Eten met een eetlijst / in een eetstoorniskliniek

Gepubliceerd op 16 juli 2026 om 14:42

Heb jij geen eetstoornis? Ga dan eens voor jezelf na: waarom eet jij? Ik durf met enige zekerheid te zeggen dat jouw eten gemotiveerd wordt door een van volgende punten.

  • Trek
  • Zin in een bepaald product. Omdat het lekker is.
  • Gezelligheid. Met je partner, je gezin, in een restaurant, met een groep, met een vriend(in)?
  • Weten dat je hard gesport hebt/hard zal sporten en je lijf dit nodig heeft
  • Omdat je bent opgestaan? Voor het werk even eten? Omdat je de energie nodig hebt om de dag vol te houden.

Motivatie voor iemand met een eetstoornis in een kliniek: het volgen van de eetlijst

Een volgende vraag: hoe gebonden is jouw eten aan tijd? Opnieuw mijn voorspelling:

  • Ontbijt en lunch zijn ongebonden of vast een pauzetijden.
  • Avondeten/diner heb je een ongeveer vaste tijd voor of je bent team ‘ik hou niet van vroeg eten’ en het hangt volledig van je dag af wanneer de maaltijd plaatsvindt.
  • Je timet niet hoe lang je exact eet en stopt ook niet exact na 30 minuten, ongeacht van je gevoel en van wat er nog op je bord ligt.
  • Jij eet geen sultana in 30 minuten, 5 minuten nadert de werkelijkheid meer.

Werkwijze voor iemand in een kliniek: op de minuut nauwkeurig de eetlijst volgen en dat gene op de eetlijst in exact 30 minuten opeten.

Nog een vraag: hoeveel eet jij? Voorspelling:

  • Je eet tot je vol zit.
  • Je schept op/maakt klaar naar hoeveel trek jij hebt. Daarom eet je meestal je bord leeg.
  • Je eet jezelf nooit misselijk omdat hetgeen wat op jouw bord ligt op moet.  

In de kliniek: op de kruimel nauwkeurig eet je op wat er op jouw lijst staat.

En dan nog een vraag: wat doe jij de eerste 30 minuten na jouw maaltijd? Voorspelling:

  • Maaltijden alleen > gewoon je leven voortzetten
  • Met anderen soms natafelen voor de gezelligheid.

Kliniek: geforceerd rusten onder supervisie van de socio's.

Een laatste vraag: wat voor een producten eet jij? Mijn laatste voorspelling:

  • Een aantal vaste producten die behoren tot je voorkeursvoeding.
  • Afhankelijk van de temperatuur en het seizoen.
  • Afhankelijk van met wie jij bent.
  • Misschien afhankelijk van de kortingen in de winkel.
  • Maar vooral gewoon waar je zin in hebt.

Kliniek: exact wat er op je lijst staat

Eetlijst

Zoals je net hebt kunnen lezen, is alles rondom eten in eetstoornisklinieken bepaald door de eetlijst. Naar trek en zin in producten bestaan hier niet (normale motivatie tot eten nummer 1 en 2). De eetlijst is alles beslissend en daarvan mag nooit worden afgeweken. Ik denk dat een eetlijst helpend kan zijn in het prille begin van het herstel. Veel patiënten zorgen al heel lang heel slecht voor zichzelf, dusdanig dat ze niet meer weten wat normaal is en wat niet. De voordelen van een eetlijst: een eetlijst ....

