Verslaving: wanneer de hersenen vragen om wat jij eigenlijk niet meer wil

Gepubliceerd op 12 augustus 2026 om 16:26

Ik ben enorm verslavingsgevoelig. In mijn leven heb ik verschillende verslavingen gehad. Alcohol, benzodiazepinen en morfine. Verslaving vind ik een bijzonder ingewikkeld onderwerp. Ik schaam mij voor mijn verslavingen. Vaak wordt het gezien als een gebrek aan discpline. Ook hangt er een standaard plaatje aan van een grote kerel aan de cocaïne of een vent die altijd hangt in de kroeg. Maar de meeste mensen met een verslaving leven hun leven tussen jou en mij en weet niemand van de verslaving af.

Wat ik ook lastig vind is dat het woord zo vaak misplaatst wordt gebruikt.

“Ik ben verslaafd aan koffie.”
“Ik ben verslaafd aan mijn telefoon.”
“Ik kan echt niet zonder chocola.”

Maar een echte verslaving is zoveel meer dan iets heel graag willen. Het is het moment waarop iets wat ooit een keuze was, steeds meer een behoefte wordt. Waarbij je weet dat het je misschien schade doet, maar stoppen toch ontzettend moeilijk blijkt. Niet omdat je zwak bent. Niet omdat je geen discipline hebt. Maar omdat een verslaving daadwerkelijk iets verandert in de manier waarop je hersenen reageren op beloning, verlangen en controle.

In deze blog sta ik uitgebreid stil bij hoe de hersenen veranderen door een verslaving. Wat maakt dat het zo moeilijk is om te stoppen. Wat de cijfers zijn in Nederland en over waarom ook gedragingen een verslaving kunnen worden. 

Wat gebeurt er in je hersenen?

Om verslaving te begrijpen, moeten we eerst kijken naar het beloningssysteem in onze hersenen. Ons brein is gemaakt om dingen te onthouden die belangrijk of prettig zijn. Eten, seks, sociale verbinding, succes en andere positieve ervaringen kunnen ervoor zorgen dat de neurotransmitter dopamine vrijkomt in de hersenen. Dopamine wordt vaak het geluksstofje genoemd, maar dat is eigenlijk te simpel.

Dopamine heeft vooral te maken met beloning, motivatie en leren. De hersenen leren bijvoorbeeld: ''Dit was fijn. Dit moeten we onthouden.'' Bij verslavende middelen of gedrag kan dat systeem op een veel sterkere of snellere manier worden geactiveerd. Alcohol kan bijvoorbeeld de afgifte van dopamine in het beloningssysteem stimuleren. Bij nicotine gebeurt iets vergelijkbaars. Het brein leert daardoor steeds sterker dat het middel of gedrag belangrijk is.

En daar begint het ingewikkeld te worden.

In het begin kan een verslaving vooral draaien om het prettige effect. Je drinkt omdat je je ontspannen voelt. Je gebruikt omdat je even nergens aan hoeft te denken. Je rookt omdat een sigaret je rust geeft. Maar na verloop gaat het steeds minder om “wat fijn dat ik dit kan doen” en steeds meer om: “Ik moet dit hebben.”

Bij langdurig gebruik kunnen de hersenen zich aanpassen. Hoe langer en vaker en meer je gebruikt, hoe minder vatbaar de hersenen worden voor dopamine. Er kan tolerantie ontstaan: je hebt steeds meer nodig om hetzelfde effect te bereiken. Je moet dus steeds meer en vaker gebruiken om voldoende dopamine aan te maken om de hersenen op een normaal niveau dopamine te brengen. Je hebt dan ineens de stof nodig om je normaal te voelen. Om een positieve kick te voelen, zoals je dat aan het begin hebt door de grote hoeveelheid dopamine die vrij kwam, is nog veel meer nodig dan wanneer je begint.

een stapje verder de theorie in

Om signalen van de hersenen over te geven van cel naar cel, komt een neurotransmitter (een overgeef stofje, in dit geval dopamine) vrij in de zogenoemde synapsspleet. Dit is de ruimte tussen het einde van de ene cel (axon) naar het begin van de volgende cel (dendriet). Je hebt miljoenen cellen en dus ook talloze synapsspleten. Wanneer het signaal in de eerste cel binnenkomt vanuit middelengebruik, dan laat de eerste cel dopamine vrij in de synapsspleet. Dit wordt opgevangen door receptoren op het begin van de volgende cel. Hierop kan het signaal worden doorgegeven van de ene naar de volgende cel. Bovenaan deze blog zie je zo'n synapsspleet. Het lukte mij niet om dit plaatje in de tekst in te voegen. Het verslavende middel verhoogt de dopamine-afgifte heel snel enorm. Dit geeft die gelukskick.

