Een gekkenhuis. Een deur die op slot gaat. Daar achter patiënten die volledig de weg kwijt zijn. Voor veel mensen is dat het eerste beeld bij een gesloten psychiatrische afdeling. Als je geen ervaring hebt in de psychiatrie en je alle informatie put uit films en series dan is een psychiatrische afdeling ook echt een gesticht voor krankzinnigen. Maar het is minder zwart dan in films wordt geschetst. Ja iedereen is ontregeld in een psychiatrische stoornis, maar dat betekent niet dat we alleen maar als zombies door de gangen zwalken, pratend tegen mensen die er niet zijn. In deze blog geef ik je een klein inkijkje in de HIC van de psychiatrie.
Wennen aan je medepatiënten
Je komt binnen op een moment waarop je zelf kwetsbaar bent. Vervolgens moet je ook nog wennen aan een groep mensen die je niet hebt uitgekozen. Iedereen heeft een eigen verhaal, eigen gewoonten en een eigen manier om met spanning om te gaan. De één zoekt veel contact, de ander wil stilte. Iemand kan onrustig zijn, hard praten of steeds hetzelfde vertellen. Wat voor de één helpt, kan voor een ander overweldigend zijn. Je deelt een leefomgeving terwijl je misschien juist weinig ruimte hebt om prikkels op te vangen. Ook wordt je geforceerd om met mensen om te gaan, die je in het dagelijks leven niet zou hebben uitgekozen. Aanpassen kan betekenen dat je rekening houdt met elkaar en ontdekt wanneer je beter even naar je kamer kunt gaan. Het betekent niet dat je alles moet verdragen. Je mag grenzen aangeven en de verpleging vragen om mee te denken.
Er kan ook verbondenheid ontstaan. Een medepatiënt die zonder uitgebreide uitleg begrijpt waarom opstaan vandaag moeilijk was. Iemand die naast je komt zitten zonder meteen oplossingen te geven. Dat contact kan veel betekenen, zolang je niet het gevoel krijgt dat je verantwoordelijk bent voor elkaars herstel. De HIC is een plek met verassend veel humor (al zeg ik het zelf). Er zijn altijd een paar patiënten met een gezonde (of iets minder gezonde) dosis (zwarte) humor of zelfspot. Daardoor is de sfeer vaak juist best wel ontspannen. Echter, het kan ook zijn dat er een zwarte wolk boven de groep hangt en dat iedereen een pesthumeur heeft.
wie lopen er op de afdeling
Het gross van de medewerkers op de afdeling zijn verpleegkundigen. Zij hebben of verpleegkunde of social work gestudeerd. De verpleegkundigen verdelen de aandacht over alle patiënten. Er zijn vaak behoorlijk veel verpleegkundigen aanwezig op de afdeling. Op een groep van 8 staan hier meestal 3 of 4 collega's. Dat is fijn want dan is er ook aandacht voor patiënten die de aandacht niet of minder opeisen dan anderen die ongeremd gedrag laten zien. De verpleging is ook je eerste aanspreekpunt als patiënt. Heb je vragen voor de arts, dan kun je bij de verpleegkundigen terecht. Die spelen de bal door naar de arts. Vervolgens komt of de arts om jouw vraag te beantwoorden of de verpleegkundige komt met de woorden van de arts.
Dan is daar uiteraard de psychiater, die van 9:00 tot 17:00 aanwezig is en ook buiten kantoortijden kan er altijd een psychiater worden opgeroepen. De psychiater maakt het behandelplan en beslist over de medicatie.
Ook zijn er altijd stagiaires. In de verpleging loopt een verpleegkundestudent mee en met de arts loopt eigenlijk altijd wel een co-arts mee. Ook is er meestal wel een AIOS (arts in opleiding tot specialist) of ANOIS (arts niet in opleiding tot specialist/basisarts)aanwezig binnen kantoortijden.
Sommige afdelingen hebben een ervaringsdeskundige in dienst. Deze heeft zelf een voorgeschiedenis van psychisch lijden en heeft daarna een opleiding tot ervaringsdeskundige gedaan. Zij begeleiden groepstherapieën en zijn daar wanneer je behoefte hebt aan een gesprek of een spelletje.
De activiteitenbegeleider begeleidt zoals het woord al suggereert activiteiten. Denk hierbij aan tekenen, kleuren, knutselen, spelletjes of andere tijdsverdrijvende activiteiten. Ook kunnen ze bijvoorbeeld een stukje met de patiënten wandelen.