  • Zorgt voor voldoende energie en voedingsstoffen. Een eetlijst helpt om regelmatig en voldoende te eten, wat nodig is voor lichamelijk herstel, gewichtstoename (indien nodig) en het verminderen van lichamelijke klachten.
  • Biedt structuur en voorspelbaarheid. Vaste eetmomenten en afgesproken hoeveelheden verminderen de voortdurende keuzes rondom eten. Dit kan de mentale belasting en onzekerheid rondom maaltijden verminderen.
  • Doorbreekt eetstoornisgedrag. De eetlijst helpt patronen zoals maaltijden overslaan, extreem kleine porties eten of bepaalde voedingsmiddelen vermijden te doorbreken.
  • Bij anorexia nervosa worden honger- en verzadigingssignalen vaak verstoord. Een eetlijst zorgt ervoor dat voeding niet afhankelijk is van deze signalen of van de angstgedachten die de eetstoornis in stand houden.
  • Ondersteunt psychologisch herstel. Voldoende voeding is belangrijk voor de hersenen. Naarmate de voedingsstatus verbetert, nemen concentratie, emotionele regulatie en cognitieve flexibiliteit vaak toe. Hierdoor kunnen psychologische behandelingen, zoals cognitieve gedragstherapie, effectiever worden.
  • Maakt de voortgang inzichtelijker. Een eetlijst biedt een concreet uitgangspunt om samen met een diëtist of behandelaar te evalueren wat goed gaat en waar nog ondersteuning nodig is.
  • Helpt angst voor voedsel verminderen. Onder begeleiding worden vaak geleidelijk voedingsmiddelen toegevoegd die iemand spannend vindt. Door herhaalde blootstelling kan de angst voor deze producten afnemen.
  • Ondersteunt naasten en behandelaars. Een duidelijk voedingsschema maakt het gemakkelijker voor ouders, partners of andere begeleiders om passende ondersteuning te bieden zonder voortdurend te hoeven onderhandelen over eten.

'in de kliniek kreeg ik voor het eerst een eetlijst. dat is nu iets meer dan een jaar geleden. De eetlijst is inmiddels veranderd omdat ik nu een gezond gewicht heb en niet meer hoef aan te komen. Samen met mijn diëtist maken we steeds kleine veranderingen aan in de lijst. Nu eet ik nog steeds volgens mijn eetlijst. het geeft mij rust dat ik niet hoef na te denken over eten'. 

Maar de eetlijst schiet zijn doel voorbij naar mijn mening. Hier een lijstje van waarom de eetlijst bij mij niet-helpend was. 

  • ik werd enorm dwangmatig. Je dient de lijst te volgen op de kruimel nauwkeurig en op de minuut nauwkeurig. En dat is precies hoe er gegeten wordt in de kliniek. Exact op een bepaalde tijd wordt exact gegeten wat op de lijst staat. Hoe ga je van dit dwangmatige eetpatroon ooit weer naar vrij eten? Die omzetting is mij nooit gelukt. De eetlijst werd thuis gauw van standaard naar het maximum wat ik mocht en ik streepte steeds meer weg. Maar meer eten dan er op de eetlijst stond, dat kon ik niet. Ook kon ik niet omgaan met de standaard tijden. Zo kon het bijvoorbeeld gebeuren dat ik een milkbreak om 15.30 moest eten maar het al 15.33 was tegen de tijd dat ik die te pakken had. Dan was het te laat en mocht ik van mijn eetstoornis het pakje milbreaks niet meer opeten. totaal eetgestoord, i know, maar dat is wel wat de anorexia mij ingaf.
  • Je 'mag' niet eten wat je lekker vind of waar je zin in hebt. Maar ik had juist de behoefte om weer een gezonde relatie met eten aan te gaan, waarin ik gewoon kon eten wat ik lekker vind en kon laten wat ik niet lekker vind. Ook heb ik niet elke dag om exact 16.00 zin in een pakje sultana.
  • ik moest eten wat er op mijn lijst stond, maar ik heb een partiële maagparese. Mijn maag ledigt dus heel langzaam. De eetlijst is daar niet op aangepast. Hierdoor at ik mezelf continu misselijk. Hiermee leer je niet om naar je lichaam te luisteren. Ook kreeg ik een enorme weerzin in elke vorm van voeding omdat ik voeding met misselijk zijn associeerde. 
  • Wanneer er iets afweek raakte ik compleet in de stress. Bijvoorbeeld wanneer het eten 10 minuten later wordt opgediend. Of als het verkeerde smaakje vla er is of noem het maar op. Zo heb ik een keer oprecht heel hard gehuild omdat de alpro soya vanille op was terwijl die wel op mijn lijst stond. Blinde paniek. Die lijst was voor mij zo belangrijk als de bijbel is voor een gelovige. Afwijken kon niet.
  • Je mag maar 1 of 2 dingen kiezen die je niet lust, voor de rest moet je alles opeten als het op het menu zat. Vanuit mijn autisme heb ik veel moeite met een heleboel structuren. Vooral melige (bonen/aardappel) en zandkorrelige (peer) structuren trek ik erg slecht. Als dat avond in avond uit op je bord wordt gelegd, dan wordt mijn zin in eten volledig weggevaagd, terwijl ik eten super lekker kan vinden. Ja echt. 

