Communicatieproblemen tussen neurodivergente en neurotypische personen
Je zegt iets. Voor jouw gevoel is het volkomen duidelijk. De ander hoort precies dezelfde woorden en begrijpt er iets totaal anders uit. Vervolgens probeer je uit te leggen wat je eigenlijk bedoelde, maar daarmee maak je het blijkbaar alleen maar erger. Voor je het weet heb je niet meer alleen een gesprek over het oorspronkelijke onderwerp, maar óók een discussie over je toon, je gezichtsuitdrukking, de manier waarop je iets formuleerde en vooral over wat je "eigenlijk" zou hebben bedoeld.
Welkom in de soms behoorlijk ingewikkelde communicatie tussen neurodivergente en neurotypische mensen.
Ik schrijf in deze blog vooral over autistische en niet-autistische communicatie, omdat daar relatief veel onderzoek naar is gedaan en omdat ikzelf autisme heb. Neurodivergentie is natuurlijk veel breder dan autisme alleen. ADHD, dyslexie, dyspraxie en andere vormen van neurodivergentie brengen ieder hun eigen kenmerken mee. Er bestaat dus niet één universele neurodivergente communicatiestijl.
Maar er is wel iets interessants aan de hand. Misschien ligt het communicatieprobleem namelijk niet altijd bij degene van wie we gewend zijn te zeggen dat diegene "problemen heeft met sociale communicatie". Misschien spreken we soms gewoon verschillende sociale talen.
"Maar ik zei toch precies wat ik bedoelde?"
Stel, iemand vraagt mij: "Vind je mijn nieuwe kapsel mooi?" En stel dat ik het niet mooi vind. Dan zou ik kunnen antwoorden: "Nee, ik vond je vorige kapsel mooier." Voor mij kan dat een volkomen neutraal antwoord zijn. Jij stelde een vraag. Ik heb de vraag begrepen. Ik heb erover nagedacht. En ik geef je het antwoord. Missie geslaagd. Alleen kan degene tegenover mij een totaal ander gesprek hebben gevoerd.
Diegene vroeg misschien grammaticaal: "Vind je mijn kapsel mooi?" Maar sociaal betekende de vraag eerder: "Ik ben blij met mijn nieuwe kapsel en wil graag dat je iets aardigs zegt." En ineens hebben we een probleem. Niet omdat een van ons de Nederlandse taal niet beheerst. We hebben alleen verschillende informatie uit dezelfde communicatie gehaald.
De woorden én de verpakking
Veel menselijke communicatie zit namelijk helemaal niet letterlijk in de woorden. We gebruiken intonatie, gezichtsuitdrukkingen, stiltes, oogcontact, stille hints, sarcasme, context en sociale conventies. Vervolgens verwachten we van de ander dat die al die informatie automatisch samenvoegt tot de boodschap die we eigenlijk wilden overbrengen.
"Het is hier wel koud." Dat kan betekenen: Het is hier koud. Maar het kan óók betekenen: Wil jij het raam dichtdoen? Als ik alleen reageer: "Ja, best wel." kan dat voor de ander behoorlijk frustrerend zijn. Doe dat raam dan dicht! Maar dat heb je niet gevraagd. En precies daar kan communicatie gaan botsen.
Zeg dan gewoon wat je bedoelt
Voor iemand die relatief letterlijk of expliciet communiceert, kan neurotypische communicatie soms voelen alsof je voortdurend een raadspelletje moet oplossen. "Misschien zou het handig zijn als iemand straks de vaatwasser uitruimt." Bedoel je dat als algemene constatering? Vraag je mij om hem uit te ruimen? Ben je boos omdat ik hem nog niet heb uitgeruimd? Verwacht je dat ik aanbied het te doen?En als je wilt dat ik hem uitruim: waarom zeg je dan niet gewoon: "Wil jij straks de vaatwasser uitruimen?"
Andersom kan die directe manier van communiceren voor een neurotypisch persoon juist hard overkomen."Wil je stoppen met tikken met je pen? Ik kan daar niet tegen." Voor de spreker betekent dat misschien uitsluitend: Het geluid overprikkelt mij en daarom vraag ik of je ermee wilt stoppen. De ontvanger kan horen: Jij bent irritant en ik ben boos op je. Er wordt een emotionele boodschap toegevoegd die de spreker helemaal niet heeft verstuurd. En vervolgens kan de reactie zijn: "Je hoeft niet meteen zo onaardig te doen." Waarop de eerste persoon denkt:Hè? Ik stelde alleen een vraag.
