Overprikkeling is iets wat voor mij onlosmakelijk verbonden is met mijn autisme. Het is moeilijk uit te leggen aan iemand die het zelf niet ervaart, omdat het van buitenaf soms helemaal niet zo heftig lijkt. Misschien zit ik gewoon stil. Misschien zeg ik weinig. Misschien zie je helemaal niets bijzonders aan mij. Maar vanbinnen kan het voelen alsof mijn hoofd op ontploffen staat.
Wat is overprikkeling?
Iedereen krijgt de hele dag door prikkels binnen. Geluiden, licht, geuren, aanrakingen, gesprekken, bewegingen, gedachten en verwachtingen. Mijn brein verwerkt die informatie alleen anders dan mensen zonder autisme, vanaf nu neurotypische mensen genoemd. Wanneer er te veel prikkels tegelijk binnenkomen of te lang achtereen prikkels binnenkomen, kan mijn systeem het op een gegeven moment simpelweg niet meer bijhouden. Een geluid dat normaal gesproken prima te verdragen is, kan ineens verschrikkelijk hard binnenkomen. Een lamp kan opeens irritant fel zijn. Een gesprek voeren kan voelen als een enorme opgave. Zelfs een simpele vraag beantwoorden kan op zo'n moment te veel gevraagd zijn. Laatst vroeg iemand wat mijn achternaam was, toen ik enorm overprikkeld was en ik moest daar echt over nadenken. Klinkt dat extreem? Klinkt dat als klinklare onzin? Dat snap ik, maar overprikkeling is ook extreem. Mijn hersenen kunnen echt niet meer verwerken wat je nu eigenlijk vraagt en welk antwoord daaraan gekoppeld dient te worden.
Het is een beetje alsof mijn emmer steeds verder gevuld wordt. Een paar druppels zijn geen probleem. Nog een paar ook niet. Maar als er maar genoeg druppels bijkomen, loopt de emmer uiteindelijk over. En als je in een keer de kraan openzet, dan overspoelt de emmer binnen no time. Mijn brein is dan zo in error, dat normaal nadenken en/of andere prikkels verwerken echt niet meer gaat. En dat is overprikkeling.
Het is lang niet altijd zo dat ik kan aanwijzen: dit was de oorzaak. Er zijn momenten waarvan ik van tevoren weet dat dit tot overprikkeling gaat leiden. Harde geluiden/muziek, een drukke omgeving, fel licht, snelle temperatuurschommelingen. De grote dingen. Maar soms komt het ook heel onverwachts. Dan lijkt het prima te gaan en van het ene op het andere moment heb ik een geroosterd brein. Het is dan de druppel die de emmer deed overlopen maar die me niet eens echt was opgevallen.
Er zijn omstandigheden waar ik sneller of juist minder snel overprikkel. Het meest ideaal voor mij is een dag alleen, met 1 of 2 afspraken van maximaal 2 uur. Een helemaal lege agenda ga ik ook niet goed op, maar meer dan 4 uur mensen om me heen waarmee ik moet communiceren of waarnaar ik moet luisteren trekt mijn brein niet.
Wanneer dingen onverwacht veranderen, is mijn brein enorm vatbaar voor prikkels. Alsof de emmer ineens een stuk kleiner is geworden en zo dus veel sneller overstroomt. Ook na een nacht slecht slapen raak ik prikkelbaar van. Ik moet het helaas vaak nog altijd doen met 4 uur slaap per nacht. Minder dan dat kan ik erg slecht hebben. Dan sluit ik mezelf in mijn huis op, omdat ik de wereld niet aan kan. Dit is niet overdrijven. Dit is niet zeuren. Ik wou dat het anders was. Het is de werkelijkheid.
Hoe voelt overprikkeling?
Dat verschilt per keer, maar ik herken inmiddels steeds beter wanneer ik mijn grens bereik. Ik kan hoofdpijn krijgen of een soort druk in mijn hoofd voelen. Denken wordt moeilijker. Woorden komen minder makkelijk. Ik kan sneller geïrriteerd raken of juist emotioneel worden.Soms wil ik helemaal niemand meer horen of zien. Soms wil ik alleen maar weg. En soms klap ik volledig dicht.
Het gekke is dat ik aan de buitenkant misschien nog heel normaal kan lijken. Ik kan stil zijn en rustig zitten, terwijl er vanbinnen juist ontzettend veel gebeurt. Dat vind ik soms lastig om uit te leggen. Want overprikkeling is niet altijd zichtbaar. Maar als je van buiten niets ziet verwacht men dat ik uitleg wat er in ijn hoofd gebeurt. Maar als ik een ding niet kan op het moment dat ik overprikkeld ben, dan is het wel uitleggen dat ik overprikkeld ben en wat dat inhoudt.
Ik kan niet gewoon 'even doorzetten'
Dat is misschien wel een van de grootste misverstanden. Als ik overprikkeld ben, betekent dat niet dat ik geen zin heb om mee te doen. Het betekent niet dat ik me aanstel. Het betekent ook niet dat ik expres ongezellig doe. Mijn systeem zit simpelweg vol. Als ik dan toch doorga omdat ik denk dat ik moet, wordt het meestal alleen maar erger. Dan kan een kleine prikkel ineens genoeg zijn om me volledig over de grens te duwen.
