Psychiatrie is een bijzonder vakgebied. Bij een gebroken been kunnen de meeste mensen zich ongeveer voorstellen wat er aan de hand is. Er wordt een foto gemaakt, je ziet een breuk en vervolgens wordt die behandeld. Bij psychische aandoeningen is dat veel minder zichtbaar. Je kunt niet aan iemands buitenkant zien dat diegene stemmen hoort, dwanggedachten heeft, iedere ochtend wakker wordt met een loodzware depressie of tijdens een paniekaanval werkelijk het gevoel heeft te zullen sterven.
En juist rondom dingen die we niet goed kunnen zien of begrijpen, ontstaan gemakkelijk verhalen.
Iemand met schizofrenie is gevaarlijk. Iemand met een depressie moet gewoon wat vaker naar buiten. Mensen met een persoonlijkheidsstoornis zijn manipulatief. Wie opgenomen is geweest, zal wel volledig de weg kwijt zijn geweest. En als je kunt werken, lachen, autorijden of een ingewikkeld gesprek kunt voeren, kan het blijkbaar allemaal niet zo ernstig zijn.
Het zijn beelden die diep in onze samenleving zitten. Soms zit er ergens een minuscuul stukje werkelijkheid achter, maar vervolgens wordt dat stukje werkelijkheid uitvergroot totdat het op een hele groep mensen wordt geplakt. En daar begint stigma.
Dat is geen klein probleem. Uit Nederlands onderzoek blijkt dat psychische aandoeningen ontzettend vaak voorkomen: bijna de helft van de Nederlandse volwassenen tussen 18 en 75 jaar heeft ooit in het leven één of meerdere psychische aandoeningen gehad. Toch ervaren mensen met psychische problematiek nog steeds discriminatie en uitsluiting. (Trimbos-instituut)
Laten we daarom eens kijken naar een aantal hardnekkige misverstanden over psychiatrie.
Misverstand 1: mensen met een psychiatrische aandoening zijn gek
Misschien is dit wel het grootste misverstand van allemaal. Het woord gek wordt gebruikt alsof er ergens een duidelijke grens bestaat. Aan de ene kant bevinden zich de normale mensen en aan de andere kant de psychiatrische patiënten. Maar waar ligt die grens dan? Is iemand met een paniekstoornis gek? Iemand die vanwege een depressie tijdelijk niet kan werken? Iemand met autisme? Iemand die tijdens een psychose stemmen hoort?
Psychiatrische aandoeningen verschillen enorm van elkaar. Zelfs twee mensen met precies dezelfde diagnose kunnen totaal verschillende klachten, mogelijkheden en beperkingen hebben.
Iemand kan bovendien op het ene gebied ernstig beperkt zijn en op een ander gebied uitstekend functioneren. Een persoon kan psychoses hebben en tegelijkertijd intelligent zijn. Iemand kan een ernstige depressie hebben en toch een goede ouder zijn. Iemand kan autistisch zijn en een universitaire opleiding afronden, terwijl boodschappen doen of onverwachte veranderingen ontzettend moeilijk zijn. Een psychiatrische diagnose vertelt iets over een patroon van klachten. Het is geen volledige beschrijving van een mens. Een mens kan gek gerdag vertonen op een bepaald moment in zijn leven, maar ik denk dat niemand echt gek is. Daarbij is gek niet eens een medische diagnose.
Misverstand 2: mensen met psychiatrische aandoeningen zijn gevaarlijk
Dit beeld is bijzonder hardnekkig. Wanneer iemand met psychische problematiek betrokken raakt bij een ernstig geweldsincident, wordt de psychiatrische achtergrond vaak nadrukkelijk genoemd. Er wordt dan gesproken over het niet of in mindere mate toerekeningsvatbaar zijn tijdens een daad. Ook hoor je vaak in het nieuws dat een incident gepleegd is door een verward persoon of een persoon met oonbegrepen. gedrag. Daardoor kan gemakkelijk de indruk ontstaan dat psychiatrische aandoeningen en gevaarlijkheid vanzelfsprekend bij elkaar horen.
Dat klopt niet.
