Ik vind het moeilijk om over trauma te schrijven. Niet alleen omdat het heel kwetsbaar is, maar ook omdat ik me ervoor schaam.
Schaamte is een vreemd gevolg van trauma. Er wordt jou iets aangedaan, je maakt iets mee waar je niet voor hebt gekozen of je belandt in een situatie waarin je nauwelijks controle hebt — en toch kun jíj degene zijn die zich achteraf schaamt. Alsof jij iets verkeerd hebt gedaan. Alsof jij degene bent die zich moet verstoppen.
Misschien schaam je je voor wat er gebeurd is. Misschien voor de manier waarop je reageerde. Misschien voor het feit dat je niet wegliep, niet schreeuwde of niet terugvocht. Misschien schaam je je omdat je lichaam iets deed wat je niet wilde. Of omdat je jaren later nog steeds schrikt van een geluid, bevriest bij een aanraking of nachtmerries hebt over iets waarvan anderen misschien denken dat het allang voorbij is.
Je kunt rationeel precies begrijpen dat trauma niet iets is waarvoor je je zou moeten schamen en tegelijkertijd die schaamte tot diep in je lichaam voelen.
Weten dat de schaamte niet bij jou hoort, betekent helaas niet automatisch dat je haar niet voelt.
Voor mij geldt, ik durf niet openlijk te praten over mijn trauma. Sowieso niet online, omdat ik van mening ben dat het daar niet thuis hoort. maar ook omdat ik me na al die jaren nog altijd schaam voor wat er met me is gebeurd.
Waarom schaam ik mij voor iets wat mij is overkomen?
Dat is misschien wel de meest pijnlijke tegenstelling. Als ik hetzelfde verhaal van iemand anders zou horen, zou ik waarschijnlijk veel milder reageren. Ik zou niet zeggen:
Waarom heb je dat toegestaan?
Waarom ben je niet gewoon weggegaan?
Waarom deed je niets?
Waarom heb je hier nog steeds last van?
Waarschijnlijk zou ik begrijpen dat diegene deed wat op dat moment mogelijk was. Maar wanneer het over onszelf gaat, blijken we soms ineens andere regels te hanteren. Dan bekijken we de situatie met de kennis, afstand en mogelijkheden die we nu hebben en beoordelen daarmee de persoon die we toen waren.
Achteraf is het gemakkelijk om een perfect scenario te bedenken. Ik had dit moeten zeggen. Ik had daarheen moeten gaan.Ik had hulp moeten zoeken. Ik had moeten schreeuwen. Ik had moeten vechten.
Maar achteraf zit je veilig aan tafel en kun je rustig nadenken. Tijdens een bedreigende of overweldigende gebeurtenis werkt je lichaam niet noodzakelijk volgens dat keurige draaiboek.Het lichaam raakt in een status van absolute stress. De fight, flight of freeze reactie treedt op. In mijn geval de freeze-reactie. Mijn hoofd heeft geleerd om de dissociëren. Het heeft dit geleerd tijdens mijn trauma, maar het heeft het niet meer afgeleerd. Sinds dien kan ik bij elke stressvolle gebeurtenis maar ook bij elke enge gedachte dissociëren, zonder dat ik daar invloed op heb. Ook daarvoor schaam ik me.
Waarom deed ik niets?
Bij gevaar denken we vaak aan twee mogelijkheden: vechten of vluchten. Maar mensen kunnen ook verstijven. De freeze-reactie. Deze reactie komt veel vaker voor bij gevaar bij meiden dan de flight of fight reactie.
Je kunt letterlijk merken dat je niet doet wat je achteraf van jezelf had verwacht. Je lichaam bevriest, je krijgt geen woord uit je mond of je ondergaat wat er gebeurt. Andere mensen proberen juist mee te bewegen, de ander rustig te houden of zich zo aan te passen dat de situatie niet verder escaleert.
Achteraf kan dat verschrikkelijk verwarrend zijn.