En daar begint de ellende
Want nu hebben beide mensen het gevoel dat de ander moeilijk doet. De neurotypische persoon denkt: Waarom moet je alles zo bot zeggen? De neurodivergente persoon denkt: Waarom zoek je overal iets achter wat ik helemaal niet gezegd heb? De neurotypische persoon probeert subtieler duidelijk te maken dat iets niet prettig voelt. De neurodivergente persoon mist mogelijk die subtiele boodschap. De neurotypische persoon wordt nóg geïrriteerder. De neurodivergente persoon begrijpt niet waar die irritatie ineens vandaan komt. En uiteindelijk zegt iemand: "Laat maar." Waarmee het gesprek natuurlijk nog steeds niet duidelijker is geworden.
Misschien heeft niet één persoon een communicatieprobleem
Dit vind ik een ontzettend interessante gedachte. Autisme wordt traditioneel beschreven aan de hand van onder andere beperkingen in sociale communicatie en sociale interactie. Daarmee ontstaat gemakkelijk het volgende beeld:
autistische persoon → heeft communicatieprobleem → niet-autistische persoon moet daarmee omgaan.
Maar de Britse autismewetenschapper Damian Milton introduceerde in 2012 een ander perspectief: het double empathy problem, oftewel het dubbele-empathieprobleem. Zijn idee is grofweg dat autistische en niet-autistische mensen de wereld verschillend ervaren en daardoor moeite kunnen hebben om elkaars perspectief, bedoelingen en communicatiestijl intuïtief te begrijpen.
Het communicatieprobleem bevindt zich dan niet uitsluitend in het autistische brein. Het ontstaat tussen twee mensen die verschillend communiceren. En dat verandert de hele discussie.
Neurotypische mensen begrijpen autistische mensen namelijk ook niet altijd
We praten ontzettend vaak over de moeite die autistische mensen kunnen hebben met het lezen van anderen. Maar hoe goed zijn niet-autistische mensen eigenlijk in het lezen van autistische mensen? Niet noodzakelijk perfect. Onderzoek naar het dubbele-empathieprobleem heeft bijvoorbeeld aanwijzingen gevonden dat autistische mensen onderling behoorlijk goed rapport kunnen ervaren. In een studie uit 2020 werd het ervaren rapport juist lager wanneer autistische en niet-autistische mensen met elkaar communiceerden dan wanneer mensen met iemand van hetzelfde neurotype communiceerden. Dat is belangrijk. Want als het probleem simpelweg zou zijn: autistische mensen kunnen niet goed communiceren, dan zou je verwachten dat twee autistische mensen samen juist enorme communicatieproblemen zouden krijgen.Maar dat hoeft helemaal niet zo te zijn. Ik denk ook dat dit de reden is dat bijna al mijn vriendinnen zelf ook autisme hebben. We spreken dezelfde duidelijke taal.
Een potje doorfluisteren
Een ander onderzoek uit 2020 maakte dit prachtig zichtbaar.
De onderzoekers maakten een soort volwassen versie van het spelletje doorfluisteren. Eén persoon kreeg een verhaal te horen en vertelde dat aan de volgende persoon. Die vertelde het vervolgens weer door, enzovoort. Er waren ketens met alleen autistische mensen, alleen niet-autistische mensen en gemengde ketens. De autistische deelnemers bleken informatie onderling ongeveer even effectief door te geven als de niet-autistische deelnemers onderling. In de gemengde ketens ging informatie juist sneller verloren en was het ervaren onderlinge rapport lager. Dat onderzoek kreeg veel aandacht omdat het zo mooi past bij het idee:
het probleem is niet noodzakelijk communicatievaardigheid, maar communicatie-mismatch.
Wel hoort daar inmiddels een belangrijke wetenschappelijke nuance bij. Een veel grotere replicatiestudie uit 2025 met 311 deelnemers vond géén slechtere informatieoverdracht in gemengde ketens. De onderzoekers vonden dus niet alle eerdere resultaten opnieuw, al bleven er wel verschillen in rapport bestaan. Wetenschappelijk gezien is het dubbele-empathieprobleem daarom een belangrijk en interessant perspectief, maar niet een volledig bewezen verklaring voor iedere communicatiebotsing tussen autistische en niet-autistische mensen.
