een tegenstrijdigheid in het belang van vertrouwen en van vertrouwen doorbreken) krijgt iedereen mee te maken als die langdurig in een eetstoorniskliniekgroep zit. Velen kiezen ervoor de mond te houden, uit loyaliteit, maar vooral uit angst voor de consequenties. Jouw ‘lullen’ heeft als gunstigste effect dat diegene boos op jou is maar wel de hulp krijgt die ze nodig heeft. In het minst gunstige geval is het groepsgenootje boos op jou, maar nog erger, wordt er besloten dat de regels te erg geschonden zijn waardoor diegene naar huis gestuurd wordt. Dit voelt alsof ik diegene haar enige kans op klinische hulp en dus kans op herstel afneem. Ik snap heel goed dat dit niet zo is. Met dit gedrag (vaak gaat dit over ziekelijk compenseren) wordt diegene in deze opname ook niet beter, dat gedrag wordt niet doorbroken als het geheim blijft.

Voorbeeld: ik ben in vertrouwen genomen door een groepsgenootje dat ze na elke maaltijd haar vinger in haar keel steek. Zij vertelt mij dit in vertrouwen. Zij wil mijn steun en gaat ervan uit dat ik dit niet meld bij de socio's. Maar dan kom ik dus in een conflict van plichten. Ik wil haar helpen. Haar helpen is niet haar steunen en mijn mond houden. Haar echt helpen is naar de socio's toegaan en vertellen dat ze jou dit in vertrouwen heeft verteld. Uiteraard volgt een gesprek met haar. omdat ik de enige was, die ervan wist, wist zij ook dat ik haar had verraden. En dat is hoe het wordt gezien door haar. Geen hulp maar verraad. Wantrouwen. Maar wat moet ik dan? ik kan dit toch ook niet door laten gaan? Op de een of andere manier werd ik door relatief veel meiden in vertrouwen genomen. Ik krijg in klinieken ook altijd enorm de drang om mensen te gaan helpen. Het motto is dan ook een beetje 'ik zorg wel voor anderen, dan hoef ik niet aan mezelf te werken'. Pas toen ik dit ging loslaten, en me op de HIC echt op mezelf ging richten, kreeg ik zelf grip op mijn herstel.

‘Elkaar als familie gaan zien, aan de ene kant heel fijn aan de andere kant kwam het soms ook te dichtbij waardoor ik het zelf moeilijk kreeg met de moeilijkheden van een ander. Mijn problemen leken altijd veel kleiner waardoor ik waardoor ik niet meer om hulp durfde te vragen’

'de hechte groep in de kliniek hielp mij enorm. ik kon me optrekken aan meiden die al veel verder in het traject waren. Wel vond ik het eng om te zien dat sommige meiden al zo ver waren aangekomen. Dat gaf angst om zelf snel stappen te zetten. Maar ook daarvoor krijg je in de kliniek wel handvatten. Ik had eindelijk het gevoel niet meer de enige te zijn'

Continu prikkels

In een kliniek ben je door alle eetmomenten, rustmomenten na de maaltijden, wandelingen in groepsverband en groepstherapie heel vaak samen met toch wel een behoorlijke groep. Een groep waarin continu gepraat of gekletst wordt, waarin muziek wordt gedraaid of TV wordt gekeken, waarin gewiebeld wordt, geneuried wordt of anderszins prikkels worden geproduceerd. Ik heb autisme, dat is op mijn Instagram en op mijn blog absoluut geen geheim. Deze overdaad aan prikkels kan ik niet goed aan. Ook worden mijn hersenen door de continue input constant aangezet tot denken. Iemand tikt met zijn pen, heel irritant dat geluid (ik kan dat niet uitfilteren) maar ook een golf aan gedachtes over tikken met pennen (waarom doen mensen dit, zouden ze dit zelf ook horen, etc). Al die prikkels vanuit de groep worden ook nog eens omgezet in opdrachten in mijn alleentijd. Het voorbeeld van de pen genomen, in mijn kamer uitzoeken op mijn laptop wat maakt dat personen tikken met pennen, in volledige studievorm. En dat tikken van die pen is maar een heel klein aandeel van die dag. Alle prikkels en alle gedachtes hebben een bepaalde ontprikkeltijd bij mij nodig. Een totaaltijd maar ook een rusttijd na een golf van prikkels. Mijn behoefte hierin en de alleentijd die je krijgt in een kliniek komen niet overeen. Zeker niet als het aantal opdrachten wat ik mezelf geef opstapelt. Ik ben structureel overprikkeld. Dit doet mijn functioneren absoluut geen goed. Mijn tolerantie neemt af aan het eind van de dag maar mijn tolerantie neemt ook af des te langer ik in opname ben. Dit maakt dat ik minder profijt heb van de klinische behandeling, naarmate deze voortduurt. Dit is van mijn 7 opnames in een eetstoorniskliniek ook de reden geweest dat ik naar huis ben gegaan. Dusdanige overprikkeling dat ik niet meer functioneerde en mezelf afsplitste (dissociëren), waardoor ik niet langer in staat was de groepsmomenten te volgen. Dan heiligt het doel de middelen niet meer. 