Als ik het echt niet wilde, waarom vocht ik dan niet?
Waarom zei ik niet duidelijk nee?
Waarom ben ik gebleven?
Maar een automatische overlevingsreactie is geen zorgvuldig genomen besluit. Je zenuwstelsel probeert op dat moment niet te bedenken welke reactie je over tien jaar het minst beschamend zult vinden. Het probeert de situatie door te komen. Dat je bevroor, meewerkte, stil werd of je aanpaste, zegt daarom niet automatisch iets over wat je wilde. Toch kan juist daar ontzettend veel schaamte ontstaan.
Schaamte over je lichaam
Er bestaat daarnaast een vorm van schaamte waarover misschien nog minder gemakkelijk wordt gesproken: schaamte over wat je lichaam tijdens een traumatische gebeurtenis deed. Een lichaam kan automatisch reageren. Trillen. Verstijven. Misselijk worden. Plassen. Overgeven. Huilen. Juist helemaal niet huilen. Pijn nauwelijks voelen. Of lichamelijke reacties vertonen die totaal niet lijken te passen bij wat je emotioneel ervaart.
Vooral bij seksueel trauma kan dat buitengewoon verwarrend zijn. Een lichamelijke seksuele reactie betekent niet automatisch instemming, verlangen of plezier. Het lichaam kan reageren op lichamelijke prikkels zonder dat jij de situatie wilt. Hierbij wil ik nadrukkelijk zeggen, dit is niet mijn trauma, dit is mij niet gebeurt. Maar het komt veel voor bij vrouwen die misbruikt zijn en daarom wil ik het hier toch graag benoemen.
En toch kan iemand daardoor jarenlang uit concluderen:
Blijkbaar wilde ik het ergens toch.
Dat is een verschrikkelijk zware conclusie om mee rond te lopen wanneer een automatische lichamelijke reactie wordt aangezien voor toestemming. Je lichaam heeft je daarmee niet verraden. Het heeft gereageerd.
Had ik het kunnen voorkomen?
Schaamte en schuld lopen bij trauma vaak door elkaar.
Waarom ging ik mee?
Waarom vertrouwde ik die persoon?
Waarom dronk ik zoveel?
Waarom ging ik terug?
Waarom heb ik niets verteld?
Er ontstaat een eindeloze zoektocht naar dat ene moment waarop je, achteraf gezien, een andere keuze had kunnen maken. Misschien geeft dat zelfs een vreemd soort gevoel van controle. Want wanneer ik mezelf ervan kan overtuigen dat het mijn eigen schuld was, kan ik mezelf ook vertellen dat ik een volgende keer maar iets anders hoef te doen om volledig veilig te zijn. De werkelijkheid is moeilijker. We hebben invloed op sommige risico's in ons leven, maar nooit volledige controle over wat andere mensen doen of over alles wat ons kan overkomen.Jezelf achteraf verantwoordelijk maken kan daardoor bijna veiliger voelen dan erkennen dat je soms kwetsbaar kunt zijn zonder dat je daar zelf voor hebt gekozen. Ik heb jarenlang de schuld bij mezelf gelegd. Nu ik in therapie ben tegen mijn trauma begin ik eindelijk te zien, dat ik niet anders kon dan dissociëren. Dat dat geen keuze was. Dat ik als een lappen pop bleef liggen was geen keuze.
Schaamte houdt je stil
Schaamte zegt niet alleen: Er is iets ergs gebeurd.
Schaamte zegt: Er is iets mis met jou.
Daardoor wil je je verstoppen. Je vertelt maar een gedeelte van het verhaal. Je verandert details. Je maakt het kleiner. Je lacht er misschien om terwijl het helemaal niet grappig is. Of je vertelt überhaupt niemand wat er is gebeurd. Niet omdat je geen hulp nodig hebt, maar omdat vertellen betekent dat iemand anders naar dat gedeelte van jou kan kijken waarvoor jij jezelf bent gaan schamen. Het kostte mij 9 jaar voor ik het aan iemand heb verteld, uit angst voor de ander zijn mening. En wat als diegene hetzelfde denkt als jij? Wat als iemand vraagt waarom je niet bent weggegaan? Wat als iemand je niet gelooft? Wat als iemand anders naar je gaat kijken? Dan kan zwijgen veiliger voelen. Alleen krijgt schaamte in stilte ontzettend veel ruimte.
