En daar is de eetstoornis weer

Gepubliceerd op 30 augustus 2026 om 11:25

En ineens was het er gisteren weer; de eetstoornisstem.

Niet langzaam op de achtergrond. Niet met een voorzichtige gedachte waarvan ik pas dagen later doorhad waar die vandaan kwam. Nee, van het ene op het andere moment werd ik ermee overvallen en leek mijn hoofd razendsnel allerlei oude regels uit de kast te trekken waarvan ik eigenlijk hoopte dat ze daar voorgoed waren opgeborgen. Afvallen. Bewegen. Alles trackenControleren. Plannen. En vooral: alles moet vanaf nu anders.

Het bijzondere — en tegelijkertijd beangstigende — is hoe snel mijn hoofd die oude patronen weer weet te vinden. Alsof er ergens een draaiboek ligt dat alleen maar een tijdje dichtgeslagen is geweest. Zodra de eetstoornis weer ruimte krijgt, hoef ik de bladzijdes blijkbaar niet eens opnieuw te lezen. Ik ken ze nog uit mijn hoofd. Ik voel me overvallen door het boek van de eetstoornis. Alsof iemand hem gisteren ineens in mijn gezicht sloeg na een enorme (persoonlijke) tegenslag. Ineens was mijn hele relativeringsvermogen weg. Ik wil niet meer voelen. Ik wil niet meer dik zijn.

Gewicht verliezen

Daar is hij weer, die gedachte dat ik moet afvallen. Niet: misschien wil ik een paar kilo kwijt. Het voelt onmiddellijk als moeten.Ik heb me in geen maanden gewogen, mijn laatste keer op de weegschaal zat ik nog ver onder een gezond gewicht. Gisteren ben ik weer op de weegschaal gaan staan. Dezelfde weegschaal die ik juist uit zelfbescherming had opgeborgen. En ik schrok me kapot. 3 kg onder overgewicht. Bam die kwam aan. Ik kon alleen nog maar huilen. Gieren. Mijn huidige gewicht is ineens niet meer gewoon een getal dat iets zegt over hoeveel mijn lichaam weegt, maar wordt in mijn hoofd een probleem dat opgelost moet worden. Er moet een lager getal komen en vervolgens moet dat getal gecontroleerd, gevolgd en beoordeeld worden. Nee Anna, stop, hou hiermee op. Je wil die kuteetstoornis niet terug. Maar wat gewicht verliezen kan toch geen kwaad? Maar het blijft daar nooit bij.

De weegschaal opbergen, dat had ik natuurlijk niet voor niets gedaan. Ik weet inmiddels heel goed wat er gebeurt wanneer ik mezelf voortdurend ga wegen. Eén getal kan mijn stemming bepalen en daarna ontstaat vrijwel automatisch de behoefte om opnieuw te controleren. Toch haalde ik hem tevoorschijn. En bijna onmiddellijk wilde ik mijn gewicht weer gaan tracken.

Dat vind ik eng aan de eetstoornis: hoe iets waarvan ik rationeel heel goed weet dat het mij niet helpt, binnen een paar minuten toch weer als een uitstekend idee kan voelen. Misschien niet eens als een goed idee, maar als iets wat moet. 

Bewegingsdrang

En natuurlijk bleef het niet bij de weegschaal. Want als er afgevallen moet worden, moet er volgens mijn eetstoornis ook bewogen worden. Ineens verscheen die oude regel weer in mijn hoofd: iedere dag x stappen moeten halenHet woord moeten is daarin eigenlijk veel belangrijker dan het aantal. Sterker nog, hoe dieper ik in de eetstoornis raak, hoe hoger het stappendoel wordt. 

