Basisemoties en autisme: hetzelfde gevoel, een andere beleving

Gepubliceerd op 24 juni 2026 om 16:33

Emoties zijn een belangrijk onderdeel van ons dagelijks leven. Ze helpen ons om situaties te begrijpen, beslissingen te nemen en contact te maken met anderen. Vaak wordt gesproken over vijf basisemoties, ook wel de vijf B's genoemd: blij, bang, bedroefd, beschaamd en boos. In plaats van de vijf B's kun je ook de zes basisemoties vreugde, verdriet, boosheid, angst, verbazing en walging beschrijven. Deze emoties zijn universeel en komen voor bij alle mensen, ongeacht leeftijd, cultuur of neurologische aanleg. Toch kan de manier waarop emoties worden ervaren, verwerkt en geuit verschillen. Dat geldt ook voor mensen met autisme. Hoewel de basisemoties hetzelfde zijn, verloopt de verwerking ervan vaak anders. Dit kan leiden tot misverstanden in de communicatie en de indruk wekken dat iemand minder of juist heftiger voelt. In werkelijkheid gaat het meestal om een andere manier van beleven en uiten.

Basisemoties zijn voor iedereen hetzelfde maar de belevenis is anders

Onderzoek laat zien dat mensen met autisme dezelfde basisemoties ervaren als mensen zonder autisme. Ook zij voelen vreugde, verdriet, boosheid, angst, verbazing en walging. Het verschil zit niet in het bestaan van deze emoties, maar in de manier waarop ze worden herkend, verwerkt en gecommuniceerd.Bij veel mensen zonder autisme verlopen deze processen grotendeels automatisch. Zij herkennen vaak snel wat zij voelen, kunnen de emotie benoemen en passen hun gedrag hierop aan. Bij autisme kost dit proces soms meer tijd of verloopt het minder vanzelfsprekend. Veel mensen met autisme beschrijven dat emoties zeer krachtig kunnen binnenkomen. Kleine gebeurtenissen kunnen grote gevoelens oproepen, terwijl de aanleiding voor buitenstaanders misschien onbeduidend lijkt.

Dit heeft onder andere te maken met de manier waarop prikkels worden verwerkt. Wanneer iemand al veel energie kwijt is aan het verwerken van geluiden, sociale signalen of onverwachte veranderingen, blijft er minder ruimte over om emoties rustig te reguleren. Hierdoor kunnen gevoelens zich sneller opstapelen.

Moeite met het herkennen van emoties

Een deel van de mensen met autisme ervaart moeite om gevoelens bij zichzelf te herkennen of te benoemen. Soms wordt pas achteraf duidelijk dat er sprake was van spanning, verdriet of boosheid. Dit betekent niet dat de emotie er niet was. Integendeel: het lichaam reageert vaak al veel eerder. Denk aan hoofdpijn, buikpijn, vermoeidheid, gespannen spieren of een verhoogde hartslag. Pas later ontstaat het besef welke emotie hierbij hoorde. Ik herken dit zeer sterk. Ik voel bijna altijd in eerste instantie spanning, nog voor ik de emotie eraan kan koppelen. Ik voel een onrust en weet dan dat er een onderdrukte emotie is, maar kan deze nog niet goed plaatsen. Ik snap dat dit abstract klinkt als neurotypisch persoon. Je kunt het zien als de gevarendriehoek in de auto. Je ziet dat er gevaar dreigt, maar je komt er pas in een later stadium achter wat dat gevaar dan precies inhoudt. Zo is het bij mij met emoties. Ik voel dat er een emotie aanwezig is doordat ik me gespannen en prikkelbaar voel, maar kan de juiste emotie er niet direct aan koppelen. Daarvoor heb ik meer tijd en/of context nodig. 

Gezichtsuitdrukkingen 

In onze maatschappij verwachten we vaak dat emoties zichtbaar zijn op iemands gezicht of in de lichaamstaal. Bij mensen met autisme klopt dat niet altijd. Iemand kan heel blij zijn zonder uitbundig te lachen. Andersom kan iemand neutraal kijken terwijl er van binnen veel verdriet of spanning aanwezig is. Hierdoor ontstaan regelmatig misverstanden. Een rustige gezichtsuitdrukking betekent niet automatisch dat iemand niets voelt.

Andersom zijn mensen met autisme verminderd in staat om jouw gelaatsuitdrukking te duiden. Ik denk wel eens wanneer iemand verwacht dat ik snap wat diegene bedoelt aan de hand van non-verbale communicatie: zeg gewoon wat je bedoelt. Dat is toch veel makkelijker? Tuurlijk herken ik een lach als blijdschap en een gezicht op onweer als boosheid. Echter snap ik minder makkelijk gezichtsuitdrukkingen die niet passen bij wat je net zei. Bijvoorbeeld bij sarcasme, wanneer iemand lacht terwijl hij feitelijk niets grappig zei, is voor mij erg ingewikkeld. 