De overgrote meerderheid van geweld wordt niet veroorzaakt door psychische aandoeningen en de meeste mensen met een psychische aandoening zijn niet gewelddadig. Bij geweld spelen bovendien allerlei factoren mee die ook bij mensen zonder psychiatrische aandoening van belang zijn, zoals middelengebruik, eerdere gewelddadigheid en sociale omstandigheden. (APA)
In Nederland wijst het Trimbos-instituut op 3 belangrijke dingen (Trimbos-instituut):
1. Personen met een psychiatrische aandoening zijn vaker slachtoffer van geweld dan dat zij geweld veroorzaken.
2. Onbegrepen gedrag hoeft helemaal niet altijd door een psychiatrisch verward persoon te worden vertoont. Minstens de helft van de keren zijn middelen zoals alcohol en drugs in het spel.
3. afwijkend/onbegrepen gedrag is lang niet altijd gevaarlijk voor/naar anderen.
Dat betekent natuurlijk niet dat psychiatrische ontregeling nooit met gevaar gepaard kan gaan. Bij sommige mensen en in bepaalde omstandigheden kan er wel degelijk een verhoogd risico bestaan en moet daar serieus naar worden gekeken. Bijvoorbeeld mensen die een bepaald waanbeeld heeft, kan wel vanuit daar gewelddadig raken.
Maar dat is iets totaal anders dan: psychiatrische patiënt = gevaarlijk.
Misverstand 3: psychische problemen zitten alleen maar tussen je oren
. Ik als autist die dingen soms een beetje te letterlijk neemt vind dit wel grappig want psychiatrie zit in de hersenen die zich weer tussen de oren bevinden. Letterlijk gezien klopt deze uitspraak dus. Maar je zult snappen dat dat niet is wat ik bedoel. Meestal wordt met deze uitspraak iets anders bedoeld:
psychiatrie uit zich niet alleen in het hoofd maar ook in het lichaam. vaak wordt fysieke uiting beschouwd als niet echt/geveinsd
Alsof lichamelijke ziekten echt zijn en psychische aandoeningen voornamelijk gedachten zijn waar iemand zich overheen zou moeten kunnen zetten. Wie ooit een ernstige paniekaanval heeft meegemaakt, weet hoe lichamelijk psychische klachten kunnen zijn. Hartkloppingen, zweten, trillen, misselijkheid en duizeligheid kunnen overweldigend zijn. Een depressie kan samengaan met enorme vermoeidheid, veranderingen in slaap en eetlust en lichamelijke vertraging of juist onrust. Trauma kan invloed hebben op alertheid, slaap, concentratie en lichamelijke stressreacties.
Psychisch en lichamelijk zijn geen twee volledig gescheiden werelden. Je brein hoort namelijk gewoon bij je lichaam.
Misverstand 4: als je maar genoeg wilt, kun je herstellen
Deze vind ik pijnlijk, want hierdoor wordt ziekte al snel een karaktertest. Als je herstelt, heb je blijkbaar hard genoeg gevochten. Als je klachten houdt, heb je blijkbaar niet genoeg je best gedaan. Was het maar zo eenvoudig. Motivatie kan ontzettend belangrijk zijn bij behandeling en herstel. Therapie vraagt soms dat iemand dingen doet die moeilijk, spannend of confronterend zijn. Oefenen, patronen veranderen, medicatie innemen, exposure aangaan, structuur opbouwen of opnieuw leren deelnemen aan het dagelijks leven kan veel inzet vragen.Maar motivatie is niet hetzelfde als volledige controle.
Je kunt ontzettend graag van je depressie af willen en morgen alsnog depressief wakker worden. Ik zou willen dat ik eindelijk van die depressie af zou kunnen komen. Soms proef ik even van het leven zonder, maar binnen een uur wordt het weer bewolkt in mijn hoofd. Ik heb echt alles geprobeerd. Elke therapie gehad. Ik slik MAO-remmers, het zwaarste middel wat te slikken is tegen depressies. Hiervoor pas ik zelfs mijn volledige dieet aan. En toch blijft mijn hoofd bewolkt. De ene keer met zwarte donderwolken, de andere keer met motregen en weer een andere keer met gewoon wat wolkjes in de weg, maar echt zonder depressie ben ik nog niet geweest.
Je kunt rationeel weten dat een dwanghandeling niet nodig is en toch een ondraaglijke drang voelen om hem uit te voeren. Hoevaak ik inmiddels gecheckt heb of mijn deur echt op slot zit, is niet meer bij te houden. Niet omdat ik ooit de deur niet op slot doe, niet omdat ik niet weet dat die op slot zit. Toch is de drang het nog even te checken als ik in mijn bed lig te groot en ga ik er weer uit. Een klein restant van mijn dwangstoornis.