Een andere sociale taal
Ik vind zelf de vergelijking met twee talen handig. Stel dat ik Nederlands spreek en jij Duits. Onze talen lijken behoorlijk op elkaar. Sommige woorden begrijpen we onmiddellijk. Andere woorden lijken hetzelfde maar betekenen nét iets anders. En als we allebei langzaam praten en moeite doen, komen we waarschijnlijk een heel eind. Maar als het gesprek misgaat, zou het nogal vreemd zijn als ik concludeer:
"Jij hebt een communicatiestoornis omdat je mijn Nederlands niet begrijpt." Ik begrijp jouw Duits immers óók niet volledig.
Zo kun je ook naar neurotypen kijken. Niet letterlijk als afzonderlijke talen natuurlijk, maar als verschillende manieren waarop communicatie wordt opgebouwd en geïnterpreteerd.
"Hoe gaat het?"
Neem misschien wel het beroemdste voorbeeld.
Iemand vraagt: "Hoe gaat het?"
Ik kan die vraag interpreteren als een verzoek om informatie over hoe het met mij gaat, dus vertel ik hoe het met mij gaat. Best logisch. Alleen was dat misschien helemaal niet de bedoeling. "Hoe gaat het?" kan sociaal gewoon betekenen:"Hoi." Het verwachte antwoord is: "Goed, met jou?" En vooral niet een uiteenzetting van twaalf minuten over waarom je week verschrikkelijk ingewikkeld was. Maar hoe moet je weten wanneer iemand de echte vraag stelt en wanneer iemand het sociale ritueel uitvoert? Voor veel mensen gebeurt die interpretatie automatisch. Voor anderen moet die context veel bewuster worden berekend. Ik vraag meestal: "bedoel je de sociaal wenselijke hoe gaat het of de ik wil weten hoe het met je gaat hoe gaat het?". Soms werkt het, maar ik merk dat vaak mensen ongemakkelijk worden van de vraag omdat zeggen dat het enkel sociaal wenselijk is dan weer als bot wordt ervaren. Jullie neurotypische mensen zijn zo ingewikkeld ;)
Maskeren: voortdurend vertalen
Daar komt voor sommige neurodivergente mensen nog iets bij. Je kunt leren hoe neurotypische communicatie werkt. Je kunt leren wanneer je oogcontact hoort te maken. Wanneer je moet glimlachen. Wanneer iemand waarschijnlijk geen letterlijk antwoord verwacht. Wanneer je een wedervraag moet stellen. Wanneer je niet uitgebreid moet vertellen over iets waar je enthousiast over bent. Wanneer je even moet wachten voordat je zelf begint te praten.
Je kunt daar uiteindelijk zelfs ontzettend goed in worden. Maar iets kunnen betekent niet automatisch dat het vanzelf gaat. Voor sommige mensen wordt sociaal contact daardoor een soort permanente vertaaldienst.Terwijl jij praat, ben ik misschien tegelijkertijd bezig met:
Hoe lang kijk ik al naar haar ogen? Was dat sarcastisch? Nu moet ik iets terugvragen.Praat ik te lang? Ze keek weg. Is ze verveeld? Ik moet stoppen. Wacht, nu onderbrak ik haar. Shit.
En ondertussen moet ik óók nog luisteren naar wat je daadwerkelijk vertelt. Geen wonder dat sociaal contact vermoeiend kan worden.
Direct betekent niet automatisch onaardig
Een van de dingen die volgens mij enorm zou helpen, is stoppen met automatisch een karaktereigenschap koppelen aan een communicatiestijl.
Directheid is niet automatisch:
boos, bot, arrogant of ongeïnteresseerd.
Weinig oogcontact betekent niet automatisch:
ik luister niet.
Geen wedervraag stellen betekent niet noodzakelijk:
jouw leven interesseert mij niet.
Heel veel details vertellen betekent niet automatisch:
ik wil het gesprek overnemen.
En andersom geldt hetzelfde.
Een neurotypisch persoon die iets indirect formuleert, probeert niet noodzakelijk ingewikkeld of manipulatief te doen. Voor diegene kan juist dát de vanzelfsprekende manier zijn om rekening te houden met de gevoelens van de ander. Daar zit volgens mij een belangrijke sleutel. We hoeven niet meteen te bepalen welke communicatiestijl beter is. We moeten leren herkennen dat ze anders kunnen zijn.
