Iedereen is wel eens somber. Iedereen is wel eens verdrietig. Soms een moment, soms een paar dagen. Maar wanneer is somberte afwijkend? Wanneer is er echt sprake van een depressie?
Dat lijkt een eenvoudige vraag, maar het antwoord is ingewikkelder dan "als je je heel verdrietig voelt." Een depressie gaat namelijk niet alleen over verdriet. Sterker nog: sommige mensen met een depressie omschrijven zichzelf helemaal niet als verdrietig. Ze voelen zich leeg, afgestompt, uitgeput of nergens meer toe in staat. Dingen waarvan ze vroeger genoten, doen ineens helemaal niets meer met ze.
Tegelijkertijd kun je je verschrikkelijk somber voelen zonder volgens de officiële criteria een depressieve stoornis te hebben.
Daar zit een belangrijk verschil tussen: hoeveel last jij ergens van hebt en of jouw klachten precies binnen de grenzen van een psychiatrische diagnose vallen, zijn niet hetzelfde.
Wanneer wordt somberheid een depressie?
Verdriet en somberheid horen bij het leven. Je relatie gaat uit. Je verliest iemand. Je krijgt slecht nieuws. Je voelt je eenzaam. Je hebt problemen op je werk. Je bent overbelast of er gebeurt eigenlijk helemaal niets bijzonders en toch heb je een paar rotdagen. Dat betekent niet onmiddellijk dat je een depressie hebt. Gewone somberheid fluctueert vaak. Misschien voel je je 's morgens beroerd, maar kun je 's avonds toch lachen om iets op televisie. Je kunt verdrietig zijn en tegelijkertijd genieten van een gesprek met een vriendin. Soms is bovendien duidelijk waarom je verdrietig bent en neemt het gevoel na verloop van tijd weer af.
Bij een depressie wordt het anders. De klachten zijn langduriger, omvangrijker en gaan steeds meer invloed uitoefenen op je dagelijks functioneren. Opstaan wordt moeilijk. Concentreren lukt nauwelijks. Sociale contacten kosten ontzettend veel energie. Hobby's verliezen hun betekenis. Misschien lukt werken of studeren steeds minder goed en voelt zelfs douchen als een enorme opdracht. Het is niet meer alleen een slechte dag. Het begint je leven over te nemen.
Wat zegt de DSM?
Om te voorkomen dat de ene behandelaar iets totaal anders onder een depressie verstaat dan de andere, bestaan er diagnostische criteria. Een veelgebruikt classificatiesysteem daarvoor is de DSM-5, het handboek waarin criteria voor psychische stoornissen zijn beschreven. Die criteria zijn bedoeld om door professionals samen met klinische beoordeling te worden gebruikt; de DSM is dus niet bedoeld als een online afvinklijst waarmee je zelf definitief een diagnose stelt. (Psychiatry)
Voor een depressieve episode moeten gedurende minstens twee weken meerdere klachten aanwezig zijn, waarbij ten minste één van de twee kernsymptomen aanwezig moet zijn: een sombere stemming gedurende het grootste deel van de dag óf duidelijk minder interesse of plezier in vrijwel alle activiteiten.
Daarnaast wordt gekeken naar andere symptomen, zoals veranderingen in eetlust of gewicht, slecht of juist veel slapen, opvallende lichamelijke onrust of vertraging, vermoeidheid of energieverlies, gevoelens van waardeloosheid of buitensporige schuld, problemen met concentreren of beslissingen nemen en terugkerende gedachten aan de dood of suïcide. Voor een depressieve episode moeten in totaal minstens vijf van de negen symptomen aanwezig zijn en moeten de klachten duidelijk lijden of beperkingen in bijvoorbeeld het sociale, dagelijkse of beroepsmatige functioneren veroorzaken. Ook moet worden gekeken of de klachten niet beter door bijvoorbeeld middelengebruik of een lichamelijke aandoening worden verklaard. (GGZ Standaarden)
Vijf van de negen
En daar begint iets interessants. Stel dat jij al weken nauwelijks ergens plezier aan beleeft. Je slaapt slecht, bent uitgeput en kunt je nauwelijks concentreren. Dat zijn vier symptomen. Een ander heeft vijf symptomen en voldoet, als ook aan de overige voorwaarden is voldaan, misschien wél aan de criteria voor een depressieve episode. Is het verdriet van die eerste persoon dan ineens niet belangrijk? Natuurlijk wel. De grens van vijf symptomen is belangrijk om een diagnose af te bakenen, maar het is geen magische scheidslijn tussen gezond en lijden. Je kunt behoorlijk vastlopen met vier symptomen. Of met drie, of twee of zelfs een symptoom. Je kunt verschrikkelijk somber zijn terwijl de klachten nog geen twee weken bestaan. Je kunt net niet aan een bepaald criterium voldoen en toch nauwelijks functioneren. Sterker nog: binnen diagnostische systemen bestaat juist ruimte voor depressieve beelden die niet volledig aan de criteria van een depressieve stoornis voldoen. In Nederlandse richtlijnen wordt bijvoorbeeld gesproken over subklinische depressie bij twee tot vier depressieve symptomen, terwijl de DSM-5 onder other specified depressive disorder onder andere depressieve beelden beschrijft die te kort duren of waarbij onvoldoende symptomen aanwezig zijn voor een volledige depressieve episode. (Psychiatry)
Geen volledige depressieve stoornis betekent dus niet hetzelfde als: er is niets aan de hand.