Boosheid

Bij autisme kan boosheid soms een uiting zijn van iets anders. Achter boosheid kunnen bijvoorbeeld angst, overprikkeling, onzekerheid of frustratie schuilgaan. Het kan gebeuren dat ik een onaardige opmerking maak, puur uit overprikkeling. Ik heb dan mijn emoties en subtiliteit bepaald niet meer onder controle wanneer ik in een extreme staat van overprikkeling ben. Sowieso kun je beter uit mijn buurt blijven als ik zeer ernstig overprikkeld ben. Ik ben dan simpelweg even niet mezelf. Ik kan niets hebben en raak enorm gefrustreerd omdat niets lijkt te lukken en alles zo hard binnenkomt. Jouw goedbedoelde hand op mijn schouder kan mij net het laatste zetje geven waardoor ik me onvriendelijk uit. Echt heel boos zal ik overigens niet worden hoor. De boosheid is daarbij ook nog eens vooral gericht op mezelf, want waarom kan ik nou nooit gewoon een keer normaal zijn?! Waarom moet ik telkens weer overprikkelen en dan gewoonweg niet meer functioneren. Dat voelt soms zo wrang.

Wanneer mensen boos op mij zijn, kan ik daar totaal niet mee omgaan. Sowieso zijn mensen vaak boos om redenen die ik niet begrijp. Ik probeer het altijd iedereen naar de zin te maken en probeer boosheid te vermijden. Wanneer het dan toch gebeurd, raakt dat me zeer diep. Ik kan helemaal opgeslokt worden door verdriet en schuldgevoelens wanneer iemand boos op mij is, ook wanneer ik in theorie niets fout heb gedaan en het probleem eigenlijk bij de ander ligt. 

Angst en stress

Veel mensen met autisme ervaren meer behoefte aan voorspelbaarheid. Onverwachte veranderingen, onduidelijke communicatie of drukke sociale situaties kunnen daardoor sneller gevoelens van angst of stress oproepen. Dat betekent niet dat iemand bang is voor alles. Wel kan het zenuwstelsel gevoeliger reageren op onzekerheid. Structuur, duidelijke afspraken en voorbereiding helpen daarom vaak om spanning te verminderen.

Blijdschap

Ook positieve emoties kunnen anders zichtbaar zijn. Het is belangrijk om niet alleen naar de expressie te kijken, maar ook naar het gedrag en de woorden van de persoon. Als ik zeg dat ik iets leuk vind, dan meen ik dit ook. Dan kan het zijn dat ik niet uitermate vrolijk oog. Ook kan ik juist helemaal opgaan in de vrolijkheid. Veel mensen met autisme fladderen bijvoorbeeld bij vrolijkheid, iets wat ik niet doe. 

Hoe gek dit ook klinkt, te veel blijdschap leidt ook tot overprikkeling. Ik kan overspoeld raken door een fijn gevoel, dusdanig dat mijn hoofd in error schiet. 

Schaamte

Bij veel mensen met een laag functionerend vermogen is schaamte onderontwikkeld. Bij hoogfunctionerende autisten is dit juist overontwikkeld. Ik schaam me enorm snel, juist voor mijn autistische gedrag. Ik schaam me enorm snel. Niet alleen voor mijn eigen gedrag maar ook dat van anderen. Ik schaam me vooral voor dingen die anderen bij mij hebben aangericht, waarvan ik overtuigd ben dat ik een aandeel heb gehad. Zo ben ik een tijdje terug aangerand in het park. Hier schaamde ik mij zo voor dat het me in eerste instantie weerhield tot het vertellen ervan en aangifte doen. Tuurlijk ligt de schuld niet bij mij, zij hadden van me af moeten blijven. Maar toch schaam ik me. Dat dit mij is gebeurd. Dat ik dit heb laten gebeuren. Een extreem voorbeeld. En zelfs nu ik het hier opschrijf, schaam ik me ervoor. Ik wil je dan ook vragen verder geen vragen of opmerkingen te schrijven over wat ik net typte. Het is al zwaar genoeg. 

emotieregulatie kost energie

Emoties reguleren betekent dat je gevoelens kunt opmerken, begrijpen en ermee om kunt gaan zonder overspoeld te raken.Voor veel mensen met autisme vraagt dit extra energie. Vooral wanneer er sprake is van vermoeidheid, stress of overprikkeling kan het moeilijk zijn om emoties op tijd te herkennen. Hierdoor kunnen emoties onverwacht hoog oplopen of juist lang onderdrukt blijven.

Wederzijds begrip

De grootste uitdaging ligt vaak niet in de emoties zelf, maar in de wederzijdse verwachtingen. Mensen zonder autisme interpreteren emoties vaak aan de hand van gezichtsuitdrukkingen, lichaamstaal en sociale signalen. Bij autisme sluiten die signalen niet altijd aan bij wat iemand daadwerkelijk voelt. Wanneer we begrijpen dat emoties op verschillende manieren zichtbaar kunnen zijn, ontstaat er meer ruimte voor wederzijds begrip. Niet door te kijken hoe iemand emoties uit, maar door te luisteren naar wat iemand ervaart.

Mensen met autisme voelen niet minder dan anderen. Vaak voelen zij juist evenveel of zelfs zeer intens. Het verschil zit vooral in de manier waarop emoties worden verwerkt, herkend en geuit.

Door voorbij de buitenkant te kijken en open te staan voor verschillende manieren van emotionele beleving, kunnen we misverstanden verminderen en betere verbinding maken. Emoties zijn immers universeel, maar de weg waarlangs ze naar buiten komen is voor iedereen uniek.

Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.

Maak jouw eigen website met JouwWeb