Maar neurodivergente mensen moeten zich toch ook aanpassen?
Natuurlijk. Communicatie is wederkerig. Als ik weet dat mijn manier van formuleren iemand regelmatig kwetst, kan ik daar rekening mee leren houden. Autisme is geen vrijbrief om onaardig te doen en ADHD is geen excuus om voortdurend over iemand heen te praten.
Maar wederkerigheid betekent dus óók dat aanpassing niet uitsluitend van de neurodivergente persoon mag worden verwacht. Dat is waar het dubbele-empathieperspectief interessant wordt. Misschien kan de neurodivergente persoon leren: Mijn directheid kan anders worden geïnterpreteerd dan ik hem bedoel. En kan de neurotypische persoon tegelijkertijd leren: Misschien moet ik niet automatisch intenties toevoegen aan letterlijk uitgesproken woorden.Dan bewegen we allebei een stukje.
Vraag wat iemand bedoelt
Misschien is dit wel de simpelste oplossing voor ontzettend veel communicatieproblemen.
Stop met gedachten lezen. "Bedoelde je dat boos?""Nee."Klaar.
Of:
"Als je zegt dat het hier koud is, wil je dan dat ik het raam dichtdoe?", "Ja, graag."Klaar.
Of:
"Wil je dat ik alleen luister, of wil je dat ik meedenk over een oplossing?" Dat laatste zou wat mij betreft sowieso standaard onderdeel van menselijke communicatie mogen worden.
Want hoeveel ruzies ontstaan er niet doordat de ene persoon steun zoekt en de andere onmiddellijk met een zevenstappenplan komt?
Duidelijkheid is niet onbeleefd
We hebben soms geleerd dat goede communicatie subtiel moet zijn. Maar duidelijkheid kan juist ontzettend vriendelijk zijn.
"Wil je vanavond om zeven uur komen?"Is duidelijker dan: ''Misschien kunnen we vanavond nog even kijken of het gezellig is om iets te doen."
"Ik heb nu geen ruimte om hierover te praten. Kunnen we het morgen bespreken?"is duidelijker dan: "We zien wel."
En:
"Ik ben niet boos. Ik ben stil omdat ik overprikkeld ben." kan voorkomen dat iemand de daaropvolgende twee uur probeert te ontdekken wat hij verkeerd heeft gedaan.
Duidelijkheid haalt giswerk uit communicatie. En juist wanneer twee breinen informatie verschillend verwerken, kan dat enorm helpen.
Niet iedere neurodivergente persoon communiceert hetzelfde
Er bestaat geen universele autistische communicatiestijl. De ene autistische persoon is heel direct, de andere juist extreem voorzichtig. De ene praat uren, de andere nauwelijks. De ene begrijpt sarcasme uitstekend, de andere neemt veel taal letterlijk.
Sommige mensen maken gemakkelijk oogcontact, anderen helemaal niet.
En hetzelfde geldt natuurlijk voor neurotypische mensen. We zijn geen twee soorten robots met verschillende besturingssystemen.ersoonlijkheid, opvoeding, cultuur, intelligentie, trauma, taal, leeftijd, omgeving en eerdere ervaringen spelen allemaal mee.
Neurotype is één onderdeel van communicatie, niet de volledige verklaring voor alles wat er tussen twee mensen gebeurt.
Misschien hoeven we elkaar niet perfect te begrijpen
Het doel hoeft volgens mij niet te zijn dat neurodivergente mensen uiteindelijk perfect neurotypisch leren communiceren. En andersom hoeven neurotypische mensen ook niet ineens iedere neurodivergente communicatiestijl volledig te begrijpen. Misschien moeten we vooral beter worden in controleren of onze interpretatie klopt.
Niet:
"Je kijkt me niet aan, dus je luistert niet."
Maar:
"Kun je me nog volgen?"
Niet:
"Je bent kortaf, dus je bent boos."
Maar:
"Je klinkt voor mij wat kort. Ben je boos of interpreteer ik dat verkeerd?"
Niet:
"Je hebt mijn hint genegeerd."
Maar gewoon zeggen wat je nodig hebt.
Dat vraagt iets van beide kanten.
Reactie plaatsen
Reacties