"Maar ik kan nog lachen"
Dit is misschien een van de misverstanden rondom depressie. "Ik heb gisteren nog gelachen, dus ik kan toch niet depressief zijn?" Een depressie betekent niet dat je 24 uur per dag huilend in een donkere kamer moet liggen. Je kunt lachen. Je kunt een grap maken. Je kunt naar je werk gaan. Je kunt een verjaardag bezoeken. Je kunt op Instagram een foto plaatsen waarop je breed glimlacht. Psychische klachten verdwijnen niet automatisch zodra iemand een plezierig moment ervaart. Andersom geldt trouwens hetzelfde: het feit dat je een week lang nauwelijks kunt lachen, betekent niet automatisch dat je een depressieve stoornis hebt. Daarom kijkt een professional naar het hele beeld: welke klachten zijn er, hoe lang bestaan ze, hoe ernstig zijn ze, hoeveel invloed hebben ze op je functioneren en zijn er andere mogelijke verklaringen?
"Maar er is een reden waarom ik somber ben"
Ook dat sluit een depressie niet automatisch uit. Soms ontstaat een depressie zonder één duidelijke aanleiding, maar depressieve klachten kunnen ook ontstaan in een periode waarin ontzettend veel gebeurt. Rouw, verlies, ziekte, langdurige stress, problemen binnen relaties, eenzaamheid en andere belastende omstandigheden kunnen allemaal een rol spelen in hoe iemand zich voelt. Het bestaan van een aanleiding maakt je klachten niet automatisch minder echt. De gedachte "ik heb een reden om verdrietig te zijn, dus ik mag het geen depressie noemen" is daarom te eenvoudig. Andersom hoeft intens verdriet na een ingrijpende gebeurtenis ook niet automatisch een psychiatrische stoornis te zijn. Context doet ertoe.
Een depressie is meer dan verdriet
Wat ik daarnaast belangrijk vind, is dat we depressie niet reduceren tot heel erg verdrietig zijn. Depressie kan zich op allerlei manieren laten zien. Sommige mensen huilen voortdurend. Anderen kunnen juist helemaal niet meer huilen. De een ligt bijna de hele dag in bed, terwijl een ander iedere ochtend gewoon op kantoor verschijnt en daar niemand iets laat merken. Sommige mensen voelen vooral verdriet, anderen voornamelijk leegte, prikkelbaarheid, schuld, waardeloosheid of totale uitputting. En misschien is een van de pijnlijkste kenmerken wel anhedonie: het verdwijnen van plezier en interesse. Je weet nog dat je van muziek hield. Je zet je favoriete nummer aan. En er gebeurt niets. Je weet dat je altijd blij werd wanneer je kat naast je kwam liggen. Je aait hem. Niets. Je weet rationeel dat iets leuk zou moeten zijn, maar het gevoel dat daarbij hoorde lijkt verdwenen. Dat kan minstens zo zwaar zijn als verdriet.