Uitspraken van anderen

Zoals ik eerder zei, er zijn mensen die wel profijt hebben van de methodiek in een kliniek. Maar ook heel veel die er geen profijt bij hebben. Hieronder een opsomming van uitspraken die niet in het eerdere verhaal verwerkt konden worden, maar wel om welke reden dan ook in mijn ogen relevant zijn.

De kliniek was een ultieme leerschool voor mijn eetstoornis. Ik leerde daar dingen waaraan ik zelf nog niet had gedacht. Manieren om minder te eten, manieren om meer te verbranden, smoezen die ik ook vandaag nog gebruik’

‘als je nog geen eetstoornis had, dan krijg je hem wel bij opname in een kliniek’

‘Van die vreselijke eetlijst bestond het enige doel uit ‘hoe kan er iets af’ of ‘waar kan het minder’

'de kliniek gaf mij een vreemd soort toestemming die ik weer nodig had om te mogen eten. Ik vind dit moeilijk uit te leggen. Van mijn eetstoornis mocht ik niet meer eten. Het is alsof de kliniek daarboven staat en zegt, nu mag het wel. Sterker nog, nu moet het. Dit heeft mij echt geholpen om weer te gaan eten.'

Ik leerde in de kliniek alleen maar meer eetgestoorde handelingen. Mijn ES keek zijn ogen uit wat voor trucjes er nog meer te leren waren. Al dan niet in het zicht, dan wel stiekem op je kamer’

Gezond gedrag waar je op terug kan vallen

Al het hierboven beschreven kan ik een korte conclusie over trekken. Een eetstoorniskliniek leert je hoe je in groepsverband in de cultuur en structuur van de eetstoorniskliniek kunt eten, zo veel dat je aankomt met de aankomenseis die de kliniek stelt. Je leert dwangmatig op de tijd te eten. Je leert door alle lichamelijke gevoelens heen te eten. Je leert dat eten niet lekker hoeft te zijn. Je leert dat je bord altijd leeg moet. Dat je altijd hetzelfde moet eten. Een kliniek zorgt bij mij voor een immens dwangmatig gedrag rondom eten. De dag draait om eten. Aan eten denken, over eten piekeren, 6-7 keer per dag eten klaarmaken, 6-7 eetmomenten creëren op een dag, waarop je echt een half uur de tijd neemt. In een eetstoorniskliniek leer je hoe je moet eten en je moet gedragen in een eetstoorniskliniek. Maar wat de kliniek mij niet leert, is hoe ik moet eten na de kliniek. Hoe ik me moet gedragen na de deuren van de kliniek. Wat ik moet doen als er geen aankomenseis meer is. Bij een gezond gewicht.

nawoord

De eetstoorniskliniekstructuur en -cultuur is naar mijn mening niet te verwezenlijken in de normale wereld. De maatschappij vraagt om eten wanneer die tijd er is. Eten waar je zin in hebt, wat toevallig in de bonus is, waar je toevallig voorbijloopt, wat de ander in huis heeft. Je kunt niet werken, het huishouden bijhouden en eetdwang naast elkaar laten bestaan. Geen 3-4 uur stilzetten met als enige doel eten (=6-7 eetmomenten van 30 minuten), dat kan simpelweg niet als je normale dingen wil doen zoals werken, dagbesteding of gewoon onbezorgd leven. De enige manier om ooit eetstoornisvrij te kunnen leven, is als eten zo normaal wordt, dat het structurele eten wegvalt in de dag, maar je wel gezellige momenten met eten met anderen kunt pakken. De maatschappij en de eetlijst zijn naar mijn mening niet langdurig met elkaar verenigbaar. Maar hoe ik moet eten binnen de maatschappij en hoe ik moet eten op mijn intuïtie, dat heeft nog nooit iemand mij geleerd. Maar gelukkig ben ik ook gewoon mens en hoop ik door mijn huidige leefpatroon dat die intuïtie komt en dat de maatschappij vervloeit in mijn leven. Dat ikzelf, met de hulp van therapie die niet gericht is op eten en gewicht, maar wel op controledwang, angsten en anders voelen, mijn eetstoornis leefbaar kan maken, tot ik ergens in mijn leven terugkijk en denk ‘hee, ik heb al zo lang geen eetstoornisgedachten gehad’. Met vallen en opstaan. Zonder duidelijk eindpunt. Maar wel ooit geen onderdeel meer van mijn leven.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.