Je bent veilig.Je weet het. Je zit thuis op de bank. De deur zit dicht. De katten liggen naast je op de bank rustig te slapen. Er is niemand die je iets aandoet en als iemand je zou vragen of je op dit moment in gevaar bent, zou je zonder twijfel antwoorden:
Nee. Ik ben veilig.
En toch bonkt je hart. Je spieren staan strak. Je ademhaling zit hoog en ieder onverwacht geluid laat je opschrikken. Je lichaam staat klaar om te vluchten voor iets wat er helemaal niet is. Je kunt om je heen kijken en jezelf vertellen dat alles goed is. Maar je lichaam lijkt daar een totaal andere mening over te hebben. Dat is misschien een van de vreemdste dingen die ik aan trauma vind: je kunt in je hoofd allang begrijpen dat het gevaar voorbij is, terwijl je lichaam nog reageert alsof het midden in de gebeurtenis zit.
Maar ik wéét toch dat ik veilig ben?
Dat is precies wat het zo frustrerend maakt en ook wat het onbegrijpelijk maakt voor iemand zonder PTSS. Wanneer je rationeel kunt nadenken, kun je jezelf misschien haarfijn uitleggen waarom je reactie niet bij het huidige moment past.
Dat was toen. Dit is nu. Die persoon is hier niet. Die situatie bestaat niet meer. Ik ben thuis. Ik ben veilig.
Allemaal waar. En toch kan één geluid, geur, aanraking, blik, zin of situatie voldoende zijn om je lichaam in alarmstand te zetten. Soms weet je precies waardoor het gebeurt. Een harde knal en je schrikt. Daarom heb ik zo'n vreselijke hekel aan onweer en aan vuurwerk. Iemand raakt je onverwacht aan en je verstijft. Daarom wil ik absoluut niet aangeraakt worden als ik me niet veilig voel. Je ruikt iets wat je onmiddellijk aan vroeger doet denken en ineens voel je de spanning door je lichaam trekken.
Maar soms begrijp je helemaal niet wat de aanleiding was. Je lichaam reageert al voordat jij hebt kunnen bedenken waarop het eigenlijk reageert.
Je alarmsysteem vraagt niet eerst toestemming
Ons lichaam heeft een alarmsysteem dat ontzettend nuttig is wanneer er daadwerkelijk gevaar dreigt. Als er ineens een auto op je afkomt, zou het behoorlijk onhandig zijn wanneer je hersenen eerst rustig een vergadering organiseren.
Er nadert een voertuig. Zullen we misschien opzij stappen? Wat vinden we daarvan?
Nee.Je reageert voordat je überhaupt doorhebt waarop je reageert. Je hartslag stijgt, je aandacht vernauwt zich en je lichaam maakt zich klaar om iets te doen. Vluchten. Vechten. Verstijven. Soms lijkt je systeem juist uit te schakelen of raak je verwijderd van wat er om je heen gebeurt.
Dat snelle systeem kan levensreddend zijn. Maar na trauma kan het alarmsysteem als het ware te gevoelig blijven staan. Het reageert dan niet alleen op gevaar, maar ook op dingen die lijken op iets wat ooit gevaarlijk was. En het lastige is: dat systeem vraagt je verstand niet eerst of het alarm terecht is. Het alarm gaat af. Daarna mag jij proberen uit te zoeken waarom.
Een rookmelder die te gevoelig staat
Ik vind de vergelijking met een rookmelder mooi. Een rookmelder heeft maar één taak: waarschuwen voor brand. Stel dat je rookmelder na een echte woningbrand extreem gevoelig wordt. Vanaf dat moment gaat hij niet alleen af wanneer het huis daadwerkelijk in brand staat, maar ook wanneer je een boterham iets te lang in de broodrooster laat zitten. Er is geen brand. Maar het alarm is echt. Je kunt onder die rookmelder gaan staan en honderd keer zeggen: "Er is geen brand." Daarmee verdwijnt het geluid niet automatisch.
Zo kan trauma voor mij soms voelen. Mijn verstand ziet een aangebrande boterham. Mijn lichaam hoort: BRAND. WEGWEZEN. NU.
Een trigger hoeft geen complete herinnering te zijn
Bij het woord trigger denken we misschien al snel aan iets heel duidelijks. Je ziet iets wat je rechtstreeks aan een traumatische gebeurtenis doet denken en krijgt vervolgens een herinnering. Maar zo overzichtelijk hoeft het helemaal niet te zijn. Het kan een bepaalde intonatie in iemands stem zijn. Een beweging. Een geur. Een seizoen. Een ruimte. Een lichamelijke sensatie. Een geluid op de achtergrond. Een bepaalde blik. Een bepaald geluid. Soms herken je de verbinding niet eens bewust. Je denkt:
Waarom voel ik me ineens zo verschrikkelijk en zo onveilig?
Terwijl je lichaam blijkbaar ergens een overeenkomst heeft gevonden met vroeger. Dat maakt het extra verwarrend, want wanneer je niet weet waarop je reageert, lijkt je lichamelijke reactie volledig uit het niets te komen.
Mijn lichaam reageert op toen, terwijl ik in nu zit
Dat is voor mij misschien de eenvoudigste manier om het te omschrijven. Mijn hoofd bevindt zich in het heden, maar mijn lichaam reageert op het verleden. Ik kan weten welk jaar het is, dat het niet meer is zoals toen, weten waar ik nu ben, wie er nu bij me zijn. Ik kan zelfs weten waardoor mijn reactie waarschijnlijk veroorzaakt wordt. Maar weten en voelen blijken twee verschillende dingen te zijn.