Ik heb zelf enorm veel last van anhedonie. In sommige episoden kan ik echt niet alleen niet meer blij worden van waar ik normaliter wel blij van werd, maar ik kan me er niet eens meer toe zetten omdat het me oprecht helemaal niets meer boeit. Een goed voorbeeld is deze website. Als ik heel diep in mijn depressie zit denk ik regelmatig 'ik hef die website op, ik heb toch geen zin om in mijn eentje de verantwoordelijkheid te hebben om een website te beheren met letterlijk dagelijks meer dan 1000 lezers'. gelukkig heb ik hem nooit echt opgeheven en helpt het vaak ook juist om mijn depressie weer een beetje uit te kruipen.
De DSM bepaalt niet of jij je rot mag voelen
Dit is uiteindelijk het belangrijkste wat ik met deze blog wil zeggen. Stel dat je naar een behandelaar gaat en na onderzoek blijkt dat je nét niet voldoet aan de criteria voor een depressieve stoornis. Dan mag je nog steeds zeggen: Ik voel me verschrikkelijk. Je hoeft geen vijf vakjes aan te kruisen voordat je verdriet bestaansrecht krijgt. Je hoeft niet eerst twee weken af te tellen voordat je iemand mag vertellen dat het niet goed gaat. Je hoeft niet depressief genoeg te worden om hulp te verdienen. Een diagnose heeft een functie. Ze helpt professionals om klachten te beschrijven, onderzoek te doen, behandelingen te kiezen en met elkaar te communiceren. Maar een diagnose is geen diploma in lijden.
"Anderen hebben het erger"
Deze gedachte helpt zelden. Misschien ken je iemand die niet meer uit bed komt terwijl jij nog werkt. Misschien heeft iemand anders meerdere suïcidepogingen gedaan terwijl jij dergelijke gedachten niet hebt. Misschien functioneer jij aan de buitenkant nog behoorlijk goed. Dan kan het verleidelijk zijn om te concluderen: Zie je wel. Met mij valt het mee. Maar iemand anders hoeft het niet beter te hebben voordat jij het slecht mag hebben. Wanneer jij iedere ochtend wakker wordt met een steen in je maag, nergens zin in hebt, jezelf voortdurend naar beneden haalt en steeds meer moeite hebt om je leven vol te houden, verdient dat aandacht — ook wanneer ergens anders iemand bestaat die nog ernstiger ziek is. Psychisch lijden is geen wedstrijd.
Wanneer moet ik hulp zoeken?
Laat ik voorop stellen dat hulp zoeken niet MOET. Het MAG. Je hoeft eigenlijk niet te wachten totdat je zelf zeker weet dat je depressief bent. Dat is juist iets wat je samen met een huisarts of andere behandelaar kunt uitzoeken. Wanneer somberheid blijft aanhouden, steeds terugkomt, je functioneren beïnvloedt of je merkt dat je jezelf steeds verder terugtrekt en nergens meer plezier uit haalt, is het verstandig om erover te praten. En wanneer je gedachten krijgt over de dood of suïcide, verdient dat altijd serieuze aandacht, ongeacht of je verder wel of niet precies aan alle criteria voor een depressie voldoet. Je hoeft dus niet bij de huisarts binnen te lopen met de mededeling: "Ik heb een depressieve stoornis." Je kunt ook gewoon zeggen: "Ik voel me al een tijd heel somber en ik kom er zelf niet meer goed uit." Dat is genoeg.
Dus: ben ik depressief?
Misschien. Misschien ook niet. Een blog kan die diagnose niet stellen en een DSM-lijstje alleen evenmin. Zelfs screeningsvragenlijsten zijn bedoeld als hulpmiddel voor verdere beoordeling en niet als enige basis voor een diagnose. (Psychiatry) Maar misschien is er nog een belangrijkere vraag:
Heb ik last van hoe ik mij voel?
Want als het antwoord daarop ja is, hoef je niet eerst te bewijzen dat je depressief genoeg bent voordat je daarover mag praten. Misschien voldoe je aan alle criteria voor een depressieve stoornis. Misschien heb je depressieve klachten zonder aan alle criteria te voldoen. Misschien ben je ontzettend verdrietig door wat er momenteel in je leven gebeurt. In alle drie de situaties kan het gevoel echt zijn.
Je hebt misschien geen klinische depressie. Maar je hebt nog steeds recht op je rotgevoel.
Je hebt ook het recht om daar hulp bij te vragen. En die hulp die ben je waard. Wel of geen klinische depressie.
Reactie plaatsen
Reacties