De angst om niet geloofd te worden was ook een heel belangrijke reden dat ik mijn mond hield. Er is immers niets of niemand die kan bewijzen wat er is gebeurd. Wat maakt dan dat iemand mij gaat geloven? Maar de muur van onbegrip die ik verwachtte, toen ik 12 jaar later hulp zocht, die was er helemaal niet. Mijn therapeut heeft zich nooit afgevraagd of ik wel de waarheid vertel. En dit toets is regelmatig, omdat die angst nog altijd bestaat.
Ik had beter moeten weten
Ook deze vind ik ingewikkeld. Want soms wist je achteraf gezien misschien bepaalde dingen. Je zag rode vlaggen. Je voelde dat iets niet klopte. Je bent toch gebleven.
Maar mensen nemen beslissingen met de informatie, emoties, afhankelijkheden en mogelijkheden die ze op dat moment hebben. Bovendien kunnen angst, manipulatie, afhankelijkheid en eerdere ervaringen invloed hebben op wat iemand op een bepaald moment als mogelijke keuze ervaart.
Achteraf kijken we vanuit een totaal andere positie terug. De Anna van vandaag kan misschien oplossingen bedenken die de Anna van toen niet zag. Dat maakt de Anna van toen niet dom. Dat maakt de Anna van toen klein, onschuldig en hevig getraumatiseerd.
En dan schaam ik mij óók nog voor mijn klachten
Alsof schaamte over de gebeurtenis zelf nog niet genoeg is, kun je je vervolgens gaan schamen voor de gevolgen. Je schrikt van iets kleins.Je vermijdt bepaalde plekken. Je krijgt nachtmerries. Je raakt in paniek. Je dissocieert. Je lichaam schiet bij een bepaalde aanraking onmiddellijk in de verdediging.
En ondertussen vertelt je verstand: Het is voorbij.
Daar schreef ik eerder al over: je kunt in je hoofd weten dat je veilig bent terwijl je lichaam die boodschap nog niet volledig heeft ontvangen. Maar daar kan opnieuw schaamte bovenop komen.
Waarom kan ik niet gewoon normaal doen?
Waarom heb ik hier nog steeds last van?
Andere mensen maken veel ergere dingen mee.
Het is al jaren geleden.
Trauma houdt zich alleen niet aan een maatschappelijk acceptabele houdbaarheidsdatum. Je zenuwstelsel kijkt niet op de kalender en concludeert dat het inmiddels wel gênant begint te worden.
Het was toch niet erg genoeg?
Schaamte gedijt bovendien uitstekend bij vergelijken. Iemand anders heeft iets ergers meegemaakt. Dus mag ik hier geen last van hebben. Iemand anders functioneert na een vergelijkbare ervaring prima. Dus stel ik me aan. Maar lijden is geen wedstrijd waarbij alleen degene met het verschrikkelijkste verhaal hulp mag krijgen. Je hoeft niet eerst te bewijzen dat jouw ervaring ernstig genoeg was om te mogen erkennen dat ze invloed op je heeft gehad. En meiden: er bestaan meer traumata dan enkel verkracht woorden. JA dit zijn botte woorden, maar ik wil dit gezegd hebben. Bijna iedereen gaat er vanuit dat als een vrouw een trauma heeft, zij dan wel door een man moet zijn verklarcht. Dat kan zeker. Dat komt zeker voor, veel te vaak zelfs. Maar dat is niet de aard van elk trauma van een vrouw. PTSS kan op zo veel meer berusten dan enkel en alleen seksueel geweld.
