"Je moet je angst onder ogen zien."
Het is een uitspraak die veel mensen kennen, maar die mij vaak moedeloos maken. Wanneer je een trauma, angststoornis of dwangstoornis hebt, is vermijden juist heel begrijpelijk. Alles in je lichaam zegt dat je uit de buurt moet blijven van wat spanning oproept. Alles schreeuwt GEVAAR! Toch is vermijden precies wat de angst vaak in stand houdt. Daarom is exposuretherapie één van de meest effectieve behandelingen voor verschillende angst- en traumagerelateerde klachten.
Wat is exposuretherapie?
Exposuretherapie is een behandelvorm waarbij je stap voor stap wordt blootgesteld aan situaties, herinneringen, gedachten of gevoelens die je normaal gesproken uit de weg gaat. Dat gebeurt altijd onder begeleiding van een behandelaar en in een tempo dat past bij jouw situatie. Het doel is niet om je te laten lijden, maar om je brein te leren dat de gevreesde situatie niet zo gevaarlijk is als hij aanvoelt.
Door de confrontatie niet uit de weg te gaan, krijgt je hersenen de kans om nieuwe ervaringen op te doen. Je leert dat angst vanzelf weer afneemt, zonder dat je hoeft te vluchten of jezelf veilig hoeft te stellen.
Wanneer je angst ervaart, lijkt de angst eeuwig, totdat je de gevaarlijke situatie hebt vermeden. Maar in werkelijkheid is dat helemaal niet zo. In werkelijkheid is het altijd een parabool. Op de top, de piekspanning, lijkt het uitzichtloos en wil je alleen maar weg, maar die top die vlakt al vrij snel af wanneer het gevaar eigenlijk geen gevaar is. Vermijden daar en tegen werkt juist stressverhogend. Wanneer je op je piekspanning zit en dan besluit je angst uit de weg te gaan, dan leert je hoofd: 'ik ben veilig zo lang ik de situatie maar vermijd;. In geval van een giftige slang, best handig, maar erg vervelend als het gebeurt bij dingen in het normale leven, waarvoor je geen angst zou hoeven te ervaren.Angst en vermijding creëeren een vicieuze cirkel. De situatie/gedachte doet zich voort > angst > vermijden > je hoofd krijgt het signaal 'goed dat je bent gevlucht, daardoor is de angst weg > in volgende situatie nog meer angst. Exposure therapie doorbreekt deze cirkel.
Bij welke klachten wordt exposuretherapie gebruikt?
Exposuretherapie wordt onder andere toegepast bij:
- posttraumatische stressstoornis (PTSS);
- sociale angst;
- paniekstoornis;
- specifieke fobieën;
- obsessieve-compulsieve stoornis (OCD);
- gezondheidsangst.
Ook bij sommige vormen van eetstoornissen wordt exposure ingezet. Denk bijvoorbeeld aan het oefenen met gevreesde voedingsmiddelen, eten in sociale situaties of het loslaten van controlegedrag rondom eten. Het doel is ook hier om de angst geleidelijk af te laten nemen en weer meer vrijheid te ervaren.
Exposure therapie bij een angststoornis
De behandeling begint met het in kaart brengen van de situaties die angst oproepen. Vervolgens maak je samen met de therapeut een stappenplan: van minder spannende situaties naar de moeilijkste.Een soort piramide van angsten. Dit kunnen dingen zijn maar ook gedachten. Bijvoorbeeld iemand met een spinnenfobie kan beginnen met het bekijken van foto's van spinnen. Daarna volgt misschien een filmpje, vervolgens een spin in een afgesloten bak en uiteindelijk een spin van dichtbij.Tijdens de hele behandeling is de therapeut aanwezig om je te begeleiden en te ondersteunen.
Veel mensen denken dat exposure bedoeld is om de angst weg te nemen. Dat is niet helemaal juist. Het belangrijkste doel is dat je brein leert dat angst niet gevaarlijk is. Je ontdekt dat je spanning kunt verdragen en dat de gevreesde ramp meestal uitblijft. Na verloop van tijd neemt de angst vaak vanzelf af. Maar zelfs wanneer er nog spanning aanwezig is, ervaar je dat die niet langer de controle over je leven hoeft te hebben. Het is in het begin dus niet per se de angst die afneemt maar het vertrouwen dat de angst niet gevaarlijk is waardoor vermijding niet meer nodig is.