Dat betekent overigens niet dat mijn lichaam letterlijk een apart geheugen heeft waarin traumatische gebeurtenissen als een soort videobestand liggen opgeslagen. Die uitspraak hoor je soms, maar de werkelijkheid is ingewikkelder. Trauma kan wel invloed hebben op de manier waarop hersenen en lichaam dreiging herkennen en erop reageren. Daardoor kunnen lichamelijke reacties razendsnel ontstaan, soms voordat je bewust hebt kunnen plaatsen wat er aan de hand is. En dus kan mijn hart al tekeergaan terwijl mijn verstand nog zegt:
Hè? Wat gebeurt er eigenlijk?
En dan word ik gefrustreerd op mezelf
Daar ontstaat soms nog een tweede probleem. Niet alleen reageert mijn lichaam alsof er gevaar is, ik begin mezelf vervolgens te veroordelen omdat ik reageer. Doe normaal. Er gebeurt helemaal niets. Je weet toch dat je veilig bent? Waarom kun je dit niet gewoon loslaten? Maar eigenlijk vraag ik mijn alarmsysteem daarmee om rationeel te worden. En dat is niet zijn functie. Misschien helpt een andere gedachte meer:
Mijn reactie past niet bij wat er nú gebeurt, maar hij komt ergens vandaan.
Dat is iets anders dan zeggen dat het gevaar werkelijk aanwezig is. Ik hoef mijn angst niet als bewijs te gebruiken dat ik onveilig ben. Maar ik hoef mezelf ook niet belachelijk te maken omdat ik angst voel.
Veilig weten is niet hetzelfde als veilig voelen
Dat onderscheid heeft mij geholpen. Er bestaat zoiets als weten dat je veilig bent. En er bestaat je veilig voelen. Die twee kunnen tegelijkertijd totaal verschillende boodschappen geven. Mijn verstand kan een negen geven voor veiligheid terwijl mijn lichaam een dikke onvoldoende uitdeelt. Het doel is dan niet om mezelf toe te schreeuwen dat mijn lichaam ongelijk heeft. Ik kan proberen het heden steeds opnieuw zichtbaar en voelbaar te maken. Kijken waar ik ben. Mijn voeten op de grond voelen. Benoemen wat ik om mij heen zie. Luisteren naar de geluiden die daadwerkelijk in de ruimte aanwezig zijn. Voelen dat ik zelf kan bewegen. Herinneren welke dag het is.
En vooral:
dit is nu. Dat was toen.
Niet omdat zo'n zin onmiddellijk alle spanning wegtovert, maar omdat ik mijn systeem steeds opnieuw informatie over het heden geef.
Waarom therapie soms zo frustrerend kan zijn
Dit verklaart voor mij ook waarom alleen begrijpen waar trauma vandaan komt niet altijd voldoende is. Je kunt ontzettend veel inzicht hebben. Je kunt precies weten waarom je bepaalde dingen doet. Je kunt begrijpen welke gebeurtenis ermee samenhangt en rationeel honderd procent overtuigd zijn dat het gevaar voorbij is. En toch kun je lichamelijk blijven reageren. Dat betekent niet dat therapie niet werkt of dat je niet voldoende je best doet. Het betekent vooral dat herstellen van trauma meer kan vragen dan alleen een rationele conclusie trekken. Afhankelijk van wat er speelt, kan traumabehandeling bijvoorbeeld gericht zijn op het verwerken van herinneringen, het verminderen van vermijding, het leren verdragen van lichamelijke reacties en het opnieuw ervaren dat bepaalde situaties tegenwoordig veilig zijn.
Het gaat niet alleen om leren denken:
ik ben veilig.
Het gaat uiteindelijk ook om steeds vaker kunnen ervaren:
ik ben veilig.
Soms wil ik gewoon tegen mijn lichaam zeggen: kijk dan!
Kijk om je heen. Er gebeurt niets. We zijn hier. We hebben dit overleefd. Het is voorbij. Soms vind ik het bijna absurd dat mijn lichaam daar niet onmiddellijk genoegen mee neemt. Maar misschien heeft mijn lichaam geen preek nodig. Misschien heeft het vooral tijd nodig. Ik zit immers nog middenin mijn traumatherapie.
Ik zal steeds opnieuw moeten meemaken dat een geluid gewoon een geluid kan zijn. Dat een aanraking veilig kan zijn. Dat spanning weer kan zakken zonder dat er iets verschrikkelijks gebeurt. Dat ik een situatie kan verlaten wanneer ik dat wil. Dat ik tegenwoordig keuzes heb die ik vroeger misschien niet had.
Iedere veilige ervaring is dan geen magische oplossing, maar wel weer een klein stukje nieuwe informatie. Dit keer gebeurde er niets. En daarna nog een keer. En nog een keer.
Ik ben niet terug in toen
Misschien is dat wat ik mezelf het liefst wil herinneren wanneer mijn lichaam opnieuw volledig in alarmstand schiet. Ik ben niet terug. Ook wanneer het zo voelt. Ook wanneer mijn hart bonkt. Ook wanneer mijn spieren zich aanspannen. Ook wanneer alles in mij roept dat ik moet vluchten. Een lichamelijke traumareactie is geen bewijs dat het oude gevaar opnieuw bestaat. Het is een alarmsysteem dat gevaar denkt te herkennen. En terwijl mijn lichaam misschien nog even tijd nodig heeft om dat te begrijpen, kan ik proberen vast te houden aan wat mijn hoofd al weet:
Ik ben hier.
Het is nu.
Dat was toen.
En op dit moment ben ik veilig.
Reactie plaatsen
Reacties