Echter is het lichaam heel slim. Om al die dopamine op te vangen, maakt het lichaam steeds meer receptoren aan op het begin van de tweede cel. Het signaal wordt pas overgegeven wanneer zo veel mogelijk receptoren bezet zijn. Wanneer je dus meer receptoren krijgt, heb je ook meer dopamine nodig om de receptoren allemaal vol te krijgen. Om meer dopamine te kunnen aanmaken, moet je een grotere hoeveelheid verslavende middelen gebruiken. Ook is de basisgeluk die je ervaart in het leven een stuk lager, omdat je dus zo veel extra receptoren hebt. Hierdoor voel je je slechter wanneer je niet gebruikt. 

In eenvoudige taal

Bij stoppen kunnen vervolgens ontwenningsverschijnselen ontstaan. Daarmee ontstaat een ontzettend nare cirkel. Je gebruikt iets om je goed te voelen. Je hersenen wennen eraan. Het effect wordt minder. Je gebruikt meer. En wanneer je probeert te stoppen, voel je je juist slechter.Dan wordt gebruiken niet alleen iets wat je doet om je goed te voelen, maar soms ook iets wat je doet om je niet slecht te voelen.

Maar het zit niet alleen in dopamine

Het is belangrijk om verslaving niet te reduceren tot één stofje in je hersenen. Bij verslaving spelen meerdere hersengebieden en processen een rol. Ook gewoontes, emoties, stress, verwachtingen en omstandigheden zijn belangrijk. Je brein kan namelijk leren welke situaties bij een middel of gedrag horen.

Een bepaalde straat, vriendengroep, dagdeel, gevoel van stress, eenzaamheid, ruzie, verdriet, verveling. Alles heeft invloed op het gebruik. Zelfs een bepaald tijdstip kan uiteindelijk een soort herinnering worden aan de beloning die eraan gekoppeld is. Daardoor kun je ineens enorm verlangen krijgen naar iets, zonder dat je daar bewust voor hebt gekozen. Je hersenen hebben de situatie als het ware opgeslagen als: "Hier komt iets wat mij helpt." En dat kan ontzettend sterk zijn.

Niet alleen middelen zijn verslavend

Je hebt ongetwijfeld weleens gehoord van een gokverslaving. In feiten kun je overal verslaafd aan raken, als het maar zorgt voor een enorm grote aanmaak van dopamine. Dit hoeven dus geen middelen te zijn. Misschien heb je het programma wel eens gezien 'my crazy addiction' waarin mensen worden getoond die de meest vreemde verslavingen hebben.

Stoppen is zwaar

Als verslaving alleen een kwestie van wilskracht was, zouden veel mensen simpelweg stoppen. Maar dat gebeurt niet. Niet omdat ze niet willen of dom zijn. En niet omdat ze onvoldoende discipline hebben. Het probleem is juist dat het gedrag steeds sterker gekoppeld kan raken aan beloning, gewoonte en het verminderen van negatieve gevoelens. Dat betekent niet dat iemand geen verantwoordelijkheid heeft voor zijn gedrag. Maar verantwoordelijkheid en schuld zijn twee verschillende dingen. Je kunt verantwoordelijk zijn voor het zoeken van hulp zonder dat je jezelf hoeft te haten omdat je verslaafd bent geraakt. Juist hulp zoeken en je probleem onderkennen is supersterk. Je hoeft het niet alleen te doen. En stoppen is echt mogelijk. Uiteindelijk zal het lichaam weer wennen aan de normale hoeveelheid dopamine en zullen de receptoren weer verminderen. 

Daarbij hebben veel middelen ook tot gevolg een lichamelijke afhankelijkheid. Dit is middelengebonden. Elk middel heeft een andere ontwenning. Het is hierdoor bij veel middelen niet eens mogelijk om van de ene op de andere dag te stoppen, soms is dat zelfs levensgevaarlijk. Waarom een middel zorgt voor lichamelijke afhankelijkheid kan ik hier niet uiteenzetten omdat het echt afhankelijk is van het middel.

De kern van een verslaving

Er ontstaat een conflict tussen wat je op lange termijn wilt en wat je hersenen op korte termijn van je vragen. Je wilt je gezin niet verliezen. Je wilt je geld niet opmaken. Je wilt gezond zijn. Je wilt stoppen met gebruiken. Je wilt niet meer gokken. Maar op het moment zelf kan de drang zoveel sterker voelen dan het langetermijndoel. Dat maakt verslaving zo ontzettend ingewikkeld. Je kunt heel goed weten wat verstandig is en het tóch niet kunnen uitvoeren. Dat klinkt tegenstrijdig. Maar juist dát is verslaving. 23 uur per dag ben je honderd procent ervan overtuigd dat je echt moet stoppen, maar eventjes is de drang op de korte termijn groter dan de wetenschap van de langetermijn. En dat is wanneer het 'mis' gaat.