'De eetlijst maakte ik zo genaamd samen met de diëtist. Daar was nauwelijks iets van waar. De diëtist bepaalde grotendeels wat er op die lijst moest komen. Ik kon wel kiezen uit wat verschillende tussendoortjes bijvoorbeeld, maar verder was het vooral haar lijst. In de kliniek voelde ik al de weerstand om de lijst te volgen. Nu ben ik 3 maanden uit de kliniek en heb direct de eetlijst meteen de deur uit gedaan. En weet je wat? Het gaat een stuk beter nu'.

'ik vind eetlijsten zo gestoord. je kunt toch niet van iemand verwachten dat ze elke dag hetzelfde eet op dezelfde tijd. noem een persoon zonder eetstoornis die dat doet'.

Normale eetmotivatie nummer 2: omdat je het lekker vindt/er trek in hebt

Een eetstoornis geeft jouw brein gedachtes (sommigen zeggen een stem, ik kan eetstoornisgedachtes niet onderscheiden van elke andere gedachtestroom). Het heeft een oordeel over een product, bijvoorbeeld ‘dit product is enorm vet en mag niet gegeten worden’. Na verloop van tijd verandert die gedachte in ‘dat product mag niet gegeten worden’ wat verbastert naar ‘ik lust het niet’, een oprechte overtuiging die zelf moeilijk te onderscheiden is van producten die je door smaak niet lust. De tip, nagaan of je iets als kind al niet lustte, kan enorm helpen. Ook leerde ik als kind al dat je dingen een aantal keer moet proeven om te kunnen concluderen dat je het echt niet lust. Ik ben dus zeker geen voorstander van iedereen in de kliniek enkel voorschotelen wat diegene lust omdat dit onbetrouwbaar is. Maar voor mij werkte deze aanpak gewoon niet. Constant eten wat ik niet lustte maakte mijn afstand tot een normaal eetpatroon alleen nog maar groter. 

Ik zeg trouwens niet dat ik nooit meer iets eet of drink wat ik niet lust. Sommige dingen accepteer ik en zie ik als medicijn of zijn een medicijn. Nutridrink is hier een goed voorbeeld van. Ik vind ze echt niet lekker, maar ik heb de voedingsstoffen simpelweg nodig. Wel maak ik het mezelf makkelijker door ze te vermengen met sojamelk, waardoor de smaak veel minder sterk wordt en de consistentie dunner. Ook movicolon ontkom ik niet aan, 6 zakjes per dag. Ik kan gelukkig wel stellen dat ik aan deze smaken gewend ben geraakt en ze niet verafschuw, maar lekker is anders.

