Ben ik bang om terug te vallen in mijn eetstoornis

Gepubliceerd op 21 augustus 2026 om 06:56

Ben ik bang om terug te vallen in mijn eetstoornis? Ik vind dat een moeilijke vraag. Niet omdat ik niet weet of ik beter wil worden. Dat wil ik. Ik weet heel goed dat ik nooit meer zo ziek wil zijn als ik ben geweest. Ik weet inmiddels ook dat ik met een anorectisch lijf niet gelukkig kan zijn.Maar toch is het antwoord niet simpelweg: nee, ik ben niet bang om terug te vallen. Want het kwijtraken van mijn eetstoornis is óók eng.

Ik wil nooit meer zo ziek zijn

Er is een moment waarop je niet meer kunt romantiseren wat een eetstoornis met je doet. Een anorectisch lijf klinkt misschien in je hoofd als iets waar je controle over hebt. Iets wat je houvast geeft. Maar mijn ervaring is dat er uiteindelijk nauwelijks nog iets overblijft van die zogenaamde controle. Ik kon bijna niets meer. Liggen in bed. Pijn hebben. Moe zijn. Koud zijn. Denken aan eten. Niet kunnen eten. Schuldgevoel hebben. Weer denken aan eten. Mijn lichaam dat protesteerde. Mijn hoofd dat steeds smaller werd. Mijn denken wat steeds bekrompender werd. Sondevoeding accepteren die ik eigenlijk helemaal niet wilde maar zonder zou ik binnen dagen komen te overlijden. Mijn leven werd steeds kleiner. En juist dat is iets wat ik niet wil vergeten. Ik wil niet terug naar een leven waarin mijn wereld zo klein wordt dat alleen de eetstoornis nog ruimte inneemt. Ik wil kunnen leven. Niet alleen bestaan.

Maar waarom is afscheid nemen dan toch zo moeilijk?

Omdat een eetstoornis niet alleen maar ellende is. Dat klinkt misschien vreemd. Natuurlijk weet ik hoeveel schade de eetstoornis heeft aangericht. Maar tegelijkertijd is ze vertrouwd geworden. Het is jarenlang onderdeel van mijn leven geweest. Ik weet hoe ze klinkt. Ik weet welke gedachten erbij horen. Ik weet wat ik moet doen wanneer ik me overspoeld voel. En misschien is dat wel het meest verraderlijke aan herstel: je neemt niet alleen afscheid van iets wat je pijn doet. Je neemt ook afscheid van iets wat je kent. Het onbekende kan angstaanjagender voelen dan iets waarvan je inmiddels precies weet hoe het werkt. De eetstoornis heeft mij bovendien iets gegeven wat ik op andere manieren nog nauwelijks heb leren vinden: verdoving.

De apathie als bescherming

Een van de dingen waar ik bang voor ben, is wat er gebeurt wanneer de morfine wegvalt. Niet alleen lichamelijk, maar vooral in mijn hoofd. Wat als ik weer zoveel helderder word? Wat als mijn energie nog meer terugkomt? Wat als ik ineens alles voel wat ik lange tijd niet of veel minder heb gevoeld? Dat vooruitzicht maakt me bang. Want wat moet ik met al die energie? Wat moet ik met alle gedachten? Wat moet ik met emoties die ik jarenlang heb proberen te dempen? Wat moet ik met mezelf als ik niet meer zo gemakkelijk kan verdwijnen in vermoeidheid, lichamelijke klachten of de apathie die bij mijn eetstoornis hoorde? Misschien is dat een van de redenen waarom de eetstoornis zo verleidelijk kan zijn. Niet omdat ik werkelijk terug wil naar ziek zijn, maar omdat ziek zijn soms voelt als een manier om even niets te hoeven voelen.En dat verschil vind ik belangrijk. Ik hoef niet terug te willen naar mijn eetstoornis om toch bang te zijn voor het leven zonder.