Je kunt heel graag willen eten en tegelijkertijd doodsbang zijn voor eten. Dit is voor mij 19 jaar een dusdanig probleem geweest dat het me bijna het leven heeft gekost. Mensen die mij langer volgen, hebben meegemaakt hoe ongelooflijk ziek ik was. Dat had niets met mijn motivatie om te herstellen te maken. Ik wilde graag hersteld zijn. Zo veel therapie, zo veel opnames, en niets leek te helpen. Tot er iets in mijn brein snipte. Iets wat tegen mij zei: als je nu niets doet dan ga je echt dood. En toen heb ik kunnen aankomen. Maar ondanks de motivatie om aan te komen wat uiteindelijk ook maakte dat ik aankwam, verloor ik mijn eetstoornis niet. Sterker nog, de eetstoornis werd met elke kilo sterker. En nu, anderhalf jaar nadat ik begon met aankomen, ben ik nog altijd niet van die ellendige eetstoornis af. Mijn motivatie stel ik absoluut niet ten twijfel. Mijn hoofd is ziek. Minder ziek dan het twee jaar geleden was, maar nog altijd ziek.
Je kunt weten dat je veilig bent en toch een traumareactie krijgen. Sla een keer een deur dicht wanneer ik het niet verwacht en ik dissocieer. Ik weet dat ik veilig ben, maar mijn trauma is een dagelijkse strijd. Want weten dat je nu wel veilig bent zegt niet dat je ook voelt dat je veilig bent.
Willen herstellen en in staat zijn om je klachten onmiddellijk te veranderen zijn twee verschillende dingen. Het heelproces begint misschien wel bij het willen herstellen. Het zoeken naar hulp. Het volgen van therapie. Maar het is zeker niet zo dat de psychiatrische aandoening zich weg laat jagen door een motivatie om er vanaf te komen.
Misverstand 5: psychiatrische medicatie verandert je persoonlijkheid
Over psychiatrische medicatie bestaan bijna mythische verhalen.
Antidepressiva zouden je veranderen in een zombie. Antipsychotica zouden je persoonlijkheid uitschakelen. En als je medicatie nodig hebt om te functioneren, zou dat betekenen dat je zwak bent of niet écht aan je problemen werkt.
Ook hier ligt de werkelijkheid veel genuanceerder.
Psychiatrische medicijnen kunnen bijwerkingen hebben. Sommige bijwerkingen kunnen behoorlijk belastend zijn en een medicijn dat voor de ene persoon goed werkt, kan voor iemand anders juist totaal ongeschikt zijn. Daarom hoort medicatie zorgvuldig voorgeschreven en geëvalueerd te worden.
Maar het doel van psychiatrische medicatie is niet om iemands persoonlijkheid uit te schakelen. Het doel is klachten verminderen of beheersbaarder maken.
Soms zegt iemand zelfs:
"Door de medicatie voel ik me eindelijk weer mezelf."
Medicatie gebruiken is bovendien geen morele keuze. Het maakt iemand niet sterker of zwakker dan iemand die zonder medicatie herstelt.
Ik gebruik sinds mijn 18e medicatie in de psychiatrie. Het soort is hier en daar aangepast, maar het kwam eigenlijk altijd neer op een antipsychoticum en een antidepressivum. Ja ik slik een antipsychoticum, maar ik ben niet psychotisch. Als je daar benieuwd naar bent, hierover schreef ik eerder een blog Antipsychotica. Deze medicatie heeft mij niet als persoon veranderd, ik ben gewoon nog steeds Anna. Het maakt wel dat de warboel in mijn hoofd wat vermindert. Zonder antipsychoticum ben ik onwijs overactief en verhoogd associatief. Ofwel ik zie alles en wil aan alles een betekenis koppelen. Toen ik terminaal was, hebben ze een tijdje mijn psychiatrische medicatie gestaakt. Toen konden we echt zien hoe onwijs veel die medicatie wegnemen met me deed. Ik had constant het idee dat ik het wiel opnieuw uitvond en moest alles opschrijven. Achteraf vind ik het wel te betreuren dat het zo ver moest komen. In plaats van onnodige medicatie stoppen, wat je altijd doet in de terminale fase, stopten ze in mijn geval broodnodige medicatie. Nachtenlang heb ik gepend, alles moest op papier want ik zou alle geniale ideeën straks weer vergeten. Dit heb ik totaal niet als ik een antipsychoticum slik. verandert dat mijn persoonlijkheid? Ik denk het niet. Die verhoogde associatieviteit is niet mijn persoonlijkheid.