Normale eetmotivatie nummer 3: eten als onderdeel van gezelligheid

8 Meiden (soms wat meer, soms wat minder) aan een tafel staat gelijk aan een grote gezelligheid aan tafel? Niet in een eetstoorniskliniek. De sfeer is ronduit vreselijk. Iedereen die daar zit, wil dat bord eten niet. Is bezig met zijn eigen paniek temperen. De borden worden opgeschept en voor onze neuzen gezet (of onder nauwlettend oog van de sociotherapeuten aan tafel opgeschept door onszelf). Bij de aftrap kan het eten beginnen. Eten met heel veel geschreven regels door de kliniek en ongeschreven regels die je binnen no time leert.

Ten opzichte van jouw medepatiënten gelden een aantal regels:

  • De opscheplepels of porties bij anderen mogen niets afwijken van jouw eigen. Dat is oneerlijk. Als pietje een lepel heeft die een erwtje groter klaasje, dan is daar soms stil maar vaak hardop protest. Zeker wanneer het iets meer scheelt dan een erwtje.
  • Iedereen is jaloers op degene met een caloriearm product (bv vega met veel minder dan vlees). De meeste voelen een gevoel van onrecht als zij meer calorieën/vet/suikers/anderszins eetstoornisonvriendelijke dingen moeten eten dan anderen. Want hallo, gisteren hadden de vega’s al een gepaneerde burger en de vleeseters niet en vandaag weer, dat is gewoon niet eerlijk.
  • Nooit mag jij degene zijn die het snelst eet, dus je moet andere borden in de gaten blijven houden. Met haviksogen. Alle 8 patiënten weten van elkaar wat wanneer op hun bord ligt. 
  • In sommige opnames heb ik meegemaakt dat er een soort onderlinge competitie was wie het meeste eten weg kon smokkelen. Voor mensen die denken, wat is dat nou weer. eten wegsmokkelen betekent dat je het verstopt (in zakken/sjalen/onder de stoel/in de vensterbank/in de bloempot/iets anders creatiefs) om het later weg te gooien. Zo kon je toch mooi 3 nootjes minder eten. dikke winst. 

De sociotherapeuten doen pogingen om gesprekjes te starten. Een aantal patiënten poogt mee te doen met het onderwerp. De rest is begraven in zijn eigen bord of zijn eigen gedachten.
Bovenal, alles is geforceerd en gespannen. Alleen daarom wilde ik altijd al weg. Deze sfeer kan ik haast niet uitleggen. Alle haviksogen die schieten van bord naar bord en van persoon naar persoon. Gewiebel. Angstige blikken naar het bord. Angstige blikken naar elkaar. Letterlijk iedereen die daar zit, zit daar omdat het van ze verwacht wordt, maar iedereen wil daar zo snel mogelijk weg. Soms schieten de stoppen door bij iemand, uit spanning of uit gevoel van onrecht. Boosheid gevolgd door weglopen. De sfeer die dan aan die tafel heerst, het woord ijzig dekt de lading niet.

‘ik vond het enorm triggerend dat anderen constant op mijn bord keken hoe ik at’

'Ik ben het eten nog moeilijker gaan vinden met anderen om mij heen door de kliniek. Het ongemak die je voelt als 10 paar ogen continu de groep aan het scannen waren. Altijd aan het opletten waren hoe en wat ik at. De spanning die heerste. Nee, het eten in een groep roept nu alleen maar spanningen op. ‘

‘doordat anderen mij zo bleven beoordelen aan tafel, ging ik maar eten zoals de anderen. Toen ik nog thuis was vond ik het avondeten makkelijker dan toen ik in de kliniek zat’.

‘door al die blikken op mijn bord was ik altijd bang dat ik het te goed deed. Dat ik niet in deze groep hoorde. Dat ik niet ziek genoeg was. Daarom ging ik de mensen aan tafel nadoen en werd mijn gedrag steeds eetgestoorder’.

‘Ik zag dat de mensen in de kliniek ook manieren gaan zoeken om zo comfortabel mogelijk te kunnen eten, bijvoorbeeld door alles in kleine stukken te snijden of perfect te besmeren met een egaal heel dun laagje, etc. Ik vroeg mij vaak af, zouden ze dat thuis tijdens verlof ook doen?’