Herstel is meer dan gewoon stoppen

Stoppen is natuurlijk ontzettend belangrijk. Maar daarmee is iemand niet automatisch hersteld. De hersenen moeten opnieuw leren functioneren zonder het middel of gedrag. Gewoontes moeten veranderen. Triggers moeten worden herkend. Onderliggende problemen moeten soms worden aangepakt. En iemand moet opnieuw leren omgaan met emoties, stress, verveling, verdriet en alles waarvoor het middel of gedrag ooit een oplossing leek. Dat is ontzettend veel werk. En terugvallen kan onderdeel zijn van dat proces. Hulp zoeken hierbij is zo belangrijk. Vaak wordt een verslaving behandeld met 1) een detox en 2)CGT.

CGT

CGT staat voor cognitieve gedragstherapie. ik heb hier een uitgebreide blog over geschreven die je hier Cognitieve gedragstherapie (CGT) kunt lezen. Kortweg komt het hierop neer. Cognitieve gedragstherapie is een vorm van psychotherapie die zich richt op de samenhang tussen je gedachten, gevoelens en gedrag.
Je leert herkennen welke gedachten en gedragspatronen ervoor zorgen dat klachten blijven bestaan.
Vervolgens onderzoek je of deze gedachten kloppen en leer je om er op een andere manier mee om te gaan.
Ook oefen je met ander gedrag, bijvoorbeeld door situaties die je spannend of moeilijk vindt stap voor stap aan te gaan.
Het doel is om patronen te doorbreken, waardoor je klachten verminderen en je meer grip krijgt op je leven. 

Hoe groot is het probleem eigenlijk?

De cijfers laten in ieder geval zien dat verslaving geen klein probleem is. In 2025 maakten volgens de meest recente LADIS-cijfers 67.866 mensen gebruik van de gespecialiseerde verslavingszorg in Nederland. Dat zijn mensen die daadwerkelijk in behandeling waren; het werkelijke aantal mensen met een verslaving ligt dus hoger. Niet iedereen zoekt immers hulp. Alcohol vormt nog steeds de grootste hulpvraag.In 2025 stonden 29.206 mensen geregistreerd met alcohol als primaire problematiek. Bij ongeveer de helft van deze groep was daarnaast nog een andere problematiek geregistreerd. Alcohol was goed voor ongeveer 43% van de hulpvragen in de verslavingszorg.

Daarna komt cannabis. In 2025 waren er bijna 11.000 mensen in de verslavingszorg met cannabis als primaire problematiek. Bij jongeren onder de 25 jaar was cannabis de meest voorkomende problematiek: bij ongeveer 40% van de jongeren in de verslavingszorg speelde cannabisproblematiek een rol als primaire problematiek.

Ook cocaïne is een grote groep. In 2025 waren ongeveer 7.800 mensen in behandeling met cocaïne als primaire problematiek. Bij nog eens ruim 6.500 mensen werd cocaïne als nevenproblematiek geregistreerd.

Deze cijfers omvatten alleen nog maar over mensen die in de verslavingszorg terechtkomen.Een registratie van de verslavingszorg vertelt hoeveel mensen hulp krijgen. Het vertelt niet hoeveel mensen thuis zitten te worstelen. Hoeveel mensen iedere ochtend besluiten dat dit de laatste keer was. Hoeveel mensen 's avonds opnieuw gebruiken. Hoeveel partners zich zorgen maken. Hoeveel ouders niet meer weten wat ze moeten doen. Hoeveel mensen jarenlang functioneren terwijl niemand weet hoe moeilijk het eigenlijk gaat.

Volgens de Nederlandse ggz en Verslavingskunde Nederland duurt het gemiddeld ongeveer zeven jaar voordat mensen met een verslaving hulp zoeken. 

Ik zou willen dat het beeld rondom verslaving verandert

Ik zou willen dat we minder snel zeggen:“Waarom doe je dit jezelf aan?” En vaker vragen: “Wat gebeurt er waardoor je dit nodig bent gaan hebben?” Want achter verslaving zit vaak een mens die ergens naar op zoek is. Rust. Verdoving. Spanning. Ontsnapping. Controle. Verlichting. Dat maakt de verslaving niet goed, maar het kan wel helpen om te begrijpen waarom alleen zeggen “je moet gewoon stoppen” meestal niet genoeg is.

Verslaving verandert de hersenen, maar een brein is geen onherstelbaar apparaat. Het kan zich aanpassen. Nieuwe gewoontes kunnen worden aangeleerd. Beloningssystemen kunnen opnieuw leren en mensen kunnen herstellen.

Misschien is dat uiteindelijk het belangrijkste wat ik over verslaving wil zeggen:

Een verslaving kan je hersenen veranderen, maar het hoeft niet je hele toekomst te bepalen, het kan zich herstellen. Je kunt van je verslaving afkomen EN hulp zoeken is krachtig, geen falen, niets om je voor te schamen.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.