Open en gesloten lijken soms verrassend veel op elkaar
In het dagelijks leven hoeven een open en een gesloten afdeling niet enorm te verschillen. Op beide kun je een kamer hebben, samen eten, gesprekken voeren en deelnemen aan activiteiten. Ook op een open afdeling bestaan huisregels en behandelafspraken.
Maar het verschil is niet onbelangrijk. Een gesloten deur, intensiever toezicht en beperkingen in het naar buiten gaan kunnen je ervaring sterk veranderen. Hoeveel vrijheid je hebt, hangt af van je situatie en de afspraken over je behandeling. Meestal begin je sowieso de eerste 24 uur zonder vrijheid. Dit betekent dat je niet naar buiten mag. Vervolgens krijg je een vrijheid onder toezicht, waarbij je alleen met een medewerker naar buiten mag. Dan volgt vrijheid op afspraak, je mag dan naar buiten mits je voldoet aan de gemaakte afspraken en je een tijd afspreekt waarop je weer terug bent. Bij afspraken kun je denken aan het zelf moeten aangeven dat je suïcidaliteit wel of niet beperkend aanwezig is of dat je moet aangeven of je kan garanderen dat je weer terugkeert. Deze afspraken verschillen per persoon en per moment. Als laatste stap voor ontslag is daar het verlof. Tijdens een verlof mag je naar huis. Meestal bouw je dit op. Je begint dan met bijvoorbeeld een half uur en bouwt dit steeds verder op tot uiteindelijk een nachtverlof waarop je dus thuis overnacht maar de volgende dag wel weer in de kliniek wordt verwacht.
Het gevoel gevangen te zijn
Je kunt begrijpen waarom je bent opgenomen en je toch opgesloten voelen. Je kunt weten dat de afdeling bedoeld is om je te helpen en tegelijkertijd verlangen om weg te gaan. Soms zit dat gevoel in iets kleins. Niet zelf kunnen beslissen om even frisse lucht te halen. Moeten vragen of iemand de deur opent (als je vrijheden hebt). Het helpt niet altijd wanneer iemand zegt dat het voor je eigen veiligheid is. Die uitleg kan kloppen, maar neemt het gemis aan vrijheid niet weg. Je mag daar boos, verdrietig of bang om zijn. Dat maakt je niet ondankbaar voor de zorg. Je bent nu eenmaal mens en hebt behoefte aan vrijheid, ook wanneer je daar eigenlijk niet toe in staat bent.
Je voelt je soms een klein kind
Om iets moeten vragen wat je normaal zelf beslist, kan je het gevoel geven dat je weer een klein kind bent. Zeker wanneer er ook gecontroleerd wordt of je afspraken nakomt. Je bent volwassen, maar zit ineens in een situatie waarin anderen beoordelen wat verantwoord is. Dat kan schaamte of irritatie oproepen. Ik kan dit toch zelf? Zelfs het moment waarop je koffie mag drinken is hier ingepland. Net dat stukje vrijheid mis ik al heel snel. Ik wil gewoon kunnen drinken wanneer ik wil drinken, kunnen eten wanneer en wat ik wil eten en me kunnen terugtrekken wanneer ik me wil terugtrekken. Het voelt dan af en toe echt alsof je als klein kind je volledige autonomie kwijt bent.
Juist dan maakt de manier waarop iemand je aanspreekt veel verschil. Een rustige uitleg, een vraag naar jouw behoefte en serieus genomen worden kunnen helpen. Je hebt zorg nodig, maar blijft een volwassen mens met een mening, grenzen en een eigen geschiedenis.
Maar zelfs als je het begrijpt en er begrip voor hebt, dan blijft het vervelend dat er iemand over je schouder meekijkt hoe je een appel snijdt. Dat iemand met je mee kijkt hoe je een plaatje uit een tijdschrift knipt. Dat iemand je mond controleert om te kijken of je de medicatie wel echt hebt ingenomen.
Personeel dat met je meedenkt
Een gesloten afdeling wordt niet alleen bepaald door deuren en regels. De mensen die er werken, hebben veel invloed op hoe je je verblijf ervaart. Vriendelijk personeel kan verschil maken door even te luisteren, uit te leggen waarom iets niet kan en samen te zoeken naar wat wél mogelijk is. Misschien een rustigere plek, een gesprek op een ander moment of ondersteuning bij iets wat je spannend vindt.