Ik weet niet of dit voor mensen die hier nooit mee te maken hebben gehad een uitleg behoeft, om het echt te begrijpen denk ik van wel. Of iemand nu in een kliniek zit omdat hij/zij zelf een verwijzing heeft gevraagd bij de (huis)arts, of omdat iemand een rechterlijke machtiging heeft en geforceerd wordt tot behandeling, de volgende regel geldt bijna altijd. Iedereen zit daar om beter te worden, om te herstellen in gewicht, om het eten te normaliseren. Maar in het moment wil (bijna) niemand echt eten, wil (bijna) niemand tegen de beweegdrang ingaan en wil (bijna) niemand echt aankomen. Hersteld zijn is een fantastisch vooruitzicht. Herstellen is een lelijk en naar proces van tegen je eigen intuïtie en tegen je lang bestaande regels en normen ingaan. Of zoals ik zelf wel eens zei: ik wou dat ik de tijd vooruit kon zetten, zodat ik wel mijn eetstoornis achter me gelaten heb, maar geen behandeling aan hoef te gaan. Leren eten zonder echt te eten. Een gezond lichaam krijgen, zonder de groei/het aankomen te zien. Het doel behalen zonder de weg.

Daarbij is er sprake van een groep. In bovenstaande alinea staat een paar keer '(bijna)'. Dit staat er bewust, omdat er ook echt patiënten zijn die wel actief willen eten op normale wijze, zichzelf willen limiteren in bewegen en aankomen positief labelen, niet alleen in het grote beeld, maar ook in het moment. Maar groepsgedrag is menselijk, je willen vormen naar een groep is menselijk. En de norm van de groep, is wat hierboven staat. Ik ga nu voor mijzelf spreken, omdat ik dit niet over iedereen kan zeggen. Wat er bij mij gebeurde, is dat ik mij in negatieve zin aanpaste aan de groep. Een voorbeeld wat ikzelf vertoonde, maar ook menig patiënt heb zien vertonen, is het aanpassen van de eetsnelheid. Toen ik thuis at, at ik te weinig, maar ik at wel op een normaal tempo. Ik had 10 minuten, soms 15 minuten nodig voor een eetmoment, maar echt nooit meer. Tijdens eetmomenten in de kliniek werd ik de eerste keren raar aangekeken, toen ik mijn bestek neerlegde na 15 minuten. Overal om mij heen waren de borden nog vol. Soms nauwelijks aangeraakt, soms alles heen en weer geschoven, soms een waar kunstwerk van het bord gemaakt door alles perfect neer te leggen, wat dat dan ook betekenen mogen. Ik vond dit bizar gedrag maar ik werd afgerekend op mijn normale gedrag door alle blikken. Maar vooral tijdens het evaluatiemoment na het eten, waarin een aantal meiden aangaven veel te snel te hebben gegeten, terwijl zij die hele 30 minuten die staan voor het eetmoment hadden gebruikt, voor een maaltijd die ik traag etend in 15 minuten had weggewerkt. Hiermee werd hardop gezegd dat ik afweek van de norm, althans dat is hoe ik het vertaalde. Dit resulteerde in langzamer eten, tot ik na enkele weken zelf die volledige 30 minuten nodig had. In eerste instantie om niet af te gaan in de groep. Maar na een week of twee zat dat gedrag in mijn systeem en deed ik het niet meer om de groep, maar omdat deze eetwijze bij kliniek hoorde. Thuis ging mijn eetsnelheid als een malle omhoog. Tot de volgende kliniekopname, toen leerde ik weer mijn normale tempo af. Na twee kliniekopnames, kon ik dit voorspellen, en paste ik mijn eetsnelheid al bij de eerste maaltijd aan. In elke opname bij elke kliniek die volgde. En overal waar ik kwam, was dit opnieuw de norm. Dit is een groots voorbeeld, maar het zit hem ook in kleinere dingen. Zo is een wandeling gelimiteerd in een aantal minuten. Afhankelijk van waar je bent opgenomen en hoever je bent in het proces. In het begin wandelde ik een ronde waarvan ik zeker wist dat ik binnen de tijd terug zou zijn. Al gauw had dit een aanpassingspatroon gelijk aan de eetsnelheid, mijn wandelingen werden niet maximaal (voorbeeld) 15 minuten, nee ze werden op de seconde nauwkeurig 15 minuten en later zelfs een minuutje of twee minuutjes langer, omdat daar niets van gezegd werd. Puur omdat iedereen het deed. En zo zijn er tal van voorbeelden.