Ik heb daarom steeds meer geleerd dat ik mijn grens serieus moet nemen. Dat ik ervoor zorg dat ik niet op de piek handel, maar wanneer ik voel dat de emmer nog maar een klein randje over heeft. Maar dat vind ik onwijs lastig. Enerzijds omdat ik het vaak slecht aanvoel. Ik voel het vaak pas als heet water de emmer al uitgutst. Ik ben van mezelf nieuwsgierig en enthousiast waardoor ik regelmatig toch wel een hoop prikkels opzoek. Anderzijds vind ik het ook moeilijk om aan te geven bij neurotypische personen dat ik mijn grens heb bereikt, terwijl hij/zij/hun juist net gezellig met elkaar bezig zijn. Je wil niet altijd degene zijn die zegt 'sorry, ik moet gaan, mijn hoofd zit vol'.
Wat helpt als ik overprikkeld raak?
Het belangrijkste wat mij helpt, is eigenlijk heel simpel. Zo min mogelijk prikkels en wachten tot het wegzakt. Het liefst lig ik in het donker in foetushouding met helemaal niets. Wachten tot de storm gaat liggen. Tot de emmer weer leeg is. Geen televisie. Geen telefoon. Geen gesprekken. Geen muziek. Geen poging om mezelf ondertussen productief bezig te houden. Gewoon donker, rust en wachten. Dit als de overprikkeling extreem is. Als de emmer echt overloopt. Wanneer de emmer erg vol is, maar nog niet overloopt, dan is een bezigheid in mijn eentje thuis het fijnste. Zo luister ik graag naar een boek en maak ik van microbrics modelgebouwen. Dit is erg fijn om te ontprikkelen.
Dat klinkt misschien alsof ik helemaal niets doe, maar voor mij is dit juist iets heel actiefs: ik geef mijn brein de mogelijkheid om alle prikkels weer te verwerken. Ik hoef het op dat moment niet op te lossen. Ik hoef niet te bedenken waarom ik overprikkeld ben geraakt. Ik hoef mezelf niet bij elkaar te rapen. Ik hoef alleen maar te wachten tot mijn systeem weer wat rustiger wordt. Soms duurt dat even. En soms duurt het behoorlijk lang. Maar uiteindelijk zakt het weer.
Rust is geen luxe
Dit is iets wat ik mezelf steeds opnieuw moet leren. Rust nemen voelt soms alsof ik tijd verlies. Alsof ik iets anders had moeten doen. Alsof ik sterker zou moeten zijn en gewoon door zou moeten gaan. Me niet zo moet aanstellen. Maar als ik mijn overprikkeling negeer, ben ik uiteindelijk vaak veel langer uit de running. Dan heb ik niet alleen een half uurtje rust nodig, maar de rest van de dag. Dus probeer ik rust steeds minder te zien als iets wat ik moet verdienen. Rust is geen beloning. Rust is soms gewoon noodzakelijk.
Mijn signalen eerder herkennen
Het mooiste wat ik uit mijn ervaringen met overprikkeling heb geleerd, is dat ik mijn signalen steeds beter begin te herkennen. Ik probeer niet pas in te grijpen wanneer mijn emmer al overgelopen is. Als ik merk dat geluiden me meer gaan irriteren, dat praten moeilijker wordt of dat ik me steeds meer terugtrek, probeer ik daar eerder naar te luisteren. Soms betekent dat dat ik een afspraak afzeg. Soms dat ik eerder naar huis ga. Zo ga ik regelmatig eerder naar huis van dagbesteding, omdat 3,5 uur met zo veel prikkels om mij heen momenteel. niet haalbaar is. Ik schaam mij hiervoor en vind dit heel vervelend. Ik wil ook gewoon een 8-uur durende werkdag aankunnen. Maar op dit moment is vaak 2,5 uur mijn tax. Ik begin steeds wel beter te begrijpen dat voorkomen dat ik volledig overprikkeld raak veel fijner is dan achteraf proberen te herstellen van een complete overbelasting.
Overprikkeling hoort bij mijn autisme
Ik zou willen dat ik kon zeggen dat ik op een dag helemaal geen last meer zal hebben van overprikkeling, maar oveprrikkeling hoort nu eenmaal bij autisme. Overprikkeling is wel iets waar ik mee moet leren omgaan.Wel kan ik mijn belastbaarheid wat vergroten. Als ik in een goede flow zit, kan ik echt meer aan dan wanneer het niet goed met me gaat. Dat betekent voor mij niet dat ik mezelf moet trainen om steeds meer prikkels te verdragen. Het betekent dat ik goed voor mezelf moet zorgen zodat mijn brein gewoon meer aan kan. Het betekent juist dat ik mezelf beter leer kennen. Ik leer wat mijn grenzen zijn.Ik leer welke situaties veel van mij vragen. Ik leer mijn signalen herkennen. En ik leer dat ik niet hoef te wachten totdat het echt niet meer gaat voordat ik voor mezelf mag zorgen.
Er zijn dagen waarop ik heel veel kan. En er zijn dagen waarop mijn brein gewoon zegt: vandaag even niet. Op zo'n moment kan ik mezelf daar ontzettend schuldig over voelen. Maar inmiddels probeer ik mezelf iets anders te vertellen: Je hoeft niet altijd iets te doen om goed voor jezelf te zorgen. Soms is in het donker liggen en wachten tot het afzakt precies het beste wat ik kan doen. Niet omdat ik opgeef. Niet omdat ik lui ben. Maar omdat mijn systeem rust nodig heeft. En als ik mezelf die rust geef, komt er uiteindelijk weer ruimte in mijn hoofd om weer nieuwe prikkels te kunnen verwerken. Overprikkeling is voor mij dus niet het einde van de dag. Soms is 10 minuten ontprikkelen al genoeg om back in business te zijn.
Reactie plaatsen
Reacties