Niet iedere medewerker of ieder contact zal prettig voelen. In het echte leven klikt het ook niet met iedereen. Maar wanneer iemand je als persoon ziet en naast je blijft staan, kan de afdeling minder afstandelijk worden. Soms zit goede zorg in een klein gebaar: iemand die onthoudt hoe je je koffie drinkt of merkt dat je stiller bent dan gisteren. Iemand die even een praatje met je komt maken en begrip toont.
Voor mij is het belangrijk dat iemand mij af en toe begrenst. Door het slaaptekort kan ik enorm hyper worden wat uiteindelijk leidt tot een hypomaan beeld met hallucinaties, de reden waarom ik nu hier ook zit. Dan is het enorm helpend, maar niet fijn, dat de verpleging me zojuist opdroeg om op mijn bed te gaan zitten en even te gaan schrijven. In eerste instantie voelde ik enorme weerstand, maar nu ben ik lekker aan het schrijven en is die weerstand weg.
medicatie onder streng toezicht
Een moment waarop controle duidelijk voelbaar kan worden, is de medicatie-uitgifte. Je krijgt je medicijnen van de verpleging en neemt ze in terwijl een medewerker erbij blijft. Het toezicht kan streng aanvoelen, zeker als je thuis je medicatie zelfstandig beheerde. Dit geeft bij mij echt het kleine kinder gevoel tot in het extreme. Natuurlijk neem ik mijn medicatie in. Ik zit alleen mezelf maar in de weg als ik stop met het innemen van mijn medicatie. En toch word ik gecontroleerd.
Medicatie kan worden voorgeschreven op vrijwillige basis maar ook als verplichte interventie. Ik ben altijd akkoord gegaan met mijn medicatie en als ik het niet eens was met een middel dan ging ik het gesprek aan met de psychiater, waarna we tot een gezamenlijk medicatieplan kwamen. Echter zijn er ook patiënten zonder ziekte-inzicht die wel echt die medicatie moet hebben. In eerste instantie wordt dit dan geforceerd gegeven. Weigert een patiënt echt en is er een maatregel tot dwangverpleging van toepassing, dan kan het zo zijn dat iemand het bijvoorbeeld op een andere manier toegediend krijgt. Bijvoorbeeld een depot, een antipsychoticum wat 2 weken werkt en wat je spuit in de bilspier. Dit zie ik niet als patiënt, dit gebeurt meestal in de separeer. Daar heb ik gelukkig al 10 jaar niet meer in gezeten.
Zorg ontvangen en jezelf blijven
Een opname op een gesloten afdeling kan bescherming bieden en tegelijk zwaar zijn. Je kunt dankbaar zijn voor een verpleegkundige en boos op de gesloten deur. Je kunt blij zijn dat iemand verantwoordelijkheden overneemt en verdrietig zijn om de zelfstandigheid die je mist. Die gevoelens hoeven elkaar niet uit te sluiten.
Wat ik belangrijk vind, is dat we blijven kijken naar de mens achter de opname. Naar iemand die steun nodig heeft, maar ook zeggenschap. Die kwetsbaar is, maar niet minder volwassen. En die het verdient om serieus genomen te worden, ook wanneer de deur op slot zit. Ook is iemand niet zijn ziekte maar heeft iemand een ziekte. Ik heb hier mensen een volledige metamorfose zien ondergaan van kneiter psychotisch bij binnenkomst en. vriendelijk, rustig en helder een tijdje later. Die persoon was er ook al toen iemand in psychose zat. Ik denk dat we dat nooit uit het oog moeten verliezen. Iedere patiënt is een individu, met een eigen voorgeschiedenis, een eigen verhaal en een eigen persoonlijkheid.
tot slot
Je komt niet zo maar op een HIC van de psychiatrie. Je komt hier omdat je serieus ziek bent. Maar je bent hier ook om beter te worden. Om niet langer een ziekte dusdanig uit te dragen dat de persoon is verdwenen, maar om weer jezelf te worden van voor je in crisis raakte. In feiten is dat in elke zorginstelling zo. Met fysieke ziekten ga je naar de huisarts of naar de specialist in het ziekenhuis. Je gaat er ziek heen, krijgt behandeling en wordt daardoor hopelijk weer de oude. Met een mentale crisis ga je naar een HIC, krijg je behandeling en wordt je hopelijk weer de oude.
Reactie plaatsen
Reacties