‘Sommige kregen extra tijd, 5 a 10 min per maaltijd, via de behandelaar omdat zij beweerden niet binnen 30 minuten te kunnen eten. Tja.. als je eerst een kwartier erover doet om je bord te rangschikken en daarna pas je eerste hap te nemen.. maar daar werd dan nooit wat van gezegd. Probeer dan maar jezelf te vermannen om dat tafereel niet ook over te nemen’

Is dan alles in een eetstoorniskliniek negatief? Nee hoor, er zitten echt ook positieve aspecten aan eten in een groep. Voordelen:

  • Meer structuur, regelmaat en een stok achter de deur. Maaltijden vinden plaats op vaste tijden en volgens een vooraf afgesproken eetlijst. Dit vermindert de ruimte voor de eetstoornis om maaltijden over te slaan of uit te stellen.
  • Eetmomenten zijn afgebakend. Ze starten op een bepaalde tijd en stoppen ook op een bepaalde tijd. Zo zit je niet een heel uur achter een kommetje yoghurt. 
  • Professionele begeleiding tijdens de maaltijd. Behandelaars of sociotherapeuten kunnen ondersteunen bij spanning, helpen omgaan met moeilijke gedachten en ingrijpen wanneer dat nodig is.
  • Veilige en voorspelbare omgeving. De focus ligt op herstel. Er zijn duidelijke afspraken rondom eten en de omgeving is ingericht om herstel te ondersteunen. Wel werd ik steeds beter in onzichtbaar de regels breken, en daar was ik echt niet de enige in.
  • Minder mogelijkheden voor eetstoornisgedrag. Door toezicht en duidelijke regels is het vaak moeilijker om maaltijden te vermijden, porties te veranderen of ander compenserend gedrag tijdens of direct na de maaltijd uit te voeren.
  • Steun van lotgenoten. Samen eten met anderen die vergelijkbare uitdagingen hebben kan gevoelens van eenzaamheid verminderen en herkenning bieden. Vooral de eerder genoemde (bijna)-groep hebben echt steun aan de anderen binnen die groep.Tegelijkertijd is goede begeleiding belangrijk om onderlinge vergelijking te beperken.
  • Directe hulp bij moeilijke momenten. Als angst, schuldgevoel of paniek tijdens of na een maaltijd toenemen, is er meteen ondersteuning beschikbaar.
  • Consistente aanpak. Alle behandelaars werken volgens hetzelfde behandelplan, waardoor de begeleiding rondom maaltijden voorspelbaar en eenduidig is.
  • Minder druk op naasten. Thuis kunnen maaltijden leiden tot spanningen of conflicten binnen het gezin. In de kliniek nemen professionals een deel van deze begeleiding over, waardoor relaties thuis tijdelijk kunnen ontlasten.
  • Oefenen met opnieuw normaler eten. Tijdens en na de maaltijd wordt geoefend met vaardigheden om spanning te reguleren, eetstoornisgedachten uit te dagen en geleidelijk flexibeler met eten om te gaan.