Herstel betekent niet automatisch dat je weet hoe je moet leven

Misschien is dat iets wat mensen soms vergeten. Je kunt weten dat je beter wilt worden en tegelijkertijd nog helemaal niet weten hoeIk ben bijvoorbeeld bezig met traumatherapie. En traumatherapie vraagt veel van mij. Er komen dingen naar boven die lange tijd ergens verstopt hebben gezeten. Dat betekent dat ik coping nodig heb. Veel coping. Maar gezonde coping heb ik nog nauwelijks ontwikkeld. En daar zit voor mij een moeilijke tegenstelling. Ik leer dat ik de eetstoornis niet meer nodig zou moeten hebben om met pijn om te gaan. Tegelijkertijd moet ik nog leren wat ik dan wél kan doen. Je kunt iemand moeilijk vragen om een oud houvast los te laten wanneer er nog geen nieuw houvast voor in de plaats is gekomen. Daarom voelt herstel soms niet als een rechte lijn van ziek naar gezond. Het voelt eerder als leren lopen op een plek waar je nog nooit bent geweest.

Misschien hoef ik niet alles tegelijk te kunnen

Ik denk dat ik mezelf soms te veel druk opleg. Alsof ik, zodra ik besluit dat ik niet meer ziek wil zijn, ook meteen moet weten hoe ik met mijn emoties moet omgaan. Hoe ik trauma moet verwerken. Hoe ik spanning moet reguleren. Hoe ik mijn lichaam moet vertrouwen. Hoe ik mijn energie moet gebruiken. Hoe ik met moeilijke gedachten moet omgaan. Hoe ik mezelf moet troosten. Maar dat zijn ontzettend veel dingen om tegelijk te leren. Misschien mag herstel ook betekenen dat ik sommige vaardigheden nog niet heb. Dat ik soms nog zoek. Dat ik soms terugverlang naar het bekende, zonder daar daadwerkelijk naar terug te willen. Dat ik bang mag zijn.

Bang zijn voor terugval betekent niet dat een terugval onvermijdelijk is

Ik denk dat ik mijn angst ook anders probeer te bekijken. Het feit dat ik bang ben om terug te vallen, betekent niet automatisch dat ik zal terugvallen. Misschien betekent het juist dat ik inmiddels weet wat ik kwijt kan raken. Ik weet hoe mijn leven eruitziet wanneer de eetstoornis steeds meer ruimte inneemt. Ik weet hoe snel de wereld kleiner kan worden. Ik weet hoe weinig vrijheid er uiteindelijk overblijft. Die kennis is pijnlijk, maar kan ook bescherming bieden. Misschien kan ik leren om eerder te herkennen wanneer ik weer naar oude patronen begin te verlangen. Niet om mezelf daarvoor te veroordelen, maar om mezelf serieus te nemen. Want dat de eetstoornis ruimte probeert in te nemen, dat is geen vraag maar een gegeven. Het gaat er ook niet om dat de gedachten er niet meer mogen zijn, zo lang ik er maar niet meer naar handel. Ik denk ook dat het te snel is om van mezelf te verwachten dat het verlangen naar de positieve effecten van de eetstoornis helemaal weg is. 

Ik hoef de eetstoornis niet te vervangen door perfect herstel

Misschien is dat uiteindelijk de grootste les. Ik hoef niet van een eetstoornis naar een perfect gezond mens te veranderen. Ik hoef niet ineens alle copingvaardigheden te hebben. Ik hoef niet iedere emotie goed te kunnen verdragen. Ik hoef niet altijd genoeg energie te hebben. Ik hoef niet altijd te begrijpen wat er met me gebeurt. Ik mag leren, stap voor stap. Misschien is het doel niet dat ik nooit meer bang ben voor de eetstoornis, misschien is het doel dat ik steeds beter leer wat ik kan doen wanneer die angst er is. Dat ik andere manieren leer om mezelf te sussen wanneer voelen te veel wordt. Dat ik leer rust te zoeken zonder mezelf ziek te maken. Dat ik leer omgaan met energie zonder ervan weg te hoeven vluchten. Dat ik leer dat helderheid niet alleen overweldigend hoeft te zijn, maar ook ruimte kan geven en dat ik daarom minder behoefte heb aan verdoving.

En misschien leer ik uiteindelijk iets wat ik tijdens mijn ziekte nauwelijks kon geloven: dat een leven zonder eetstoornis niet alleen een leven is waarin ik minder ziek ben. Het kan een leven zijn waarin er weer iets te leven valt. En daar ben ik misschien nog steeds bang voor. Maar ik ben er óók nieuwsgierig naar.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.

Maak jouw eigen website met JouwWeb