Bewegen is op zichzelf niet verkeerd. Een wandeling kan fijn zijn, buiten zijn kan mijn hoofd goed doen en mijn lichaam is gemaakt om te bewegen. mijn lijf heeft niet veel spierkracht waardoor ik last heb van mijn gewrichten. Bewegen is niet slecht, bewegingsdrang wel. Bewegingsdrang voelt totaal anders. Dan loop ik niet meer omdat ik daar behoefte aan heb, maar omdat een teller nog niet op het juiste getal staat. Dan maakt het niet uit of ik moe ben, andere plannen heb of mijn lichaam rust nodig heeft. Er staat nog iets open en dat moet worden afgemaakt. Bewegen verandert dan ongemerkt van iets wat ik kan doen in iets wat ik moet doen. En precies daar gaat het voor mij mis.Ik wil zo graag lekker skeeleren. Lekker kickboksen. Mooie wandelingen maken. Maar mijn eetstoornis staat dat niet toe. Mijn eetstoornis dirigeert mij door mijn eigen grenzen heen te gaan. Waar fijne sport overgaat in pijnlijk door moeten gaan. Ook houdt bewegingsdrang geen rekening met het weer. Die stappen die moeten worden gezet, weer of geen weer. 

Notitiedwang

Misschien is dit wel een van de duidelijkste signalen dat de eetstoornis weer aan de deur staat. Ik wil ineens alles bijhoudenEn met alles bedoel ik ook echt alles. Ik maakte trackers voor allerlei dingen en voelde onmiddellijk weer de behoefte om te rapporteren, vakjes af te vinken, cijfers te verzamelen en patronen zichtbaar te maken. Op papier lijkt dat misschien heel georganiseerd.Voor mij kan het juist een vorm van dwang worden. Want zodra ik iets begin bij te houden, ontstaat al snel de behoefte om het volledig te doen. Een leeg vakje voelt niet meer neutraal. Een dag waarop iets niet is ingevuld voelt alsof ik iets verkeerd heb gedaan.

De administratie wordt steeds groter en ondertussen wordt mijn wereld steeds kleiner. Het verraderlijke is dat de eetstoornis dit heel gemakkelijk kan vermommen als iets positiefs. Ik houd alleen wat dingen bij. Ik wil gewoon wat meer overzicht. alsof het onschuldig is. Maar tracken is in mijn leven niet helpend. Tracken is in mijn leven een teken aan de wand dat het niet goed gaat. Ik ken mezelf inmiddels goed genoeg om te weten dat het daar niet altijd bij blijft. Voor mij kan registreren veranderen in controleren en controleren kan veranderen in gehoorzamen.

Calorieën tellen

En dan komen natuurlijk de calorieën. Zodra afvallen weer als doel mijn hoofd binnenkomt, wil de eetstoornis weten wat erin gaat. Want wat je niet telt, kun je niet controleren. En controle is ongeveer de moedertaal van mijn eetstoornis. Het probleem met calorieën tellen is voor mij daarom niet alleen het tellen zelf. Het is alles wat er daarna aan vast komt te zitten. Eten is niet meer gewoon eten. Een maaltijd wordt informatie. Een tussendoortje wordt een berekening. Iets onverwachts eten wordt lastig omdat het niet in het vooraf bedachte systeem past. En voor ik het weet, ben ik niet meer bezig met waar ik trek in heb, wat mijn lichaam nodig heeft of wat gezellig is, maar met getallen.Ik weet waar die weg naartoe kan gaan. Dat maakt het des te frustrerender dat hij opnieuw zo aantrekkelijk kan voelen.

Een eetplan maken

Dus wil mijn hoofd ook onmiddellijk een plan. Wat ga ik eten? Wanneer ga ik eten? Wat mag wel? Wat moet minder? Hoe ga ik ervoor zorgen dat ik afval?

De eetstoornis houdt van plannen, omdat een plan heel gemakkelijk kan veranderen in een verzameling regels. En regels geven rust. Tenminste, in het begin. Daarom is het zo verleidelijk is om er weer in mee te gaan. Wanneer mijn hoofd onrustig is, biedt de eetstoornis iets wat ontzettend aantrekkelijk klinkt: controleJe hoeft niet meer na te denken. Je hoeft alleen de regels te volgen. Gewicht bijhouden. Eten controleren. Bewegen. Noteren. Afvinken. Herhalen.

Het probleem is alleen dat de eetstoornis nooit tevreden is met de regels waarmee het begint. Er komt altijd een regel bij. En daarna nog één.