Over antidepressiva kan ik kort zijn. Hoe hoger ik op de ladder van de antidepressiva raakte (wel nadrukkelijk in combinatie met therapie), hoe minder depressief ik werd. Nee dit waren geen een op een te leggen lijnen, maar het ging weldegelijk met elkaar mee. Het maakte me minder depressief. Ook dat is niet mijn. persoonlijkheid.
Kortgezegd: de antipsychotica en antidepressiva maken juist dat mijn persoonlijkheid naar voren komt. Zonder die middelen krijgt mijn hoofd gewoon een soort kortsluiting, zo zie ik het dan maar voor me. En een hoofd met kortsluiting werkt niet. Maar met of zonder medicatie heb ik dezelfde interesses, ga ik met dezelfde mensen om en ben ik geen ander persoon.
Misverstand 6: therapie is gewoon praten over je gevoelens
Een bank.
Een therapeut.
"En hoe voelde je je daarbij?"
Dat is ongeveer het stereotype beeld van psychotherapie.
Natuurlijk wordt er in therapie gepraat, maar behandeling kan veel meer omvatten. Afhankelijk van de problematiek kan iemand bijvoorbeeld leren om gedachten en gedrag te onderzoeken, traumatische herinneringen te verwerken, angsten stapsgewijs aan te gaan, dwanghandelingen niet uit te voeren, emoties beter te herkennen of sociale en praktische vaardigheden te ontwikkelen.
Soms moet je praten.
Soms moet je oefenen.
Soms moet je juist iets níét doen wat je brein heel graag wil doen.
En soms moet je honderd keer ervaren dat iets veilig afloopt voordat je lichaam dat langzaam begint te geloven.
Misverstand 7: als iemand ogenschijnlijk functioneert, kan het niet ernstig zijn
Dit is een vreemde meetlat die we bij psychische aandoeningen regelmatig gebruiken.
"Maar zij werkt gewoon veertig uur."
"Hij studeert toch?"
"Ze ziet er altijd zo verzorgd uit."
"Ik zag haar gisteren nog lachen."
En dus?
Functioneren is geen bloedonderzoek waarmee je de ernst van een psychiatrische aandoening kunt meten. Mensen kunnen ontzettend goed worden in het verbergen van klachten. Sommigen storten thuis volledig in nadat ze een werkdag hebben volgehouden. Anderen gebruiken vrijwel al hun energie om één onderdeel van hun leven overeind te houden.
En natuurlijk zijn er ook mensen bij wie een psychiatrische aandoening werken tijdelijk of langdurig onmogelijk maakt.
Beide bestaan. Een baan bewijst niet dat iemand gezond is. Geen baan bewijst niet dat iemand niets kan.
Misverstand 8: een diagnose vertelt wie iemand is
"Zij is borderline."
"Hij is schizofreen."
"Zij is anorectisch."
We doen iets merkwaardigs met psychiatrische diagnoses. We maken er zelfstandige naamwoorden van. Iemand hééft niet langer iets. Iemand is het.
Natuurlijk kan een diagnose veel invloed hebben op iemands leven. Voor sommige mensen voelt een diagnose zelfs als een belangrijk onderdeel van hun identiteit en daar is niets mis mee. Maar een diagnose blijft slechts één stukje informatie. Je weet nog niet of iemand grappig is. Of koppig. Of zorgzaam. Of ontzettend goed kan tekenen. Of kattenmens is.Of welke andere eigenschap je hier dan ook invult.
Je weet één ding over een ontzettend ingewikkeld mens.
Daarbij wil ik wel zeggen, ik doe dit ook. Ik zeg wel vaker 'ik ben autistisch'. Maar dat doe ik dan weer niet met mijn depressie. Ik zei dan wel weer 'ik ben een anorex'. Maar zelfs dan was dat niet het enige wat ik was. Ik zie het als volgt: je kunt moeder zijn, sportief zijn en jufvrouw zijn op hetzelfde moment. Je kunt ook autist zijn naast een heleboel andere eigenschappen. Het gaat in mijn ogen pas echt mis wanneer we iemand alleen nog maar als borderliner, autist of welke stoornis dan ook zien, want elk mens is zo veel meer dan zijn of haar stoornis.
Reactie plaatsen
Reacties