Schaamte zegt: verberg het
Misschien is dat uiteindelijk de belangrijkste reden waarom ik over schaamte rondom trauma wil schrijven. Schaamte wil stilte. Schaamte wil dat je denkt dat jij de enige bent die zo reageerde. Dat niemand mag weten wat er is gebeurd. Dat bepaalde details te vies, te raar of te vernederend zijn om hardop uit te spreken. Dat je eerst een betere versie van jezelf moet worden voordat iemand het hele verhaal mag kennen. Herstel vraagt voor mij bijna het tegenovergestelde.
Niet dat je je trauma aan iedereen moet vertellen. Absoluut niet. Jij bepaalt aan wie je iets vertelt, hoeveel je vertelt en wanneer je dat doet. Maar misschien mag er ergens een plek bestaan waar je niet langer hoeft te doen alsof? Bij iemand die veilig voelt. Bij een behandelaar of bij een goede bekende van jouw. En durf je het nog niet uit te spreken, je kunt het ook op papier zetten. Dit kan met als doel het papier (ooit) te delen, maar het kan ook gewoon om je hoofd te legen. Zodat het een plekje mag hebben naast de zwarte vlek in je koppie. Je hoeft het ook niet perfect te kunnen vertellen. Je mag langzaam oefenen met een andere gedachte:
Er is iets met mij gebeurd. Dat is iets anders dan dat er iets mis is met mij.
De schaamte teruggeven
Soms wordt gezegd dat je de schaamte moet teruggeven aan degene bij wie ze hoort. Dit kan onderdeel zijn van traumatherapie. Ik vind dat een mooie gedachte, al is de werkelijkheid vaak minder eenvoudig. Een gevoel verdwijnt niet omdat je rationeel hebt besloten dat het niet van jou is. Maar misschien kan het wel een begin zijn. Steeds wanneer de schaamte zegt:
Waarom deed je niets?
kan ik antwoorden:
Omdat mijn lichaam probeerde te overleven.
Wanneer ze zegt:
Je had beter moeten weten.
kan ik antwoorden:
Ik deed wat ik toen kon met wat ik toen wist en kon overzien.
Wanneer ze zegt:
Je bent vies.
kan ik antwoorden:
Wat er is gebeurd, bepaalt mijn waarde niet.
En wanneer ze zegt:
Vertel het vooral niemand, want straks zien ze wie je werkelijk bent.
kan ik misschien heel voorzichtig antwoorden:
Dit is niet wie ik ben. Dit is iets wat ik heb meegemaakt.
Misschien geloof ik die antwoorden niet meteen.
Misschien moet ik ze honderd keer herhalen.
Dat is oké.
Lieve jij die zich schaamt
Als jij dit leest en onmiddellijk denkt aan iets waarover je nog nooit iemand hebt durven vertellen, dan ga ik je niet vertellen dat je het vandaag alsnog moet vertellen. Dat bepaal jij. Maar ik hoop wel dat je jezelf één vraag durft te stellen: Zou ik iemand anders veroordelen zoals ik mezelf veroordeel? Als het antwoord nee is, waarom verdien jij dan minder compassie? Je hoeft niet trots te zijn op wat je hebt meegemaakt. Je hoeft er geen wijze levensles van te maken. Je hoeft niet dankbaar te zijn dat het je sterker heeft gemaakt. Misschien heeft het je helemaal niet sterker gemaakt. Misschien heeft het je vooral pijn gedaan. Maar die pijn hoeft geen bewijs te zijn dat jij je moet schamen. Je bent meer dan wat je is overkomen. Meer dan hoe je lichaam reageerde. Meer dan de dingen die je achteraf anders had willen doen.En misschien lukt het vandaag nog niet om de schaamte helemaal los te laten. Dan beginnen we kleiner.
Niet met:
Ik schaam me nergens meer voor.
Maar met:
Misschien hoef ik mezelf hiervoor niet mijn hele leven te blijven straffen.
Reactie plaatsen
Reacties