Gisteren maakte ik meteen een eetplan. Een onschuldig eetplan met voldoende energie om niet als een malle af te vallen. Dit eetplan is meer een bescherming tegen de eetstoornis dan een plan voor de eetstoornis. Als ik me maar aan dit plan houd, dan stopt het aankomen. Dan loopt het niet meer uit de hand. Maar ik merk dat ik nu al het plan wil aanpassen. Naar een plan met 500 calorieën minder zodat er gestaag wat kilootjes af gaan. Wat kilootjes roept de eetstoornis, je bedoelt je gewicht halveren. Je bent vies, dik en lelijk. 

Ik laat niet ineens alles uit mijn handen donderen

Ik wil ook niet doen alsof één moeilijke dag betekent dat ik ineens volledig terug bij af ben. Dat ben ik niet. Ik merk wat er gebeurt. Ik herken de gedachten. Ik zie de dwangen ontstaan. En misschien nog wel het belangrijkste: ik hoef niet alles te doen wat mijn eetstoornis mij opdraagt.

Dat betekent niet dat het gemakkelijk is. De verleiding om weer helemaal de eetstoornis in te gaan is er wel degelijk. Er zit iets bekends aan. Iets overzichtelijks. Ik weet precies hoe die wereld werkt en ergens voelt het bijna comfortabel om weer terug te grijpen naar regels die ik jarenlang heb gekend.

Maar bekend is niet hetzelfde als veilig. En een terugkerende eetstoornisgedachte betekent niet automatisch dat ik mijn herstel uit mijn handen moet laten donderen. Misschien is dit juist het moment waarop herstel zichtbaar wordt. Niet wanneer de eetstoornis volledig stil is. Maar wanneer hij begint te schreeuwen en ik tóch probeer niet automatisch te gehoorzamen.

Ik hoor je denken: daar gaat ze weer

Ik hoor je bijna denken:

Daar gaat ze weer. Je had toch niet anders verwacht? Eens een anorex, altijd een anorex. Al dat herstel was dus blijkbaar onzin. Ik wist dat dit vroeg of laat weer zou gebeuren.

En weet je? Ik had zelf óók verwacht dat deze gedachten ooit weer terug zouden komen. Misschien niet gisteren. Misschien niet zo plotseling en zo hard. Maar ik heb nooit gedacht dat herstel zou betekenen dat ik de rest van mijn leven nooit meer een eetstoornisgedachte zou hebben. Juist daarom heb ik in betere periodes zoveel plannen geschreven voor momenten als deze. Plannen voor wat ik moet doen wanneer afvallen ineens weer aantrekkelijk klinkt, wanneer de weegschaal begint te roepen en wanneer mijn hoofd opnieuw regels wil maken rondom eten en bewegen. Dat ik die plannen nodig heb, betekent voor mij niet dat mijn herstel mislukt is. Misschien bewijst het juist dat ik mezelf inmiddels beter ken.

Want als ik heel eerlijk ben, zou ik op dit moment het liefst een deel van mijn herstel uit mijn handen laten donderen. Er is een kant van mij die ontzettend veel zin heeft om weer volledig mee te gaan in de eetstoornis, om opnieuw af te vallen en me vast te klampen aan de controle die daarbij lijkt te horen.

Maar tegelijkertijd weet ik ook iets anders.

Ik wil niet terug naar waar ik ooit was. Alleen is dat op dit moment soms moeilijk te voelen. Want mijn hoofd romantiseert dat lage gewicht. Het haalt beelden naar boven en maakt er iets aantrekkelijks van, terwijl het alle ellende die eraan vastzat voor het gemak naar de achtergrond schuift. Alsof dunner automatisch rustiger, gelukkiger of beter betekende. Maar dat deed het niet. Een laag gewicht maakte mijn leven niet beter. Het maakte mijn eetstoornis sterker. En misschien hoef ik op dit moment niet eens te vóélen dat herstel beter is. Misschien is het voldoende dat de versie van mij die helderder kon nadenken daar al rekening mee heeft gehouden en plannen heeft achtergelaten voor precies dit moment. Ik hoef vandaag dus niet opnieuw te beslissen of ik wil herstellen. Die beslissing heb ik al genomen toen de eetstoornis minder hard kon schreeuwen. Nu moet ik proberen daarnaar te luisteren.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.