 

Conclusie

Aan het begin van dit stuk, heb ik geschetst wat in mijn ogen normale motivaties zijn om te eten. Ik hoop dat je door het lezen van dit stuk ook concludeert dat deze normale vormen van motivatie tot eten niet gelden in een eetstoorniskliniek. De voornaamste motivatie in die kliniek voor mij was vooral moeten eten (als regel uit de kliniek maar ook omdat je het niet maken kunt voor anderen om weg te blijven, zij strijden immers tegen hetzelfde en zijn er wel) omdat het weer op die verdomde * lijst stond en ik op tijd diende te zijn, dus dan ging ik maar weer, met enorme tegenzin en enorm veel spanning. Normale motivatie vervangen door plicht en groepsgevoel.

Thuis is deze plicht er niet. Maar de weerstand is wel opgebouwd door al die vreselijke eetmomenten. Nul intrinsieke motivatie (eten omdat ik vind dat ik moet eten), de excentrieke motivatie (eten omdat het moet van anderen maar ook steun en structuur door de groep) valt weg bij verlaten van de kliniek. Dit betekent voor mij dat ik mijn oude gedrag terug had, zo gauw de kliniekdeur achter mij sloot. Ik ben weer terug bij af, maar wel met een aantal kilo’s aan mijn lijf geplakt. Mijn doel thuis is dan ook vaak die kilo’s er weer zo snel mogelijk afkrijgen en nooit meer tegen mijn zin in te eten. Voor mij werkte deze aanpak dus gewoon niet. Maar er zijn genoeg mensen die de eetlijst mee naar huis nemen en hem wel blijven volgen. Hoe het echt met ze afloopt weet ik niet, ik heb in principe bewust geen contact meer met kliniekgenootjes. 

Wat hielp mij dan wel

Ik heb wel gebruik gemaakt van mijn eigen duidelijkheid rondom eten om uiteindelijk beter te worden. Afspraken die ik zelf heb gemaakt met mezelf. Doordat deze regels uit mijzelf kwamen en niet werden opgelegd, lukte het me wel om hieraan te voldoen. Hierdoor kwam ik aan in een veel trager beloop dan in een kliniek. Dat hielp mij, ik kon het snelle veranderen simpelweg niet aan. Niet alleen het vele eten maar ook de snelle verandering van mijn lijf werkten voor mij funest. Mijn eigen regels heb ik wel klinisch uitgevoerd maar op een hic (high intensive care in de psychiatrie) van een algemene psychiatrische kliniek. Hierdoor had ik wel eetmomenten op bepaalde tijden maar zonder de druk en nadelen die er voor mij wel waren in een eetstoorniskliniek. Er was wel een stok achter de deur om te eten, maar niemand legde het me op. Ik legde het mezelf op. En de eetmomenten daar waren een moment om gezellig te kletsen, zo anders dan in een eetstoorniskliniek. In een eetstoorniskliniek draait een maaltijd om eten, op de hic draaide het eten om gezellig kletsen. 

Uiteindelijk heb ik 11 maanden nodig gehad om een gezond gewicht te bereiken. 11 maanden me houden aan mijn eigen gemaakte regels. Iets wat in een kliniek ook wel in 6 maanden moet hebben gekund. En ik heb het vastgehouden. Tot het gezonde gewicht. En nu heb ik maar 2 regels rondom eten: ik eet 3 hoofdmaaltijden en tussendoor alles waar ik zin in heb. Soms niets, soms 2 of 3 tussendoortjes. Gewoon naar behoefte. Ik zit nu bijna 2 maanden op een gezond gewicht en zet dit gewoon voort. En eindelijk kan ik zeggen: 'ik had een eetstoornis'. Ben ik dan helemaal genezen? nee, maar ik denk dat ik nooit echt helemaal genees. Dat vertekende lichaamsbeeld gaat voorlopig niet weg. En kleine hapjes met veel calorieën geven toch een unheimlich gevoel. Maar het belemmert me nauwelijks meer. 

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.

Maak jouw eigen website met JouwWeb