Exposure therapie bij PTSS
Bij een posttraumatische stressstoornis (PTSS) ziet exposure therapie er anders uit dan bij bijvoorbeeld een spinnenfobie of hoogtevrees. De angst zit namelijk niet alleen in een situatie in het heden, maar vooral in een herinnering uit het verleden. Veel mensen met PTSS proberen die herinnering koste wat kost te vermijden. Ze denken er liever niet aan, vermijden plaatsen of mensen die eraan herinneren, of proberen gevoelens weg te drukken. Dat is begrijpelijk, want het trauma voelt vaak alsof het ieder moment opnieuw kan gebeuren.
Tijdens exposuretherapie wordt de traumatische herinnering juist stap voor stap opgezocht. Dit gebeurt in een veilige behandelomgeving en altijd onder begeleiding van een therapeut. Je vertelt de traumatische gebeurtenis meerdere keren zo gedetailleerd mogelijk, vaak in de tegenwoordige tijd. Daarbij besteed je aandacht aan alles wat je destijds zag, hoorde, voelde, dacht en rook.
Dat kan in het begin ontzettend heftig zijn. Veel mensen zijn bang dat ze overspoeld zullen raken of dat de herinnering alleen maar erger wordt. In de praktijk gebeurt vaak het tegenovergestelde. Doordat je de herinnering herhaaldelijk oproept zonder dat er opnieuw gevaar ontstaat, leert je brein langzaam dat de gebeurtenis voorbij is. De herinnering blijft bestaan, maar verliest geleidelijk haar overweldigende emotionele lading.
Bij PTSS wordt vaak ook exposure in vivo ingezet. Hierbij ga je bewust terug naar plaatsen, situaties of activiteiten die je bent gaan vermijden sinds het trauma. Denk aan weer autorijden na een ernstig verkeersongeval, boodschappen doen na een overval of een drukke plek bezoeken nadat je daar een traumatische ervaring hebt meegemaakt. Door deze situaties opnieuw aan te gaan, ervaar je dat het heden niet hetzelfde is als het verleden.
Het doel van exposuretherapie bij PTSS is niet om de traumatische gebeurtenis te vergeten. Dat zal meestal ook niet gebeuren. Het doel is dat de herinnering weer een herinnering wordt, in plaats van een ervaring die telkens opnieuw beleefd wordt alsof zij zich in het hier en nu afspeelt. Veel mensen merken na verloop van tijd dat zij minder last hebben van herbelevingen, nachtmerries en vermijdingsgedrag. Daardoor ontstaat er weer ruimte om het leven op te pakken, zonder voortdurend gevangen te zijn in het verleden.
Exposure therapie bij OCD
Bij een obsessieve-compulsieve stoornis (OCD) is exposuretherapie een van de meest effectieve behandelingen. Bij OCD draait het niet zozeer om angst voor een concrete situatie, maar om opdringende gedachten (obsessies) en de dwanghandelingen (compulsies) die iemand uitvoert om die angst of spanning te verminderen. Iemand met OCD kan bijvoorbeeld bang zijn om anderen te besmetten, een fout te maken, brand te veroorzaken of iemand kwaad te doen. Om die angst te verminderen worden dwanghandelingen uitgevoerd zoals repeterdende handelingen of bepaalde gedachten herhalen.
Bij OCD bestaat de behandeling meestal uit Exposure en Responspreventie (ERP). Dat betekent dat je jezelf bewust blootstelt aan de situatie die angst oproept, terwijl je de gebruikelijke dwanghandeling juist níét uitvoert.
Een voorbeeld is iemand met smetvrees die een deurklink aanraakt en vervolgens niet direct zijn handen mag wassen. Of iemand die bang is de voordeur niet goed te hebben afgesloten en leert weg te lopen zonder nog tien keer terug te gaan om te controleren. In het begin loopt de spanning vaak flink op. Dat is precies wat het brein verwacht: als ik mijn dwanghandeling niet uitvoer, gaat er iets mis.
Door de dwanghandeling achterwege te laten, ontdekt het brein dat de angst na verloop van tijd vanzelf weer afneemt en de gevreesde ramp blijft uit. Zo leert het brein dat de dwanghandeling eigenlijk niet nodig is om veilig te blijven.
ERP kan ook worden toegepast bij zogenoemde mentale compulsies. Sommige mensen voeren hun dwang namelijk niet zichtbaar uit, maar in hun hoofd. Ze herhalen bijvoorbeeld woorden, bidden, analyseren situaties eindeloos of proberen ongewenste gedachten weg te drukken. Ook deze mentale rituelen houden OCD in stand. Tijdens de behandeling leer je deze gedachten toe te laten zonder erop te reageren of ze te neutraliseren.
Het uiteindelijke doel van de behandeling is niet dat er nooit meer obsessieve gedachten opkomen. Vrijwel iedereen heeft weleens vreemde of angstige gedachten. Het verschil is dat iemand zonder OCD die gedachten weer laat gaan. Exposure en responspreventie helpt mensen met OCD om precies dat weer te leren: een gedachte te laten bestaan zonder ernaar te handelen. Daardoor verliezen de obsessies en dwanghandelingen geleidelijk hun grip op het dagelijks leven.
Is exposure therapie zwaar?
Ja, exposure therapie vraagt enorm veel van je. Je kiest er bewust voor om situaties op te zoeken die je normaal gesproken koste wat kost zou vermijden. Dat vraagt moed en doorzettingsvermogen. Juist daarom wordt exposure altijd zorgvuldig opgebouwd. Je wordt niet zomaar 'in het diepe gegooid'. Goede exposuretherapie is maatwerk. De therapeut houdt rekening met jouw tempo, belastbaarheid en veiligheid. De tijdelijke toename van spanning is onderdeel van het herstelproces. Veel mensen merken dat de angst tijdens een oefening eerst stijgt, daarna een tijd stabiel blijft en uiteindelijk vanzelf weer afneemt.
Misvatting
Sommige mensen denken dat exposure betekent dat je simpelweg "door je angst heen moet". Dat is niet wat exposuretherapie is. Het gaat niet om jezelf forceren of overspoelen. Het gaat om gecontroleerd oefenen, zodat je brein nieuwe ervaringen kan opslaan. Juist die herhaalde veilige ervaringen zorgen ervoor dat angst langzaam minder bepalend wordt.
Mijn ervaring
Zoals ik al eerder in. een blog heb geschreven heb ik last gehad van smetvrees en van agorafobie. Mijnsmetvrees is aangepakt met behulp van exposure therapie. Ik geloofde helemaal niet dat dat ging werken.Mijn smetvrees was vooral een handenwasritueel die me 10 minuten kostte om mijn handen te wassen en die ik zo vaak uitvoerde dat mijn handen open lagen. Ik heb geoefend door steeds meer 'enge' dingen aan te raken zonder de tube alcoholgel erbij te pakken. Winkelwagentjes, toetsenborden, deurklinken. Dingen die ik niet meer voor mogelijk hield.. Allemaal met zeer nauw contact met mijn therapeut. Toen ik merkte dat die dingen mij minder spanning gaven, begon ik mezelf steeds meer uit te dagen. Uiteindelijk ging het enorm rap. Het lukte steeds vaker en langer om mijn handen niet te wassen. En nu? ik was nog altijd mijn handen vaker dan gemiddeld en heb op alle strategische plekken in mijn huis een flesje handenalcohol MAAR het belemmert me niet meer. Het is het even gauw mijn handen wassen als ik iets niet proper heb aangeraakt. Ook verga ik niet meer van de spanning als wassen even niet kan. De therapie werkt. Mijn behoefte tot desinfecteren is niet weg. De angst die eraan gekoppeld was wel. En dat is uiteindelijk waar het om gaat.
Reactie plaatsen
Reacties